Vorige: Noord-Afrika.   Omhoog: Noord-Afrika.   Volgende: Italië - Tripoli - Turkije.
Inhoudsopgave   Index


Het Marokkaansch Vraagstuk in eene nootschelp.

Gepubliceerd op 7 september 1911

Het Marokkaansch vraagstuk is de huidige vorm van politiek de Europeesche mogendheden. Deze politiek blijft immer onder den invloed eener dubbele drukking: zucht naar stoffelijke uitbreiding ― sedert ettelijke jaren op koloniaal gebied; wederzijdsche vrees voor overmacht van den nabuur.

Nieuwe markten worden voor den afzet hunner nijverheidsvoortbrengselen worden gezocht; daartoe is diplomatie nodig, gerugsteund door pansterschepen en troepen. Maar koloniale uitbreiding sleept ongelijkheid van invloed en macht na, ook binnen Europa; zij brengt het evenwicht der groote mogendheden in gevaar. Koloniale vraagstukken zijn dus noodzakelijk tevens Europeesche vraagstukken; voor langen, wellicht zeer langen tijd, is de Marokkaansche twistappel het groot probleem der wederlandsche staatkunde of Weltpolitiek. Hier geldt, zooals het onlangs de Kölnische Zeitung onbewimpeld zei, ene machtsvraag.

Op het laatst van het jaar 1904 besloten Engeland en Frankrijk een einde te stellen aan eene reeks aloude geschillen: Newfoundland, Siam, Madagascar, Nieuwe Hebrieden, Marokko. Krachtens de overeenkomst die de beruchte Entente cordiale teweeg bracht, liet Engeland aan Frankrijk alle vrijheid om in Marokko zijne niet min beruchte pénétration pacifique te verwezenlijken; Frankrijk van zijnen kant liet zijne aanspraken varen aangaande Egypte. “Le Maroc est à nous” schreef Le Temps.

Pas echter had de Fransche Regeering haar stelsel van vreedzame (toch niet overdreven vreedzame) indringing begonnen, of de katten gingen te koor. Duitschland zag het gevaar in eener bekrimping der Marokkaansche markt voor zijnen handel en vooral eener uitbreiding der Fransche markt, gesterkt door de overeenkomst met Engeland. Wat zou de Driebund (Duitschland, Oostenrijk-Hongarije, Italië) vermogen tegen het Frans-Russisch bondgenootschap en de Frans-Engelse overeenkomst?

Wilde men de afzondering van het Duitsch Keizerrijk, l`encerlement de l`empire Allemand? Neen, dat zou de Duitscher niet dulden. Diplomatische nota's ―met dreigenden toon― werden gewisseld, die echter tot vreedzame gesprekken aanleiding gaven, welke op hunne beurt de Conferentie van Algesiras uitlokten. Hier werd het grondbeginsel vastgesteld, èn der onaantastbaarheid en onafhankelijkheid van Marokko , èn der gelijkheid ―op economisch gebied― van alle natieën, anders gezegd de opene deur in het rijk van Abdul Aziz. Tevens kregen Frankrijk en Spanje, de eene wegens zijne nabuurschap van Marokko door het bezit van Algiers, het andere om reden zijner aloude presidios in Noord-Marokko, last om aan regeeringsloosheid in dit rijk door het inrichten eener politiemacht paal en perk te stellen.

Hoe broos eene overeenkomst was die geen genoegzame rekenschap hield met den bestendigen aard dezer regeeringloosheid, bewezen de gebeurtenissen van 1908.

De aanslagen op het leven van Fransche onderdanen te Casa Blanca lokten den Franschen veldtocht uit van dien naam. De andere mogendheden keurden dien aanslag op het verdrag van Algesiras goed. Spanje zag zich genoodzaakt het voorbeeld van Frankrijk te volgen het jaar nadien... Niemand verzette zich daartegen.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Een jaar liep voorbij en de nieuwe sultan riep de hulp in van Frankrijk tegen zijne oproerige onderdanen. De Fransche troepen slaagden er in de hoofdstad Fez te ontzetten, aldus de veiligheid der Europeanen verzekerende. Ook ditmaal stemden de andere mogendheden toe in deze nieuwe afwijking van de acte van Algesiras.

Werd deze toestemming, wat Duitschland en Spanje betreft, zonder eenig geheim voorbehoud verleend? Dat blijkt niet. De herhaalde veldtochten beteekenden, wat ook hun eigenlijk doel en hunne onmiddelijke uitslagen mochten wezen, voor de mogendheid die ze had ondernomen, eene vermeerdering van aanzien in Marokko. Was het niet dit vooruitzicht dat Spanje tot zijn tweeden veldtocht heeft aangezet, waarvan het doel geweest zou zijn ook nieuwe voordelen te bekomen, zelfs door verdeeling van het Marokkaansche rijk?

Wat er van zij, het verdrag van Algesiras was feitelijk verbroken, nieuwe toestanden waren in het leven geroepen... Duitschland zond een oorlogsschip in de wateren van Agadir, één van Marokko's westhavens, onder voorwendsel dat de Duitsche belangen daar in gevaar waren. Dat deze handelswijze eene nevenbedoeling had, is buiten kijf. De Duitsche Regeering wilde troef in het spel hebben en het Marokkaansch vraagstuk heropenen.

Thans is er van een onaantastbaarheid en onafhankelijkheid van Marokko geen spraak meer. Vermits toch het toedoen de Fransche regeering, door Marokkaansche regeeringloosheid gewettigd, tot een soort protectoraat zou overgaan; dat Spanje en Frankrijk elkaar zoo bitter weinig verstaan ― getuige o.a. de pennetwist tusschen beider dagbladen nopens Spanje's veroveringspolitiek ― dat het uitoefenen hunner lastgeving onmogelijk wordt, waarom de gelegenheid niet te baat genomen om het vraagpunt zooveel mogelijk eene bepaalde oplossing te geven in eene ruimere maat dan het verdrag van Algesiras, overeenstemmend met de toestanden en, laten wij het maar zeggen, met de inzichten der Mogendheden?

Zulks kan verwezenlijkt worden op twee wijzen: door eene bijeenroeping der staten die gemeld verdrag onderteekenden, teneinde het zelve te herzien, ofwel door eene overeenkomst tusschen Frankrijk en Duitschland, aan dewelke de andere mogendheden later hunne goekeuring zouden geven. Deze laatste manier is verkozen geworden. Zooals in 1904 Engeland afzag ten bate van Frankrijk, van zijne eischen van staatkundigen aard, ten opzichte van Marokko, zou Duitschland zijne gelijkaardige eisen laten varen ten opzichte van hetzelfde land, hetwelk voortaan tot den kring van Frankrijks invloed, Marokko onbetwist zou behooren. Van zijne kant zou Frankrijk aan Duitschland bepaalde deelen zijner Afrikaansche bezittingen afstaan.

Ziedaar wat het onderwerp is der huidige gesprekken, met dewelke Engeland verklaard heeft zich niet te zullen bemoeien, onder voorbehoud van alle rechten. Laten we nu de heren von Kiderlen-Waechter, Duitschlands staatssecretaris voor de buitenlandse zaken, en Cambon, afgezant van Frankrijk, te Berlijn rustig voortpraten. Het woord is aan de diplomatie; ― moge het aan het kanon niet gegeven worden!...

Ed. Vlietinck



Vorige: Noord-Afrika.   Omhoog: Noord-Afrika.   Volgende: Italië - Tripoli - Turkije.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009