|
Een wereldberoemd man uit ons kleine vaderland!
Een man, die aan de spits der aardrijkskundigen van geheel de
wereld gaat, wiens naam universeel is gekend door het eenvoudig
schoolkind onzer dorpen, zoowel als door de hooggeleerde
professoren onzer Universiteiten, wiens roem niet alleen door
alle landen en zeeën werd gedragen, maar wiens uitvindingen
ook al deze landen en zeeën tot voorwerp hadden.
Nu op 19 Mei a.s. te Rupelmonde het vierde eeuwfeest van
dezen grooten katholieken geleerde met grooten luister zal
gevierd worden, zou het een onvergeefbare fout zijn, moesten we
ons niet volmondig bij deze feesten aansluiten en eenige korte
beschouwingen rond deze grootsche figuur achterwege laten.
Geeraard Mercator
(Mercator is de Latijnsche
vertaling van De Kremer, eigenlijke naam van de familie)
werd op 5 Maart 1512 te Rupelmonde uit Vlaamsche katholieke
ouders geboren. Het feit, dat de grootoom van Mercator naar
Gangelt in Duitschland was uitgeweken, waar de vader
van Mercator geboren werd, is aanleiding geweest, dat vele
Duitsche geleerden den beroemden aardrijkskundige van Duitschen
oorsprong verklaardden. Dr. Van Raemdonck van St. Nicolaas echter, bewees onweerlegbaar in zijn boek “Gerard Mercator, sa vie et ses oevres” dat Mercator een volbloed
Vlaming was.
Ook de handtekening “Gerardus Mercatori Rupelmondanis”,
die we op alle kaarten en werken van den geleerde terugvinden,
slaat alle argumenten der Duitschers schitterend uit de hand.
Mercator kreeg het eerste onderricht van zijn grootoom, destijds
pastoor van het gasthuis van Rupelmonde. Daarna ging hij naar
's Hertogenbosch, waar hij humaniora voltrok bij de
“Broeders van 't gemeenzaam leven”, waartoe ook de
beroemde Thomas à Kempis behoorde. Toen kwam hij naar
Leuven, waar hij elkeen door zijn schitterende studiën
der Wijsbegeerte en Wiskunde verbaasde en waar hij verschillende
graden bekwam. Na afloop zijner hoogere studiën vestigde hij
zich voor goed te Leuven. Wel zag hij zich een weinig later
verplicht naar Antwerpen uit te wijken ter wille van den
tegenstand, die sommige universiteitsprofessoren, die te veel
aartsvaderlijke gebruiken vast hielden en wars waren van alle
nieuwigheden, hem boden, doch weldra zag men hem voorgoed op den
leerstoel der hoogeschool als professor van meet-, aardrijks- en
sterrekunde.
In 1536 trouwde hij te Leuven met Barbara Schellekens.
Toen legde hij voor goed de hand aan de vervaardiging van
toestellen en het schrijven van werken, die later zijn roem
wereldkundig zouden maken. Hij maakte verschillende wereldbollen
en hemelspheren en toonde zich tevens een vaardig teekenaar,
etser en landkaartmaker.
Een eerste voortbrengsel was zijne kaart van het Heilig Land in
het jaar 1537, een paar jaar later gevolgd door eene kaart van
Vlaanderen.
In 1551 kwam hij in de gunst van kardinaal de
Granvelle voor wie Mercator een hemelbol had gemaakt en die
hem bij Karel V binnenbracht. Deze laatste verleende den
jongen geleerde met verschillende bestellingen. Prachtig werk
niet alleen op wetenschappelijk gebied, maar ook op het gebied
der kunst, werd door hem geleverd. Jammer, dat haast al de
kunststukken uit deze periode zijn verloren geraakt. Zoo
verhaalt men van een prachtigen aardbol, met diamant gegraveerd
en met goud ingezet, die in verbinding was met de gesteldheid en
beweging der hemellichamen en bij een der veldtochten van
Keizer Karel verloren geraakte.
Na valschelijk betrokken te zijn geweest in eene samenzwering
van anabaptisten tegen de keizerlijke regeering, waarvoor
hij vier maanden in de gevangenis van Rupelmonde moest brommen,
werd hij door hertog Willem van Kleef naar Duisburg
geroepen om aldaar het zijne bij te dragen tot het oprichten
eener hoogeschool.
Daar kon hij zich met alle liefde, maar ook met alle
hardnekkigheid op zijn werk toeleggen en daar vond hij den
vruchtbaren bodem, die de verschillende werken van blijvenden
aard zou voortbrengen. Daar schreef hij zijne verschillende
werken over généalogie, aardvorming, tijdrekening, enz. Daar
vervaardigde hij zijn kaart van Europa in acht bladen, waardoor
hij den roem als grootste scheppende aardrijkskundige van zijnen
tijd verworven heeft.
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
Daar zag ook het licht, het voornaamste
zijner werken: “De beschouwingen over den wereldbouw, de
wereldschepping en haar wezen.”
Hij stierf in Duisburg in 1594, diep betreurd door de geheele
geleerde wereld.
Wat nu hebben we aan de uitvindingen van Mercator te danken en
in hoever hebben zijne werken invloed tot op onze dagen?
De heer Lod. Scheltjens antwoordt in een onzer Vlaamsche
dagbladen als volgt:
“Afgezien van vele andere hulpmiddelen, hebben wij in de eerste
plaats aan Mercator te danken, dat wij op zee ons kunnen
richten; aan hem en aan zijne wereldkaarten, die in geen atlas
―groot of klein― ontbreken, met de vermelding: Naar
Mercators projectie.
Scholieren der lagere scholen, die zulke kaarten voor oogen
krijgen, beseffen noch de belangrijkheid dier kaarten, noch de
scherpzinnigheid, de oordeelskracht en de ijzeren wilskracht van
hun schepper, want met de projectie heeft Mercator een vraagstuk
opgelost, dat de geleerdste wis- en sterrekundigen bestendig
bezig hield.
Het menschdom is aan den uitvinder een dankbaar aandenken
verschuldigd, en op dat gebied van verdiensten komt de naam van
Mercator nooit achteraan. De bekende aardrijkskundige
Peschel zegt hierover het volgende: “De geschiedenis kent
maar drie groote scheppende aardrijkskundigen: Ptolemëus
met zijn hervormers, Mercator en de l'Isle.”
Mercator heeft zijne grootste verdiensten verworven door zijne
zeekaart van 't jaar 1569, die voor zeelieden van 't grootste
belang is. Zij verscheen onder den titel “Nova et aucta orbis
terrae descriptio ad usum navigantium emendatae accommodata”,
wat wil zeggen: “Nieuwe en vermeerderde aardkaart voor
zeelieden in verbeterden vorm uitgegeven”.
Als inleiding schreef Mercator zelf: “De tot nu toe door
aardrijkskundigen gegeven voorstellingen der aardoppervlakte
zijn ―wegens de gebogen meridianen― zonder waarde voor
de scheepvaart; deze kan, trouwens, maar rechte meridianen en
evenwijdige lijnen gebruiken, daargelaten nog dat, aan de randen
van zulke kaarten, de omtrekken gevoelig veranderen. De door
zeelieden benuttigde kaarten geven de meridianen aan in hunne
natuurlijke ontwikkeling, de breedte-parallellen daarentegen als
lijnen van dezelfde lengte, alhoewel ze in werkelijkheid van den
evenaar naar de polen kleiner en kleiner worden. Daarbij komt
het, dat de zeeman die zijne koers naar die gegevens richt,
nooit op de juiste plaats aanlandt, wat de ondrvinding heeft
bewezen. Daarom hebben wij een andere weg ingeslagen.”
Wij kunnen hier niet verder uitweiden over deze inleiding,
welker belangrijkheid slechts later werd ingezien en naar waarde
geschat. (Averdunk's Geschichte der stadt Duisburg pag. 711 e.
v.).”
Alhoewel Mercator reeds tijdens zijn leven een man met een
klinkenden naam was, toch was die naam tot voor een halve eeuw
bij het gewone volk vrij onbekend. Aan bovengenoemden Dr. Van
Raemdock en aan den oudheidkundigen kring van het land van Waas,
komt de eer en de verdienste toe op het hoofd van den geleerde
de kroon van den volksroem te hebben geplaatst.
In Rupelmonde heeft men ter zijner eer in 1870 een bronzen
standbeeld opgericht. In 1875 schonk hem de stad Duisburg, zijn
laatste verblijfplaats, een prachtig standbeeld. En dat deze
volksroem nog onverzwakt voortleeft zal geheel het Vlaamsche
land en bijzonder het stadje Rupelmonde, dat met rechtmatigen
trots naar dezen geleerde opziet, eens te meer op 19 Mei e.k.
bewijzen.
Onder een ontzaglijken toeloop van volk, in tegenwoordigheid van
verschillende aardrijkskundige en andere geleerde
maatschappijen, in het bijzijn van verschillende
hoogwaardigheidbekleders zal een wit marmeren gedenksteen
onthuld worden op de plaats zelf, waar Mercator het licht zag.
Alf. Martens.
|