Gepubliceerd op 11 november 1911
|
Nochmaals moeten wij deze “nootschelp” aanwenden, om er beste in te stellen van het wederlandse vraagstuk, dat met Marokko in verband staat. Wij sloten ons eerste artikel met de hoop uit te drukken, dat niet het kanon maar de diplomatie het vraagstuk zou oplossen.
Zulks is werkelijk geschiedt. Na veel schrijven en wrijven,
onderhandelen en redekavelen (hoeveel lekkere sigaren er intusschen
gerookt zijn, blijft een staatsgeheim) is men eindelijk tot eene
overeenkomst geraakt, die eene nieuwe verdeeling van Afrika tot
gevolg heeft, die België, als koloniale macht, onverwachts
aanbelangt.
|
Ten anderen, geen ruzie meer voortaan met den Duitscher, nopens
politieke of stoffelijke vraagpunten... Het derde deel der Fransch-Duitse overeenkomst gaat ons bijzonderlijk aan. Dwars door Fransch-Congo bekomt Duitschland toegang tot den Belgisch-Congo, op twee punten, gelegen het een op den oever van de Congo, het ander op dien van den Oubanghi, die een bijrivier is van den Congostroom. Op elk dezer twee aanrakingspunten bestaat een waterweg, die naar de Duitsche kolonie van den Cameroen leidt: de eerste heet de Soungha, de tweede de Lobaï. Zoo wordt Fransch-Congo in twee deelen gesplitst, doch niet volledig, want op den rechteroever van den Oubanghi bewaart Frankrijk gronden, die als wisselplaatsen kunnen beschouwd worden. De Duitsche kolonie Cameroen, die vroeger van den Belgischen Congo door Fransch-Congo was gescheiden, wordt dus een onzer noordwestelijke geburen. Moeten wij ons daarover verblijden of bedroeven? Veel hangt af van de inzichten ― of liever van den eetlust van onzen nieuwen gebuur. Een Duitsch kamerlid heeft laten hooren dat onze Congo niet altoos Belgisch zal blijven. En wanneer wij zien wat Duitschland met Frankrijk doet, wat Frankrijk met Tunesië en Marokko gedaan heeft, wat Italië met Tripoli bezig is te doen, wat den gulzigen Engelsman op vele plaatsen van den aardbol al heeft gedaan, dan rijst de vraag: Zou Belgisch-Congo niet eens het slachtoffer worden van hetgeen men in Engeland den “aardhonger” noemt, der groote mogendheden? God beware er ons voor!...
Tot nu toe zijn de uitingen van het Duitsche kamerlid niet
bekrachtigd geworden, van eenen andere kant verklaart de Engelsche
Regeering ― eindelijk! ― de overname van Congo door de Belgische Regeering
te erkennen.
|