Vorige: De Apostelbrokken te Rupelmonde.   Omhoog: België.   Volgende: De Reuskensstoet te Antwerpen.
Inhoudsopgave   Index


Volksgebruiken - De Mei.

Gepubliceerd op 3 mei 1913

Hei! 't Was in de Mei zoo blij!
Hei! 't Was in de Mei
                                        (Volkslied)

Is er in het gansche jaar wel ééne maand die in 't volksleven zoóó telt als de schoone lieve Mei? Op den buiten en ook in menige Vlaamsche stad wordt de Meiplanting naar het voorvaderlijk gebruik nog altijd gevierd. Van waar komt dit volksgebruik?

In 't Vlaamsche land is het voorzeker twintig eeuwen oud; de oude Germanen immers huldigden de Godheid die hen het vernieuwen van het landgroen gunde, op zulke wijze dat het jeugdig groen ter harer eere geofferd werd. De oude eikenstam werd toen met jonge twijgen en groene slingers omwonden, de lente verdoofde den winter, en de bewoners te lande dansten errond, en zongen blijde huldeliederen.
Wanneer de kristene geloofspredikers de Germanen tot het waar geloof brachten, konden en wilden zij niet zoo met eens de oude gebruiken uitroeien; zij verkristelijkten die gebruiken, en aan de oude boomen waaraan de goden vereering gehecht was, hingen zij een heiligenbeeld, doorgaans het beeld der Heilige Maagd. Was de bloemenmaand de schoonste van het jaar bij voorkeur gevierd, zij werd door hen aan Maria toegewijd, en van toen af weerklonk er ter plaatse het lied Maria ter eere.

De Meifeesten zijn tweeërlei: het ware volksfeest, de Meiplanting en het plaatsen van den Meitak aan de woonst der geliefde of huwbare dochters.
De Meiboom ziet men nog op vele plaatsen in onze Vlaamsche gewesten; het planten ervan gaat gepaard mat allerlei feestgevier. Dagen te voren is men gaan zoeken in bosschen en kanten naar een effen den, berk of esch, en op Meiavond wordt hij door de jeugdige bewoners der gebuurte of van de wijk ter uitgekozen plaats gebracht. Gewoonlijk bevindt zich deze plaats aan een kruispunt van straten waar een kapelleke van Onze Lieve Vrouwe hangt. De boom wordt met frisch lover versierd en met papieren vlgskens omhangen en dan, in het bijzijn van de buurt, geplant.
Het is eene ware kristene herinnering, die heden ten dage dit feest bezielt, want nauwelijks staat de boom in den grond vast, of de oudste der buurt (de deken) knielt door allen omringd neder en bidt ter eere van Maria. Na het einde van het gebed, staat iedereen op, en nu begint het Meifeest dat bij de planting past. De ouderlingen verwijderen zich stilaan, terwijl de jeugd, alleen gebleven, zich tot een wijden kring vormt om hunne herten in zang en spel lucht te geven. De kinderen komen eerst met een meitak in de hand vooruit, een meisje blijft in het midden staan terwijl hare gezellinnetjes de ronde vormen, en het oude liedje zingen van:

(Naar het begin van de volgende kolom)

 
'k Heb een meiboom in mijn hand,
aan wie zal ik hem geven?
Aan een jong (meisje) van nevens mij
zal ik hem presenteren.
Dansen en springen,
kermis houden en zingen:
Al onz' werken zijn gedaan,
wederom in den dans gegaan!
          Hoepsa! Falderiere!
          Hoepsa! Faldera!
En terwijl kiest het meisje in het ronde eene gezellin aan wie zij den meitak biedt, en danst er mee in de ronde.
Zoo duurt het tot den avond, de oudere jonge lieden die hunne geliefde reeds uitverkoren hebben, voegen zich bij den dans tot wanneer zij allen samen in een vriendenhuis rond de tafel vereenigd zijn aan het maal.

Het schenken van den Meitak aan een “jonk” had een ernstiger beteekenis, het werd soms aanzien als eene liefdesverklaring. De vrijer had de gewoonte op Meiavond vóór het venster zijner beminde, of ook wel boven op het dak, een meitak te plaatsen. Deze meitak, op sommige plaatsen nog in voege, wordt soms spottenderwijze gebruikt; waar vele huwbare dochters zijn worden er zoo vele geplaatst als er meisjes zitten te wachten; eene rijke boeren dochter die zich te hoog waant voor de jongens van het dorp, krijgt dan wel eens een vogelschrik in de plaats der lieve Mei; eene dartele meid, die eens of meermaals de zot hield met de jongens krijgt een strooien pop; eene lichte deerne ontvangt dan ook een dorre tak; het zal dan niet te verwonderen zijn wanneer men 's morgens vroeg de huwbare meisjes voor 't zonnegloren aan de deur ziet staan om te zien welk een tak hun huis versiert om daardoor het gedacht te kennen dat de jongelingen van hen hebben.
Wanneer de “vrijagie” door het dorp gekend is en met der ouders goedkeuring geschiedt, dan gebeurt het dat een gansche stoet den gelukkigen jongeling naar de woonst der dochter vergezeld met muziek en zang, en dat de geliefde boven op het dak de Meitak planten moet. Valt hij er bij ongeluk af of door ―wanneer het een stroodak is― dan voorspelt dit zeker ongeluk in den huwelijken staat; men heeft reeds aanstaande huwelijken erom zien verbreken, zoo innig hecht men er geloof aan, en dan blijven de zinspelingen op het gebeurde jaren lang, bij zoover de wet er moet tusschen komen om de familieveeten te voorkomen.
Zoo ziet men dat uit de beste gewoonten soms erg kwaad kan voortkomen wanneer alles niet in eer en deugd vergaat.

G. Celis pr.



Vorige: De Apostelbrokken te Rupelmonde.   Omhoog: België.   Volgende: De Reuskensstoet te Antwerpen.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009