Vorige: Oostenrijk-Hongarije - de toestand in Turkije.   Omhoog: Balkan.   Volgende: De Turksche kruiser “Hamidieh”.
Inhoudsopgave   Index


Montenegro en de Montenegrijnen.

Gepubliceerd op 8 maart 1913

KoningMontenegro1 Het eerste land dat den reusachtigen krijg op den Balkan heeft aangepakt, was Montenegro, een landeken nauwelijks merkbaar op de kaart van Europa...
En deze dwerg zette den kamp in met zooveel stoutmoedigheid, zooveel snelheid en onvergelijkbare dapperheid in 't uitvoeren der krijgsbewegingen in, dat menigeen er verbaasd over stond. Wie echter de roemvolle geschiedenis kent van dat volkje, dat immer de macht van den Islam tarten durfde, vond het bericht, dat Prins Peter, de jongste zoon van Koning Nicolaas, op 9 October 1912, naamdag van den Koning, zijn vader, ten 8 uren, het eerste kanonschot loste, nadat zijn vader het kruisteeken had gemaakt, heel natuurlijk 1.

Montenegro werd tot hiertoe nooit overwonnen. 't Is waar, de natuur heeft wonderen verricht om dat plekje tegen alle aanvallen te verdedigen; een Montenegrijnsche legende zegt het ons:

“Toen God de wereld schiep, trok Hij door het luchtruim met een zak, waarin de bergen waren. Hij zaaide ze met volle hand waar 't Hem beliefde... Doch de zak scheurde2, en een vervaarlijke massa zwarte bergen stortte hier neer: en alzo werd Tzerna-Gora geschapen.”

PrPeter Tzerna-Gora beteekent in de Servische taal ―welke ook die van Montenegro is― “Zwarte Berg”; Montenegro is er de Italiaansche vertaling van.
In dien warboel van de schier ontoegankelijke rotsen zijn de Montenegrijnen tegen elken inval beschut. Telkenmale de Turken gepoogd hebben er binnen te dringen, werden al de bergpaden bezaaid met hun lijken. Evenals in Zwitserland is er de krijgsdienst niet ingericht. De Montenegrijn oefent zich ―evenals de Zwitser― op eigen hand in den wapenhandel... en wordt soldaat als de verdediging des lands het vordert. Kenschetsend is de wensch tot elken nieuwgeboren Montenegrijn gericht: “Moget gij niet op uw bed sterven!

MontenegrVoetvolk De geschiedenis van Montenegro bestaat uit een onafgebroken reeks oorlogen tegen de Turken. Het landeken dankt zelfs zijnen oorsprong aan een oorlog, waarvan de herinnering als 'n heilig pand bewaard blijft. Amurat I, een sultan der Turken, die in 1360 den Hellespont of zeeëngte der Dardanellen, voorbij trok, en Adrianopel veroverde, bracht het Grieksche keizerrijk geweldige slagen toe. Zoo verre ging het, dat de Grieken beloofden in den schoot der Roomsch-Katholieke kerk te treden en een eind te stellen aan de scheuring van het Oosten, opdat het Westen hun ter hulp zou komen. De pauzen Urbanus V en Gregorius XI deden eenen kruistocht prediken, waaraan de Hongaren, de Polen en de Franschen deelnamen. Jan zonder vrees, hertog van Burgondië, ging echter zoo roekeloos te werk, dat de strijd in het voordeel der Turken afliep.
Bajaret I, zoon en opvolger van Amurat I, breidde voortdurend het Ottomaansche rijk in Europa uit. In 1369 versloeg hij de Serviërs te Kossovo. Daar sneuvelde Lazaro, de laatste Servische keizer, en met hem de kern van het leger.
Een enkele Servische vazal, prins Zenta, behield zijne onafhankelijkheid, doordat hij zich met een handvol dapperen verschansen kon in de bergachtige streek tusschen de bergkruinen van Herzegovina en het meer van Scutari. Enige honderden Serviërs, die te Kossovo ontsnapt waren, gelukten er in zich bij Zenta aan te sluiten en onder zijn gezag het nieuwe rijk te stichten, dat zij Tzerna-Gora noemden.
Toen het vorstenhuis van Zenta uitgestorven was, ging het gezag over tot Czernovitch, die den strijd tegen den Turk hedhaftig en met welgelukken voortzette.

Toen Joris V, een afstammeling van Czernovitch, zijn heerschappij afgestaan had aan Babylas, bisschop van Cettinje, werd Montenegro van 1516 tot 1861 door prinsbischoppen geregeerd. Deze waren niet minder krijgshaftig dan hun wereldlijke voorgangers. Hoor slechts:
MontenegrBerggeschut In 1806 waren de Franschen tot aan de Montenegrijnsche grens geraakt. De prinsbisschop, Peter I, verzamelde een leger, en, als huldeblijk aan den Russischen Keizer, die met Napoleon in oorlog was, zonder de minste uitdaging vanwege de Franschen, ging hij deze te Ragusa belegeren. Vervolgens viel hij den vijand aan te Breno. De Franschen moesten de streek ontruimen, ontelbare dooden achterlatende. De Montenegrijnen waren echter weinig beschaafd. Elken vijand die ze op hun weg ontmoetten, sneden zij het hoofd af, onverschillig of deze gevangen, gekwetst of reeds dood was. Zelfs de gekwetste generaal Delgorgue onderging dit vreeschelijk lot. Talrijke hoofden van Franschen werden naar Cettinje gezonden, om er op den Toren der Turken geplaatst te worden. Die toren werd aldus genaamd, omdat er gewoonlijk de hoofden der verslagen Turken op geplaatst werden, als versiering. Wanneer van die hoofden nog enkel de kale schedels overbleven, dan dienden ze bij het bolspel! Zelfs bij het vermaak werd de haat tegen den vijand aangevuurd.

GeneraalKonkovitch Men verhaalt, dat een Fransch reiziger, die rond 1850 Montenegro bezocht, deze akelige scherts mocht horen: “De Franschen zijn voorzeker lichtzinnig; doch al zijn hunne koppen licht, ze bollen toch goed.”
Napoleon kon dien hoon en de neederlaag zijner troepen niet verkroppen. Hij zond Marmont met een groote krijgsmacht om de Montenegrijnen uit hunne bergen te verdrijven. Doch intusschen werd de vrede met Rusland te Tilsitt gesloten; en alzoo kwam er een eind aan de vijandelijkheden. Sedert dien tijd hebben de Montenegrijnen uitsluitend tegen de Turken en dezer bondgenooten gestreden. Geen gelegenheid lieten zij ontsnappen om de wapens op te nemen tegen den erfvijand.

De Montenegrijnsche kronijken, de legenden, gedichten en volksliederen vermelden den roem der vaderlandsche helden, die als de grootste Turkendooders bekend staan. Eerst kwam Ivan de Zwarte, die Mahomet II, de veroveraar van Constantinopel, het beleg van Scutari deed opbreken en de Turksche strijdmacht vernietigde in de bergpassen van Keinvooska.
Toen Danilo I, de stichter van het thans regeerende geslacht der Petrovitch, die op Kerstnacht van 1702 een algemeene slachting bevool onder de Turken, welke zich op Montenegrijnsch grondgebied gevestigd hadden; en die in 1712 een Turksch leger van 70.000 man verpletterde en 30.000 vijanden in den slag van Karevlatz deed sneuvelen.
Toen Slava, die in 1768 met 10.000 Montenegrijnen een leger van 130.000 Turken en Venetianen op de vlucht dreef.
Toen Danilo II, oom en voorganger van den thans regeerenden Nicolaas I, die in 1853 opvolgentlijk vijf Turksche legers versloeg, welke langs verschillende kanten poogden het land te overweldigen; en die in 1858 te Grahovo een Turksch leger insloot, dat 4.000 dooden achterliet.

(Naar het begin van de volgende kolom)

 

KoningMontenegro2 En de huidige koning Nicolaas of Nikita, in de landstaal... O, die is zijner voorvaderen geheel en al waardig. Pas op den troon gestegen, bood hij in 1862 zegepralend met 25.000 zijner manschappen het hoofd aan 100.000 Turken. In 1876, tijdens den Russisch-Turkschen oorlog, wist hij van de Turken vergrooting van zijn grondgebied af te dwingen langs den Zuidkant, zoodat Montenegro thans een twintigtal kilometers zeekust bezit. En thans zien wij den grijzen koning voor de derde maal den erfvijand bestrijden.
Doch, hoe is er het vorstelijk gezag opnieuw in wereldlijke handen geraakt? Danilo II, die zijn oom Peter II opgevolgd was, veranderde ―met toestemming des volks― de troonopvolging, welke voortaan erfelijk zou wezen, en op wereldlijke personen berusten. Wijl Danilo II slechts een dochter naliet, werd zijn neef, Nicolaas Petrovitch, met het vorstelijk gezag bekleed op 14 Augustus 1860. Deze was de eerste van zijn geslacht die zich in betrekking stelde met de beschaafde wereld. Hij studeerde aan het lyceum van Lodewijk den Groote, te Parijs, waar hij de andere volken leerde kennen en waardeeren zonder het zijne te minachten. Sedert zijne troonbestijging heeft hij zijn landeken fel in aanzien doen stijgen. Aanvankelijk een prinsdom, is het in 1905 door Nicolaas I tot grondwettelijk koninkrijk verheven. Dank aan zijn voorzichtig en wijs bestuur en zijne verlichte staatkunde, wordt die kleine koning als een groot man geteld. Zijn huis is met verscheidene Europeesche vorstenfamiliën verwant door huwelijken zijner kinderen. Ziehier overigens de samenstelling van zijn huis:

Nicolaas I, geboren op 22 September 1842 en gehuwd met Milena Vricotitch, in 1860.
Kinderen:
  • Militza, 1866, gehuwd met Peter-Nicolaas van Rusland.
  • Stana, 1867, gehuwd met Joris van Leuchtenberg.
  • Danilo, 1871, gehuwd met Jutta van Mecklemburg-Strelitz.
  • Helena, 1872, gehuwd met Victor-Emmanuel III, koning van Italië.
  • Anna, 1874, gehuwd met J. von Battenberg.
  • Mirko, 1879, gehuwd met Nathalie Constantinovitch.
  • Henia, 1881
  • Vera, 1887
  • Peter, 1889

MontenegroMap In zijn tegenwoordigen toestand is Montenegro begrensd door Oostenrijk-Hongarije, Dalmatië en Herzegovina, Turkije, het sandjak3 Novibazar en Albanië, en de Adriatische zee.
Zijne uitgestrektheid bedraagt 9.000 vierkante kilometers, en zijne bevolking 250.000 inwoners; het zij 27 per vierkante kilometer. De hoofdstad Cettinje telt slechts 4.350 inwoners.
Het land bestaat uit hoogvlakten met diepe valleien doorsneden, waarin maïs en fruitboomen groeien. De talrijke bergen, wier zwarte spitsen tot ruim 2.500 meters boven den zeespiegel uitsteken, zijn met dichte wouden bedekt. Buiten den landbouw, houdt het volk zich bezig met verschillende nijverheden: was en honing, kaas, siropen. Zijn handel bedraagt 10.000.000 fr. De Oostenrijksche munt is het meest in omloop. Door de zeehavens Dulcigno en Antivari, heeft Montenegro toegang tot de Adriatische zee. De Montenegrijnen spreken de Servische taal. Behalve 4.000 Roomsch-katholieken en 4.000 Mahomedanen, behoren zij tot den Griekschen eredienst.

Cettinje Als uitbreiding van grondgebied na den Balkan-oorlog verlangt Montenegro de aangrenzende helft van het sandjak Novibazar4, alsook een deeltje van Albanië met de stad Scutari.

Montenegro bestaat dus sedert 1369... De zes eeuwen van aanhoudenden strijd hebben dat volk met heldenmoed bezield en zijn karakter met ontembare dapperheid gestaald. Alles getuigd er van ruwe kracht en barsch geweld, tot zelfs de wetten. In 1854 gaf Danilo II een wetboek, dat thans nog van kracht is. Sommige bepalingen weerspiegelen wondergoed den aard des volks. Als voorbeeld enkele artikelen:
“Als er een lafaard wordt gevonden, zal men hem zijne wapens afnemen; en heel zijn leven lang zal hij er geen meer mogen dragen noch eenig aanzien genieten. Darenboven zal men hem vrouwenvoorschoot om het lijf binden, om duidelijk te doen zien dat in zijne borst geen mannenhart meer klopt.”
De gewoonte om lafaards met een vrouwenvoorschoot te omgorden, dagteekent van 1832. De Montenegrijnen hadden het eiland Salkovina bemachtigd en onder eenige boeren verdeeld, die het gingen bewerken. Om hunne machtelooze woede te koelen, beschoten de Turken het eiland met hunne kanonnen, vanuit het fort Jabliah. Aldus werd nu en dan een Montenegrijnse boer neergeveld in de groeve, welke hij met de ploeg gemaakt had. Heel natuurlijk was het, dat sommigen uit vrees nalieten het land te gaan bewerken. Daarom werd bepaald dat, wie ook zijn werk zou verlaten uit vrees voor de kogels, een boet van 20 talaris zou betalen, en met een vrouwenvoorschoot zou omgord worden, tot teeken van lafheid.
Hoor nu verder: “Wie een Tzerna-Goriaan met den voet geschopt, of met den tschibouk zal geslagen hebben, zal 50 ducaten boet betalen. Indien de beleedigde zijnen beleediger doodt in een oogenblik van gramschap, zoo zal hij vrij wezen van alle verantwoordelijkheid; alsof 't een dief betrof, op heeterdaad betrapt.”
PaleisMontenegro En de Montenegrijnsche vrouwen? O, die koesteren jegens den erfvijand dezelfde gevoelens als de mannen. Tijdens de oorlogen van 1862, 1876-1877, 1888 en 1912, waren zij gelast met de bevoorrading des legers. Over ruwe, schier ontoegankelijke paden dragen zij op hunne hoofden schietvoorraad en levensmiddelen. In vredestijd leven zij, met hun groote donkere oogen, in een staat van stille onderworpenheid, waarvan wij, beschaafden, ons geen gedacht kunnen vormen. Ofschoon zij in tijd van gevaar onschatbare diensten bewijzen tot verdediging des vaderlands, worden zij in het gewone leven behandeld met eene bijna gemeene onbeschoftheid, waaraan zij gewoon blijken te zijn en welke hen niet ergert.

Hoor liever:

Een herbergier in de omstreken van Cettinje had een beeldschone dochter, Gordanna. Tusschen de velen die haar hart bestormden en naar haar hand dongen, nodigde zij er drie uit, om op dezelfden dag naar haars vaders huis te komen, ten einde een van hen tot man te kiezen.
De eerste der drie, die te Cattaro de manieren van de stad geleerd had, vroeg haar beleefd te mogen doorgaan... Gordanna ging opzij, om hem binnen te laten, maar al brommende “Gij zult nooit mijn man worden.”
De tweede, minder beschaafd, zegde kortaf: “Laat me door!”. Gordanna gehoorzaamde, doch hare lippen murmelden: “Gij ook zult niet met mij trouwen.”
De derde ging er ruw naar toe, vatte zonder spreken het meisje bij den arm en wierp haar barsch opzij, om driftig de zaal in te stappen. Jubelend riep Gordanna dezen achterna: “Gij zijt een echte Tzerna-Goriaan, alleen van zulken man wil ik de vrouw worden!”.

Des. Allaeys.



Voetnoot

...1
persoonlijke interpretatie: prins Peter loste het eerste kanonschot in de Balkanoorlog... (Pros)
...scheurde2
Noord-Brabant kent een soortgelijke legende. Hier is het de Duivel, die Nederland overvliegt met een zak vol kastelen. Boven Noord-Brabant scheurt de zak, hetgeen verklaart waarom het aantal kastelen daar veel hoger ligt dan in de rest van Nederland. (Pros)
...sandjak3
onderdeel van een provincie in het Ottomaanse rijk
...Novibazar4
in die periode een deel van het Ottomaans grondgebied, gelegen tussen Montenegro en Servië (Pros)


Vorige: Oostenrijk-Hongarije - de toestand in Turkije.   Omhoog: Balkan.   Volgende: De Turksche kruiser “Hamidieh”.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009