Gepubliceerd op 1 maart 1913
|
Met China gaat het als met Turkije: uitbreiding van volksmacht gaat gepaard met inkrimping van grondgebied. Verliest het Ottomaansche rijk Tripoli en het aangrenzende deel van Europeesch Turkije, het Chineesch gemeenebest ziet Mongolië en Thibet het juk der heerschappij afwerpen.
Eigenaardig verschijnsel! Juist zooals de Cretenzers de omverwerping
te baat namen der onbeperkte vorstelijke macht van den Sultan, om
hunne onafhankelijkheid uit te roepen, verklaarde zich Uitwendig
Mongolië onafhankelijk, weinige maanden na den val de
heerschappij van de Mantsjoeriers; een droevig geschenk
voorwaar voor het eerste gemeenebest van Azië.
|
Het woord “inlijving” werd reeds uitgesproken. Onze meening is
dat Rusland veeleer een protectoraat of beschermheerschap
uitoefenen zal over den gewezen onderdanigen Chineeschen staat, die
hem van een stoffelijk standpunt beschouwd van ongemeen groot nut
zal zijn, juist evenals Engeland sedert jaren in Thibet als
beschermende macht opgetreden is: iets dat in een volgend artikel
zal besproken worden. De Russische regeering heeft nu aan China eene overeenkomst voorgesteld, waardoor Rusland de onaantastbaarheid van Mongolië erkent en waarborgt, China Rusland aanziet als vertegenwoordiger van Mongolië in de afbakening der Mongoolsche grenzen. De Chineesche regeering zal waarschijnlijk 't volgende voorstellen: instandhouding van het Chineesche oppergezag over Mongolië; verzaaking aan de koloniseering der Mongoolsche gewesten door hare onderdanen; ontzegging aan China en Rusland troepen te Ourga te bezitten. Dat Rusland met dit alles zal instemmen is zeer twijfelachtig. Dat echter China tegen de bezwaren van eenen oorlog met Rusland bestand zou zijn, valt nog meer te betwijfelen. Mongolen en Thibetanen zijn echter verstandig genoeg om macht in eendracht en samenwerking te zoeken. Ook hebben Mongolië en Thibet een verdrag gesloten, waarin zij elkanders onafhankelijkheid en hunne onderscheidelijke vorsten erkennen. Volgens ditzelfde verdrag verbinden zich Mongolen en Thibetanen aan de verspreiding van het Boudhisme mede te werken, elkander bij te staan en aan elkanders handel volle vrijheid te geven.
|