|
Vroeger bracht het woord Montmartre ons een heerlijke reeks
prachtige beelden in den geest. Dan rezen voor ons op, de ontelbare
grooten van Frankrijk: koningen, kunstenaars, staatslieden
en andere figuren, waarnaar eene geheele wereld bewonderend heeft
opgezien, en die nu rusten onder de prachtige monumenten van
Montmartre's kerkhof.
Dan trokken ons voorbij schitterende wapenfeiten en dan dachten we
aan de laatste stuiptrekkingen van een heerlijk volk, dat hier in zijn
laatste versterking door de mogendheden werd neergeveld.
Dan zagen we oprijzen, de prachtige kerk van het H. Hart,
voleindigd in 1895, die Frankrijk's boetekerk en glorie-kathedraal
tevens is geworden.
Thans doet ons het woord Montmartre denken aan een broeinest van de
gruwelijkste zonden en de laagste misdaden. Montmartre is de meest
beruchte buurt ter wereld geworden. Daar hebben de sensatiewekkende
dagbladen, de moord- en ontuchtromans en de vieze schaamtelooze
straatliedjes voor gezorgd.
Montmartre is voor den vreemdeling het Apachenkwartier, waar
men niet veilig is. Het wordt hem aangeduid als de wijk van plezier, van
ontucht en van schande. En wanneer gij er binnentreedt den door de
deuren der helverlichte danszalen,
cabarets en andere inrichtingen van
vermaak, het laaiende wufte orgelmuziek en het hossend jejoel der
uitgelaten menigte hoort, dan zou men ook niet anders denken. En toch
is dit Montmartre niet.
Want al is het waar dat des nachts de zonde en ontucht in dit kwartier
hoogtij vieren en al hebben sommigen zijner cabarets zooals de
“Moulin Rouge”, “Le Ciel” en “L'Enfer” eene
wereldvermaardheid gekregen, toch mag Montmartre naar zijne
nachtelijke slemppartijen en uitspattingen niet gemeten worden,
want de berg, die in 't Noorden Parijs afsluit en beheerscht, is
wel wat anders dan het mondaine kwartier.
| |
Onze mooie fotos geven daar wel een denkbeeld van. Dat eigenlijk
Montmartre, waar naast een internationale menigte van studenten en
schilders en kunstenaars van allerlei soort, een nijvere, werkzame,
eenvoudige bevolking leeft, is een dorp apart. Doen onze
fotos met den typischen “Moulin de la Galette”, met de schilderachtige “rue St. Vincent”,
die daar zoo fraai tusschen de
tuinmuren den berg opkronkelt en met
het huisje waarvoor de man zijn dagblad zit te lezen, niet wanen, dat we
ergens op een buitendorpje onzer Ardennen zijn.
Dit alles zal nu, naar men zegt, moeten verdwijnen...
De wereldstad gaat zich uitbreiden, hooge huurkazernes zullen er
komen, breede straten en groote winkels. Het meest pittoreske
gedeelte van Parijs zal door de stad worden opgeslokt. Het typische
Montmartre zal verdwijnen. Maar 't zondige Montmartre zal blijven!
Montmartre is zooals men weet gelegen op eene hoogte, die ten tijde van
de Romeinen een aan Mars gewijden tempel droeg, ten
gevolge waarvan zij den naam van Mons Martis ontving. Later
ontving zij den naam Mons Martyrum.
Sedert 1133 verhief zich op de Montmartre een rijke, door
bedevaartgangers bezochte abdij der Benedictijnen, welke
gedurende de Revolutie opgeheven, doch in den laatsten tijd hersteld
werd.
Toen in 1814 de Verbonden Mogendheden in Frankrijk vielen, deed
Napoleon I den Montmartre versterken en den 30en Maart van dat
jaar had er een bloedigen veldslag plaats, waarop de capitulatie van
Parijs volgde.
In 1865 werden er de vestingswerken ter beveiliging der hoofdstad
uitgebreid, maar na verdediging aan de Engelschen overgegeven.
Bij den opstand der Commune in 1871 werd die hoogte door de
oproerlingen bezet en van batterijen voorzien.
In 1895 werd de nieuwe kerk van het Heilig Hart van Jezus op den
Montmartre voltooid.
|