Vorige: De oorlog op den Balkan(4).   Omhoog: Balkan.   Volgende: De oorlog op den Balkan(6).
Inhoudsopgave   Index


De oorlog op den Balkan(5).


Gepubliceerd op 23 november 1912

Nu de verschillende Balkanstaten aan den wereld getoond hebben tot wat de vaderlandsliefde, de onversaagdheid en tevens de ingeboren haat van een klein volk in staat zijn, nu zich dit kleine volk straks zal opwerpen als eene groote mogendheid ―de zevende van Europa― zal het voor niemand ongetwijfeld van belang ontbloot zijn, iets meer over de ontwikkeling en de geschiedenis hunner landen te vernemen.
Het is vanzelfdsprekend dat we op het historisch oogenblik waarop een groot rijk uit Europa gaat verdwijnen, in gedachten terugkeren naar de bewerkers en de voorbereiders van de groote veranderingen, die het geschiedboek zal ondergaan. Beurtelings zullen we elk land de revue laten passeren en in breede trekken de voornaamste en meest interessante brokken er uit pikken.

De Bulgaren.

BulgaarseSoldaten Zooals te voorzien was, hebben tot hiertoe de Bulgaren de hoofdrol gespeeld in den Balkanoorlog. Zij waren veruit de machtigsten van alle verbonden Balkanstaten. De Bulgaren waren oorspronkelijk een zwervend Toeraneesch volk. Langzamerhand vermengden zij zich met de Slaven, wier taal en zeden zij aannamen, zodat zij naar verloop van tijd een echt Slavisch volk werden.
Reeds in de vijfde eeuw hadden zij een onafhankelijken staat gevormd, die waarlijk tijden van grootheid en roem kende. Maar toen de Byzantijsche keizers van Konstantinopel aanstalten maakten om het binnenland te veroveren begon er voor hen een langdurige krijg. Alhoewel zij dikwijls streden met gunstige oorlogskansen, werden zij in 1018 onderworpen.
GeneraalNitchef Het Byzantijnsche juk woog hun echter te zwaar op de schouders; zij haakten naar vrijheid en bevochten deze in 1186. Zeer lang echter zou deze vrijheid weer niet duren; na nog veschillende oorlogen gevochten te hebben tegen de Byzantijnen, kwam in de XIVe eeuw de allesoverrompelende Turk, die ook Bulgarije inpalmde...

Van dan af begint de vreeselijke lijdensgeschiedenis van dit volk. Op eene afschuwelijke wijze werden de Bulgaren verdrukt. Hiervoor leenden zich niet alleen de Muzelmansche meesters en waardigheidsbekleeders, maar ook de Grieksche bischoppen en priesters, die uit Constantinopel1 werden gezonden en de Bulgaarsche taal niet kenden. In scholen en kerken werd dus het Bulgaarsche volk intellectueel verdrukt en poogde men alles te vergriekschen, op dezelfde manier zooals de Vlaamschhaters ons Vlaamsche volk trachtten te verfranschen.
Deze verdrukking duurde ongeveer vijf eeuwen lang, zoodat niemand aan een Bulgaarsch volk meer dacht...
Doch het oude nationale gevoel bleef smeulen onder de assche. In 1840 stond er een monnik op, Paysy genaamd, die een geestdriftige geschiedenis van Bulgarije schreef in de volkstaal. Dit boek baarde opzien, het werd door het volk verslonden en speelde ongeveer dezelfde rol als “De Leeuw van Vlaanderen” in ons eigen land. Het nationaliteitsgevoel werd wakker geschud, er ontstond eene geweldige volksbeweging om te komen tot de oprichting van Bulgaarsche scholen en om de Grieken uit de kerken te verdrijven.
GeneraalSavoff In 1876 brak er een opstand uit, die echter jammerlijk in een ware zee van bloed gesmoord werd. Doch niet in Bulgarije alleen, maar ook heel Europa werd toen wakker geschud. De mogendheden hadden met afschuw, door de stem van Gladstone, de Turksche wreedheden vernomen en drongen bij de Turken aan om hervormingen in te voeren. De pogingen der mogendheden stuitten op heftigen tegenstand, niettemin werd er door de Turken aan Bulgarije een nationale patriarch toegestaan.
Ongeveer op hetzelfde tijdstip ontstond er een meer radikale en revolutionaire beweging, die de volledige bevrijding van Bulgarije wilde. In 1878 was deze beweging zoo heftig geworden dat Bulgarije als een onafhankelijke, doch aan Turkije nog schatplichtige staat werd uitgeroepen.
Van Turksche zijde waren de oorlogsgevaren toen vrijwel geweken, maar toen wilde zich de Servische dwingeland Milan meester van Bulgarije maken. De Bulgaren sloegen hem echter terug en zonder de tusschenkomst van Oostenrijk zouden ze hem zeker vermorzeld hebben. Weinige jaren later kregen de Bulgaren ruzie met Rusland en schenen reddeloos verloren te zijn, toen de dappere Stamboulov ―de Bulgaarsche Bismarck― opstond, en het land van eene wisse ondergang redde.
Op 7 Juli 1887 werd de kroon aan Prins Ferdinand van Saksen-Coburg-Kohary gegeven. Onder het beheer van dezen ―overigens in zijn particulier godsdienstig leven weinig te bewonderen― vorst, heeft zich Bulgarije met een onbegrijpelijke snelheid stoffelijk en zedelijk ontwikkeld. Het is een zeer bloeiende en op alle gebied voortreffelijk ingerichte staat geworden. Het beschikt over een uitstekend leger dat op oorlogsvoet 350.000 man op de been kan brengen. Hoofdzakelijk echter is de vooruitgang van Bulgarije aan 't volk zelf te danken.

De Bulgaren zijn werkzaam, praktisch en schrander en hechten de hoogste waarde aan het onderwijs.
De voornaamste voortbrengselen en de uitvoerartikelen van Bulgarije zijn: granen, wol, hout, rozenolie en talk.
Bulgarije telt 4.329.100 zielen waarvan 3.344.800 (80kristenen - orthodoxen; 603.870 (15(0,9van Bulgarije wonen nog een paar miljoen Bulgaren, die in het binnenland van Macedonië en Thracië de groote meerderheid der bevolking uitmaken. Om deze stamgenoten van het vreeselijke Turksche juk te bevrijden ―een Bulgaarsch minister verklaarde dat men van Adrianopel tot Sofia de grond kan beleggen met door den Turk vermoorde vrouwen, mannen en kinderen van Bulgaren en hunne Macedonische broeders― hebben de Bulgaren nu de wapenen opgenomen... Men weet met welken uitslag.

De Serviërs.

De Serviërs vormen met de Slovenen en met de Kroaten ―welke laatste katholiek zijn― eene onderverdeeling van de Zuiderslaven, die in de VIIe eeuw in de Zuid-Oostenrijksche landsterken aanlandden. Na eenigen tijd onafhankelijk te zijn geweest werden ze weldra door den keizer van Konstantinopel onderworpen.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  In 1043 echter schudden zij de Byzantijnsche heerschappij voor goed af en vormden zij een eigen rijk, dat onder Tsaar Stephanus Doeschan (1336 - 1356) een hoogen trap van macht en bloei bereikte. De zoo bloeiende staat maakte echter weer de begeerlijkheid van den Turk gaande. In 1389 kreeg men den oorlog en het was met Servië voor goed gedaan. Wel bleef men langen tijd den Turk met behulp der Hongaren voortdurend bestoken, maar in 1522 viel Belgrado. Ook het Hongaarsche leger werd verslagen en de groote helft van Hongarije werd zelf een Turksche provincie.

KaartOorlogsterreinAdrianopel Zoo was Servië voor goed onder den Turk gekomen en sultan Mahomed II stelde alles in het werk om alle nationaliteistsgevoel uit de harten der Serviërs te bannen. Hij richtte een geweldig bloedbad aan onder de adellijke Servische geslachten waaraan geen enkel man ontkwam. Doch, evenals bij alle volkeren in alle tijden, bleek ook hier het nationaliteitsgevoel onuitroeibaar. Onder de meest wreedaardige verdrukking bleef het vuur steeds smeulen en sloeg weldra tot hooge vlammen op. Evenals bij ons indertijd, kwam ook daar een boerenkrijg. Hun hoofdman was een gewezen baanstroper door de Turken Zwarte George2 genoemd. In den beginne behaalden de Servische boeren groote overwinningen en namen zij zelfs Belgrado terug in. Doch na verloop van tijd bleken ze tegen de Turksche legers niet bestand; Zwarte George moest in 1813 de wijk nemen naar Oostenrijk.
Drie jaren later echter stonden de ontembare Servische boeren weer op, ditmaal onder het bevelhebberschap van den gewezen varkenshoeder Milosch Obrenovitch, die de Turken uit het land dreef. Servië werd toen weer een onafhankelijke staat en in 1819 werd Milosch Obrenovitch als vorst van Servië gekroond.
Langzamerhand kregen de Serviërs zoo'n hoog gedacht van hunne sterkte, dat zij Turkije in 1876 aanvielen. Hetgeen hun echter tegen sloeg, daar ze geheel werden verslagen. De mogendheden kwamen tusschen beide ― dank waaraan Servië onafhankelijk bleef.

VersterkingenAdrianopel Servië telt 2.922.100 inwoners. Er bevinden zich in het rijk ongeveer 89.000 Roemeniërs en 46.200 zigeuners. De meesten zijn Grieks-orthodoxe christenen; er zijn 13.367 mahomedanen, 4.178 katholieken en 5.048 joden.
Mogen we de berichten gelooven dan zal er in de toekomst voor het katholicisme groote vrijheid heerschen. Koning Peter zou namelijk aan den katholieken bisschop van Uskub gezegd hebben dat een van zijn eerste zorgen zal zijn, na het eindigen van den oorlog, zich tot Rome te wenden, om zich te verstaan met den Heiligen Stoel over de positie der katholieken in deze streken. De vrees voor een algeheele doorvoering der Slavische gedachten zou geheel ongegrond zijn.

De voornaamste voortbrengselen en uitvoerartikelen van Servië zijn: graan, pruimen, varkens, wijn en huiden.

Het Grieksche volk.

ConstantijnGriekenland De roemrijke geschiedenis verhalen van het oude Griekenland zou ons te ver voeren. We bepalen ons tot een paar hoofdstukken uit de nieuwere geschiedenis.
Van de oude Grieksche bevolking is weinig overgebleven. Na gedurende 12 eeuwen herhaaldelijk veroverd en verwoest te zijn geweest is er eene zeer gemengde bevolking gekomen. Opmerkelijk mag het heeten dat deze volksstammen die zich in Griekenland kwamen vestigen zeer gedwee de taal, de zeden en den godsdienst van de oorspronkelijke Grieken overnamen. Zoodat er in al dat mengelmoes toch een zekere eenheid kwam, waarvan meermalen de gemeenschappelijke taal de stevigste band is gebleken.
ZichtPlatgebrandDorp In het Oost-Romeinsche rijk, waarvan Konstantinopel de hoofdstad was, kregen de Grieken spoedig de bovenhand. Het Latijn werd door het Grieksch verdrongen. Maar toen begon voor hen een langdurige strijd, nu tegen Arabieren en Slovenen, dan tegen Turken uit Klein-Azië, die tien eeuwen duurde. Eindelijk tegen de kruisvaarders, die Konstantinopel innamen en daar een halve eeuw regeerden.

Toen kwamen de Turken uit Azië die de Grieken terug dreven en ook Konstantinopel innamen in 1452.
Vier eeuwen lang zuchtten de Grieken onder de heerschappij der Turken, tot de Grieken het niet meer konden verkroppen en in 1821 tegen den Turk opstonden. Deze opstand stelde alsdan een einde aan de heerschappij van den Turk, en Griekenland werd een onafhankelijken staat.
HavenDedeagach Het eiland Kreta bleef aan de Turken, waarop steeds oneenigheid heerschte. In 1862 kregen de Grieken nog de Ionische Eilanden. Het Kongres van Berlijn in 1878 gaf hun nog een gedeelte van Epirus en Thessalië.

Griekenland heeft 2.631.000 inwoners. Het getal Grieken is op een zestal miljoen geschat. 2 1/2 miljoen Grieken zijn alzoo onderdanen van Turkije.
Ongeveer 2 miljoen Grieksche onderdanen belijden den Grieksch-Orthodoxen godsdienst, er zijn 24.000 Mahomedanen, 20.000 andere kristenen en 8.350 Joden.
In vredestijd telt het leger 32.250; in oorlogstijd 115.200 man. De vloot bestaat uit 30 schepen met 206 vuurmonden, waaronder 4 pansterschepen en 23 torpedobooten.
De voornaamste voortbrengselen en uitvoerartikelen zijn krenten, vijgen, wijn, olijfolie, tabak, erts en sponzen. De Grieken zijn voortreffelijke handelaars, hun koopvaardijvloot is de voornaamste in het Oosten.
Ze zijn hoogmoedig en twistziek, maar zooals geen ander volk hechten zij aan hun vaderland.

Alf. Martens.



Voetnoot

...Constantinopel1
de auteur schrijft in hetzelfde artikel Constantinopel zowel met een “C” als met een “K”; dit maar om aan te geven dat het geen slordigheid van mijnentwege is... (Pros)
...George2
“Zwarte George” is in het Servisch “Kara George”. Vandaar de familienaam Karageorgewitch door zijne afstammelingen aangenomen.


Vorige: De oorlog op den Balkan(4).   Omhoog: Balkan.   Volgende: De oorlog op den Balkan(6).
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009