|
Nu de verschillende Balkanstaten aan den wereld getoond hebben
tot wat de vaderlandsliefde, de onversaagdheid en tevens de
ingeboren haat van een klein volk in staat zijn, nu zich dit
kleine volk straks zal opwerpen als eene groote mogendheid
―de zevende van Europa― zal het voor niemand ongetwijfeld
van belang ontbloot zijn, iets meer over de ontwikkeling en de
geschiedenis hunner landen te vernemen.
Het is vanzelfdsprekend dat we op het historisch oogenblik
waarop een groot rijk uit Europa gaat verdwijnen, in gedachten
terugkeren naar de bewerkers en de voorbereiders van de groote
veranderingen, die het geschiedboek zal ondergaan. Beurtelings
zullen we elk land de revue laten passeren en in breede trekken
de voornaamste en meest interessante brokken er uit pikken.
De Bulgaren.
Zooals te voorzien was, hebben tot hiertoe de Bulgaren de
hoofdrol gespeeld in den Balkanoorlog. Zij waren veruit de
machtigsten van alle verbonden Balkanstaten. De Bulgaren waren
oorspronkelijk een zwervend Toeraneesch volk. Langzamerhand
vermengden zij zich met de Slaven, wier taal en zeden zij
aannamen, zodat zij naar verloop van tijd een echt Slavisch volk
werden.
Reeds in de vijfde eeuw hadden zij een onafhankelijken staat
gevormd, die waarlijk tijden van grootheid en roem kende. Maar toen
de Byzantijsche keizers van Konstantinopel aanstalten maakten
om het binnenland te veroveren begon er voor hen een langdurige
krijg. Alhoewel zij dikwijls streden met gunstige oorlogskansen,
werden zij in 1018 onderworpen.
Het Byzantijnsche juk woog hun echter te zwaar op de schouders; zij
haakten naar vrijheid en bevochten deze in 1186. Zeer lang echter
zou deze vrijheid weer niet duren; na nog veschillende oorlogen
gevochten te hebben tegen de Byzantijnen, kwam in de XIVe eeuw de
allesoverrompelende Turk, die ook Bulgarije inpalmde...
Van dan af begint de vreeselijke lijdensgeschiedenis van dit volk.
Op eene afschuwelijke wijze werden de Bulgaren verdrukt. Hiervoor
leenden zich niet alleen de Muzelmansche meesters en
waardigheidsbekleeders, maar ook de Grieksche bischoppen en
priesters, die uit Constantinopel1 werden gezonden en de Bulgaarsche taal niet
kenden. In scholen en kerken werd dus het Bulgaarsche volk
intellectueel verdrukt en poogde men alles te vergriekschen, op
dezelfde manier zooals de Vlaamschhaters ons Vlaamsche volk
trachtten te verfranschen.
Deze verdrukking duurde ongeveer vijf eeuwen lang, zoodat niemand
aan een Bulgaarsch volk meer dacht...
Doch het oude nationale gevoel bleef smeulen onder de assche. In
1840 stond er een monnik op, Paysy genaamd, die een
geestdriftige geschiedenis van Bulgarije schreef in de volkstaal.
Dit boek baarde opzien, het werd door het volk verslonden en
speelde ongeveer dezelfde rol als “De Leeuw van Vlaanderen”
in ons eigen land. Het nationaliteitsgevoel werd wakker geschud, er
ontstond eene geweldige volksbeweging om te komen tot de oprichting
van Bulgaarsche scholen en om de Grieken uit de kerken te
verdrijven.
In 1876 brak er een opstand uit, die echter jammerlijk in een ware
zee van bloed gesmoord werd. Doch niet in Bulgarije alleen, maar
ook heel Europa werd toen wakker geschud. De mogendheden hadden met
afschuw, door de stem van Gladstone, de Turksche wreedheden
vernomen en drongen bij de Turken aan om hervormingen in te voeren.
De pogingen der mogendheden stuitten op heftigen tegenstand,
niettemin werd er door de Turken aan Bulgarije een nationale
patriarch toegestaan.
Ongeveer op hetzelfde tijdstip ontstond er een meer radikale en
revolutionaire beweging, die de volledige bevrijding van Bulgarije
wilde. In 1878 was deze beweging zoo heftig geworden dat Bulgarije
als een onafhankelijke, doch aan Turkije nog schatplichtige
staat werd uitgeroepen.
Van Turksche zijde waren de oorlogsgevaren toen vrijwel geweken,
maar toen wilde zich de Servische dwingeland Milan meester van
Bulgarije maken. De Bulgaren sloegen hem echter terug en zonder de
tusschenkomst van Oostenrijk zouden ze hem zeker vermorzeld
hebben. Weinige jaren later kregen de Bulgaren ruzie met Rusland en
schenen reddeloos verloren te zijn, toen de dappere Stamboulov
―de Bulgaarsche Bismarck― opstond, en het land van eene wisse
ondergang redde.
Op 7 Juli 1887 werd de kroon aan Prins Ferdinand van
Saksen-Coburg-Kohary gegeven. Onder het beheer van dezen
―overigens in zijn particulier godsdienstig leven weinig te
bewonderen― vorst, heeft zich Bulgarije met een onbegrijpelijke
snelheid stoffelijk en zedelijk ontwikkeld. Het is een zeer
bloeiende en op alle gebied voortreffelijk ingerichte staat
geworden. Het beschikt over een uitstekend leger dat op oorlogsvoet
350.000 man op de been kan brengen. Hoofdzakelijk echter is de
vooruitgang van Bulgarije aan 't volk zelf te danken.
De Bulgaren zijn werkzaam, praktisch en schrander en hechten de
hoogste waarde aan het onderwijs.
De voornaamste voortbrengselen en de uitvoerartikelen van Bulgarije
zijn: granen, wol, hout, rozenolie en talk.
Bulgarije telt 4.329.100 zielen waarvan 3.344.800 (80kristenen - orthodoxen; 603.870 (15(0,9van Bulgarije wonen nog een paar miljoen Bulgaren, die in het
binnenland van Macedonië en Thracië de groote
meerderheid der bevolking uitmaken. Om deze stamgenoten van het
vreeselijke Turksche juk te bevrijden ―een Bulgaarsch
minister verklaarde dat men van Adrianopel tot Sofia
de grond kan beleggen met door den Turk vermoorde vrouwen,
mannen en kinderen van Bulgaren en hunne Macedonische
broeders― hebben de Bulgaren nu de wapenen opgenomen... Men
weet met welken uitslag.
De Serviërs.
De Serviërs vormen met de Slovenen en met de Kroaten
―welke laatste katholiek zijn― eene onderverdeeling van de
Zuiderslaven, die in de VIIe eeuw in de Zuid-Oostenrijksche
landsterken aanlandden. Na eenigen tijd onafhankelijk te zijn
geweest werden ze weldra door den keizer van Konstantinopel
onderworpen.
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
In 1043 echter schudden zij de Byzantijnsche heerschappij voor goed
af en vormden zij een eigen rijk, dat onder Tsaar Stephanus Doeschan (1336 - 1356) een hoogen trap van macht en bloei
bereikte. De zoo bloeiende staat maakte echter weer de
begeerlijkheid van den Turk gaande. In 1389 kreeg men den oorlog en
het was met Servië voor goed gedaan. Wel bleef men langen tijd
den Turk met behulp der Hongaren voortdurend bestoken, maar in 1522
viel Belgrado. Ook het Hongaarsche leger werd verslagen en de
groote helft van Hongarije werd zelf een Turksche provincie.
Zoo was Servië voor goed onder den Turk gekomen en sultan Mahomed
II stelde alles in het werk om alle nationaliteistsgevoel uit de
harten der Serviërs te bannen. Hij richtte een geweldig bloedbad
aan onder de adellijke Servische geslachten waaraan geen enkel man
ontkwam. Doch, evenals bij alle volkeren in alle tijden, bleek ook
hier het nationaliteitsgevoel onuitroeibaar. Onder de meest
wreedaardige verdrukking bleef het vuur steeds smeulen en sloeg
weldra tot hooge vlammen op. Evenals bij ons indertijd, kwam ook
daar een boerenkrijg. Hun hoofdman was een gewezen baanstroper door
de Turken Zwarte George2 genoemd.
In den beginne behaalden de Servische boeren groote overwinningen
en namen zij zelfs Belgrado terug in. Doch na verloop van tijd
bleken ze tegen de Turksche legers niet bestand; Zwarte George
moest in 1813 de wijk nemen naar Oostenrijk.
Drie jaren later echter stonden de ontembare Servische boeren weer
op, ditmaal onder het bevelhebberschap van den gewezen
varkenshoeder Milosch Obrenovitch, die de Turken uit het land
dreef. Servië werd toen weer een onafhankelijke staat en in 1819
werd Milosch Obrenovitch als vorst van Servië gekroond.
Langzamerhand kregen de Serviërs zoo'n hoog gedacht van hunne
sterkte, dat zij Turkije in 1876 aanvielen. Hetgeen hun echter
tegen sloeg, daar ze geheel werden verslagen. De mogendheden kwamen
tusschen beide ― dank waaraan Servië onafhankelijk bleef.
Servië telt 2.922.100 inwoners. Er bevinden zich in het rijk
ongeveer 89.000 Roemeniërs en 46.200 zigeuners. De meesten zijn
Grieks-orthodoxe christenen; er zijn 13.367 mahomedanen, 4.178
katholieken en 5.048 joden.
Mogen we de berichten gelooven dan zal er in de toekomst voor het
katholicisme groote vrijheid heerschen. Koning Peter zou namelijk
aan den katholieken bisschop van Uskub gezegd hebben dat een van
zijn eerste zorgen zal zijn, na het eindigen van den oorlog, zich
tot Rome te wenden, om zich te verstaan met den Heiligen Stoel over de positie der katholieken in deze streken. De vrees
voor een algeheele doorvoering der Slavische gedachten zou geheel
ongegrond zijn.
De voornaamste voortbrengselen en uitvoerartikelen van Servië
zijn: graan, pruimen, varkens, wijn en huiden.
Het Grieksche volk.
De roemrijke geschiedenis verhalen van het oude Griekenland
zou ons te ver voeren. We bepalen ons tot een paar hoofdstukken uit
de nieuwere geschiedenis.
Van de oude Grieksche bevolking is weinig overgebleven. Na
gedurende 12 eeuwen herhaaldelijk veroverd en verwoest te zijn
geweest is er eene zeer gemengde bevolking gekomen. Opmerkelijk mag
het heeten dat deze volksstammen die zich in Griekenland kwamen
vestigen zeer gedwee de taal, de zeden en den godsdienst van de
oorspronkelijke Grieken overnamen. Zoodat er in al dat mengelmoes
toch een zekere eenheid kwam, waarvan meermalen de
gemeenschappelijke taal de stevigste band is gebleken.
In het Oost-Romeinsche rijk, waarvan Konstantinopel de
hoofdstad was, kregen de Grieken spoedig de bovenhand. Het
Latijn werd door het Grieksch verdrongen. Maar toen begon voor
hen een langdurige strijd, nu tegen Arabieren en Slovenen, dan
tegen Turken uit Klein-Azië, die tien eeuwen duurde.
Eindelijk tegen de kruisvaarders, die Konstantinopel innamen
en daar een halve eeuw regeerden.
Toen kwamen de Turken uit Azië die de Grieken terug dreven
en ook Konstantinopel innamen in 1452.
Vier eeuwen lang zuchtten de Grieken onder de heerschappij der
Turken, tot de Grieken het niet meer konden verkroppen en in 1821
tegen den Turk opstonden. Deze opstand stelde alsdan een einde aan
de heerschappij van den Turk, en Griekenland werd een
onafhankelijken staat.
Het eiland Kreta bleef aan de Turken, waarop steeds
oneenigheid heerschte. In 1862 kregen de Grieken nog de
Ionische Eilanden. Het Kongres van Berlijn in 1878 gaf
hun nog een gedeelte van Epirus en Thessalië.
Griekenland heeft 2.631.000 inwoners. Het getal Grieken is op een
zestal miljoen geschat. 2 1/2 miljoen Grieken zijn alzoo onderdanen
van Turkije.
Ongeveer 2 miljoen Grieksche onderdanen belijden den
Grieksch-Orthodoxen godsdienst, er zijn 24.000 Mahomedanen, 20.000
andere kristenen en 8.350 Joden.
In vredestijd telt het leger 32.250; in oorlogstijd 115.200 man. De
vloot bestaat uit 30 schepen met 206 vuurmonden, waaronder 4
pansterschepen en 23 torpedobooten.
De voornaamste voortbrengselen en uitvoerartikelen zijn krenten,
vijgen, wijn, olijfolie, tabak, erts en sponzen. De Grieken zijn
voortreffelijke handelaars, hun koopvaardijvloot is de voornaamste
in het Oosten.
Ze zijn hoogmoedig en twistziek, maar zooals geen ander volk
hechten zij aan hun vaderland.
Alf. Martens.
|