Vorige: De Gilde van St. Ivo, te Antwerpen.   Omhoog: België.   Volgende: Godfried van Bergen.
Inhoudsopgave   Index


Maria Elisa Belpaire.

Gepubliceerd op 5 october 1911

Ter gelegenheid van de opening der school Ste Lutgardis brengt “Ons Volk” gaarne hulde aan haar, die voor de verstandelijke verheffing en de hoogere beschaving van ons Vlaamsche volk zooveel voelt en zooveel ijvert, aan Juffrouw Maria Elisa Belpaire.

MejufferBelpaire Jufvrouw1 Belpaire werd geboren te Antwerpen in 1853. Van hare ouders, den kundigen ingenieur Alph. Belpaire en de mystiek-vrouwe Betsy Teichman, de dochter van wijlen gouverneur Teichman, ging van jongs af in haar over de stevige denkersnatuur, en de stille kunstenaarsziel, die wij in haar bewonderen. De families Belpaire en Teichman zijn steeds voor hun stad en hun volk een goede voorzienigheid geweest; een voorzienigheid, die eerst aan Antwerpen zijn “goeden Engel” heeft geschonken, de onvergetelijke en heilige Jufvrouw Constance Teichman, en meede aan 't Vlaamsche volk een tweeden gouden engel in de persoon van M. E. Belpaire.
Op haar 14 jaar bleef Jufvrouw Belpaire reeds thuis uit de school; toen was het uit met leskrijgen en met schoolgaan en schooltucht, maar hoegenaamd niet met eigen studie. In den idealen huiskring begon eerst haar veelzijdige ontwikkeling; niets wat den mensch aangaat mocht haar vreemd blijven, en met rusteloozen ijver werkte zij zich op in de stille huiskamer, tot de meest mannelijk-ontwikkelde vrouw van ons land. Haar eerste opleiding geschiedde in het Fransch, maar weldra was zij even goed thuis in het Engelsch, en kende zij daarbij Nederlandsch, Duitsch en de Noorsche talen.
Door haar wijsgeerige natuur gedreven, door haar studie geleid en later door de aanraking met Dr Schaepman aangespoord en beïnvloed, werd zij spoedig een democratische en daardoor een Vlaamschgezinde vrouw.
BelpaireSchoolVoorkant Zoo groeide ook stilaan haar drang tot schrijven en werken voor het volk en in de taal van het volk. Onder leiding van Jan De Laet had zij zich reeds aan Vlaamsche-verzen-maken gezet; in 1884 kwam de kennismaking met Hilda Ram, de te vroeg gestorvene Antwerpsche schrijfster, en in 1887 gaf zij hare eerste pennevruchten uit in het Davidsfonds: Uit het Leven.
In trouwe en vriendschappelijke samenwerking met Hilda Ram gaf Jufvrouw Belpaire verzamelingen , sprookjes en vertellingen uit voor kinderen: “Wonderland”. Daarbij schreef zij onverpoosd in “Het Belfort” en “De Dietsche Warande” hare merkwaardige bijdragen, waarin zij haar rijk en diep gedachtenleven en haar groote belezenheid openbaart. Vooral sedert de versmelting dier beide uitgaven, in 1900, heeft zij er haar tijdschrift van gemaakt en het opgetilt tot het eerste tijdschrift van Vlaanderen.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Daarin verschenen achtereenvolgens ―later ook als boek uitgegeven― “Het Landleven in de Letterkunde”, “Kunst- en Levensbeelden”, “Christen Ideaal”, “Constance Teichman”, “Beethoven”.

Haar letterkundig werk is een hulde aan Christus en het Christendom, aan de kunst en de schoonheid; het is gesproten uit en wordt gedragen door haar liefde tot de Christene Kerk en tot het Vlaamsche volk. Deze liefde tot haar kerk en tot haar volk vult ook gansch het dagelijks leven dezer buitengewone vrouw. Want al de uren niet aan de muziek of letterkunde besteed, worden ingenomen door sociale of liefdadige bezigheden. Dag in dag uit ijvert zij voor haar hoog ideaal in sociale instellingen, op het gebied van onderwijs en ontwikkeling van het volk, in werken van liefdadigheid.
BelpaireSchoolAchterkant Zij sticht en steunt vrouwenbonden en sociale studiedagen; zij brengt een onderwijsinrichting tot stand waar aan de meisjes uit den gegoeden stand een opvoeding en een onderricht wordt verstrekt naar al de eischen onzer huidige maatschappij; zij richt mede een Hoogeschool-uitbreiding op tot verdere onwikkeling van het volk; zij sticht een lagere school waar de Vlaamsche kinderen zullen gevormd worden, in hun bloed-eigen moedertaal, volgens al de beginselen eener gezonde opvoedkunde; zij houdt steeds haar pen, haar woord en haar vermogen veil voor de bevordering van de waarheid, de schoonheid en de liefde.
Jufvrouw Belpaire leidt een eenvoudig maar een schoon, een groot en een vruchtbaar leven. Zij is een vrouw met fijnen kunstzin, met voornamen smaak en met kloeke denkkracht. Maar nooit heeft hare hoogere beschaving haar sociale werkzaamheid geschaad. Integendeel, zij is, zelfs langs om meer, vrouw van de daad, door hare mannelijk-strijdlustige natuur immer gedreven, om haar gedachten en verlangens in daden om te zetten. Zeer veel van wat er sinds twintig jaar te Antwerpen is ontstaan op gebied van christelijke kunst, van sociale of vlaamsche beweging, van christelijke vrouwenbeweging, van volksontwikkeling, is of door haar zelf of onder haar aanmoediging en bezieling ontstaan. Zoo is zij geworden een van de zuiverste en edelste dochteren harer stad, een van de ruimdenkendste vrouwen van onzen tijd. Zulke vrouwen smaken in het leven ook het hoogste geluk; want het hoogste genot is zich zelf te geven ten dienste van zijn geloof en van zijn volk. En zulke vrouwen zijn een zegen voor een land.
Moge Jufvrouw Belpaire nog lang blijven de goede schutsengel van haar duurbaar volk.

A. E. De Boeck, pr.



Voetnoot

...Jufvrouw1
de schrijver gebruikt zowel “juffrouw” als “jufvrouw” in hetzelfde artikel. Ik neem het gewoon over zoals het er staat (Pros)


Vorige: De Gilde van St. Ivo, te Antwerpen.   Omhoog: België.   Volgende: Godfried van Bergen.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009