|
Nu in onze Kamers onze aandacht meermalen door de
socialistische belagers in ongunstigen zin op de
missionarissen wordt getrokken1, zal het den lezer van
“Ons Volk” niet onaangenaam zijn met ons een vluchtigen
oogslag te werpen op de stichting der verschillende missiën
in Belgisch-Kongoland om daarna ook nog eens een blik te gunnen
aan de uitslagen door de missionarissen ―voor het
overgrootste gedeelte landgenooten― in onze kolonie bekomen.
We zullen hier niet afwijken van de historische volgorde en in
enkele trekken maar het oprichten der verschillende
Vicariaten of Prefecturen trachten af te maken.
Wie meer trek gevoelt, kan in de verschillende
missietijdschriften belangrijkere en breedvoerigere inlichtingen
vinden.
I. Apostolisch Vicariaat van Opper-Kongo.
De eerste missionarissen die we in Midden-Afrika en in
onzen Belgischen Kongo zien binnendringen, zijn de
Missionarissen van Afrika (Witte Paters). De eerste
aanstoot daartoe gaf, zooals algemeen bekend is, de Afrikaansche
Primaat Kardinaal Lavigerie.
In 1880 dringen drie Missionarissen van Afrika het huidige
Belgisch-Kongogebied binnen en stichten, ten Noord-Westen van
het Tanganika-meer, in de Masanze streek, den
missiepost Mulwea, die echter, vijf jaar later, wegens de
onveiligheid der streek, moest verlaten worden. Op 11 Juli 1883
wordt een nieuwe missiepost Kibanga in het leven geroepen.
Daar ontmoeten wij, einde 1883, den moedigen Pater Vyncke,
den eersten Vlaamschen zendeling van ons Kongoland. Zijn naam is
een onvergetelijke eeretitel voor ons Vlaanderen, dat hij zelfs
op Tanganika's woeste stranden diep in geest en harte droeg. Al
te vroeg, helaas! werd hij aan zijn teergeliefde missie ontrukt.
In 1883 ook werd een derde zending gesticht, namelijk te
Mkapakwe, in Marunguland, die echter in 1885 naar
Mpala moest overgebracht worden.
In 1886 werd de missie van Opper-Kongo ingericht als
Provicariaat; later, in 1895, werd ze verheven tot de
waardigheid van Apostolisch Vicariaat en werd Zijne
Hoogwaardigheid Mgr. Roelens aan het hoofd van het Apostolisch Vicariaat van
Opper-Kongo geplaatst.
De stichting van Boudewijnstad op
de hoogvlakten van Marungu-land dagteekent van 8 Mei 1893.
Boudewijnstad is de verblijfplaats van den Apostolischen
Vicaris en bezit uitgestrekte landerijen, bloeiende scholen, een
Groot Seminarie voor de inlandsche geestelijkheid met vier
seminaristen; een bloeiende christenheid is er geschaard rond
een prachtige kerk; met een
woord, Boudewijnstad, onder het bestuur van Monseigneur Roelens,
is geworden een waar middenpunt van christen leven en
beschaving.
In 1985 betraden de eerste Zusters-missionarissen (Witte Zusters) den grond van Opper-Kongo. Thans hebben zij aldaar
drie huizen, alwaar zij de jeugd onderwijzen, de zieken
bezorgen, enz. Te Boudewijnstad zelfs hebben zij een
novicaat geopend, voor inlandsche dochters die begeeren het
religieuze leven te leiden.
Uit het jongste verslag van Zijne Hoogwaardigheid Mgr. Huys, hulpbisschop van Mgr. Roelens sedert 1909, trekken wij
volgende cijfers, den toestand der zending gedurende het jaar
1911 opgevende.
De missionarissen zijn ten getale van 41, de Zusters ten getale
van vijftien. Het aantal christenen nog in leven stijgt tot
6.456, en het cijfer der cathechumenen is 26.829. Het
grootste getal der negen hoofdposten van het Vicariaat is
omringd door menigvuldige bijposten of
schoolkapellen2; elke
schoolkapel staat onder het bestuur van een of twee
onderwijzers-geloofsleeraars, die eene school openhouden, waar
de kinderen leeren schrijven, lezen en rekenen, en die tevens de
bevolking van het omliggende onderricht geven in den
Catechismus.
II. Apostolisch Vicariaat van Belgisch-Congo
Op aanvraag van Leopold II, Souverein van den Kongo-staat,
werd op 11 Mei 1888 het Apostolisch Vicariaat van Belgisch-Kongo
in 't leven geroepen en aan de Missionarissen der Congregatie van het Onbevlekt Hart van Maria, te
Scheut-bij-Brussel toevertrouwd. Dit nieuw Vicariaat
besloeg in den beginne gansch het grondgebied van het toenmalige
Kongoland, uitgenomen de streek tusschen het Tanganika-meer en
den Lualaba-stroom gelegen, streek, die vertrouwd bleef aan
de Missionarissen van Afrika (Witte Paters). Op 25 Augustus van
hetzelfde jaar, vertrok een eerste groep missionarissen van het
Onbevlekt Hart van Maria naar Kongo-land.
Onder geleide van den
E. P. Gueluy, bereikte de karavaan het samenvloeingspunt
van den Kongo-stroom en de Kwa-rivier en stichtte er
te Kwamouth de zending St-Maria-Berghe. Op 1 Januari 1889
volgde een tweede karavaan, onder geleide van den E. P. Van Ronslé (thans Mgr. Van Ronslé). De missionarissen
voeren den Kasaïstroom op en stichtten de missie van
Luluaburg. Weldra volgde ook de stichting van
Nieuw Antwerpen (1890) door den
E. P. Cambier.
Het Apostolisch Vicariaat boekte verleden jaar 10.956 doopsels.
16.268 gedoopten en 31.978 geloofsleerlingen wonen verspreid in
de 12 posten van het Vicariaat.
Het missiegebied staat onder het bestuur van Z. H. Mgr. Van
Ronslé, titulair-bisschop van Thymbrium en telt een
zestigtal zendelingen (Paters en Broeders) bijgestaan door 30
Zusters Franciscanessen van Maria en zes Zusters van Liefde, van Gent.
III. Apostolische Prefectuur van Opper-Kasaï.
Op 26 Juli 1901 werd een deel van het voorgenoemde Vicariaat van
Belgisch-Congo3
afgezonderd en onder de naam van Apostolische Prefectuur van Opper-Kasaï tot afzonderlijk missie-gebied ingericht,
alhoewel het aan de missionarissen van het Onbevlekt Hart van
Maria (Scheut) toevertrouwd bleef. Deze prefectuur beslaat
nagenoeg gansch de oppervlakte van het Kasaï-district en zij
strekt zich uit over onmetelijke afstanden in het middengedeelte
van onze kolonie.
Overste van deze zending is de Z. E. P. Cambier, die met de
eerste karavaan der zendelingen van Scheut (in 1888) naar Kongo
vertrok. De E. P. Cambier stichtte opvolgelijk menigen
zendingspost, onder welke wij hier Luluaburg aanstippen.
Gesticht in 1891, is deze zending thans de verblijfplaats van E.
P. Cambier, Apostolisch Prefect. Te Luluaburg bestaat een
ziekenhuis voor slaaplijders, waar de zieken door de
Zusters van Liefde verpleegd worden. De Apostolische Prefect is
thans bezig met een groot gasthuis voor slaapzieken te bouwen.
De verslagen over deze missie stipten voor het verloopen jaar de
volgende getallen aan: 8.511 gedoopten en 31.554
geloofsleerlingen. De zendelingen zijn ongeveer ten getale van
vijftig en worden in in hun liefdadig werken en in hun
apostolaat bijgestaan door 23 Zusters van Liefde van Gent. Deze
prefectuur telt twaalf hoofdposten met tal van bijposten of
kapelhoeven.
IV. Apostolische prefectuur van Kwango.
Op het einde van 1891 aanvaardden de Eerw. Paters Jezuieten
de taak, het hunne bij te dragen tot de beschaving van een
gedeelte van Belgisch-Kongoland. Op 31 Januari 1903 werd hun
missiegebied als onafhankelijke Apostolische Prefectuur
afgescheiden. De zending der Eerw. Paters Jezuieten ontleent
haar naam aan de rivier Kwango en bevat nagenoeg gansch het
district Kwango met een groot deel van het midden
Kongo-district. De E. P. Van Henxthoven, z. g. was de
eerste overste dezer missie, en vatte omstreeks 1895 de gedachte
op de bijzonderste missieposten te omringen door een zeker
aantal bijposten of kapelhoeven, waar de jeugd vooral, bevrijd
tegen den slechte invloed der ouderen, door het werk en de
school zouden tot de christen beschaving gebracht worden. Thans
is de E. P. Stanislas De Vos prefect der Kwango-missie.
In Augustus 1911 telde de prefectuur zeven hoofdposten met een
dertigtal missionarissen. De christenen waren ten getale van
3.372. Kisantu, hoofdplaats der Kwango-prefectuur, heeft
een schoone gothische kerk, alsook scholen, werkhuizen, eene
drukkerij, enz., en is omringd door uitgestrekte boomgaarden,
moes- en kruidtuinen. Twee lazaretten herbergen er de
slaapzieken van beide geslachten. 16 Zusters van O. L. Vrouw
(Namen) zijn in deze zending werkzaam; onderwijzen er de
kinderen en verzorgen de zieken.
Zending der Eerw. Paters Trappisten
Op aanvraag van Leopold II en op uitdrukkelijk verlangen
van Z. H. den Paus Leo XIII, aanvaardden de E. P. Trappisten van Westmalle in 1892 de taak om een deel van ons
uitgestrekt Kongoland voor Christus en zijn Kerk te winnen.
Op 6 April 1894 gingen 2 Paters en 3 Broeders te Antwerpen
scheep naar Kongoland. Aan het hoofd stond de Z. E. Vader
Abt Jos. Peeters.
Na een mislukte poging op de vlakte van Ndembo, trokken de
Eerw. Paters verder het binnenland in, stichtten in den omtrek
van Coquilhatstad op een bijvloed
van de Ruki, hun eersten post, Banania-St. Joseph geheeten
(Mei 1895).
De overgroote moeilijkheden die het begin der missie
kenmerkten, waren een voorteeken van overvloedigenden zegen.
Thans hebben de Eerw. Paters Trappisten zeven hoofdposten
met menigvuldige bijposten. De missie telt, volgens opgave van
“l' Almanach du Congo pour 1912” ongeveer vier duizend
christenen en vijf duizend catechumenen. Veertien priesters en
negen broeders der missie worden bijgestaan door elf
Zusters-Missionarissen van het Heilig Bloed (Natal).
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
V. Apostolisch Vicariaat van Stanley-Falls.
Sedert 1897 reeds, wierpen de Paters van het H. Hart het goede
zaad van het Evangelie uit, in het noord-oostelijk gedeelte van
Belgisch-Kongo. Op 3 Oogst 1904 werd te hunnen voordeele de
Apostolische Prefectuur van Stanley-Falls opgericht; vier
jaar later, op 12 Maart 1908, werd deze prefectuur het
Apostolisch Vicariaat van Stanley-Falls.
Mgr. Grison, de tegenwoordige Apostolische Vicaris, heeft
zijne residentie te St. Gabriël der Falls. De zending telt acht hoofdposten, met
tal van bijposten of kapelhoeven.
De christenen zijn ten getale van 6.984, de geloofsleerlingen
ten getale van 8.839. De dertig missionarissen dezer missie
worden in hun werk bijgestaan door elf
Franciscanessen - Missionarissen van Maria.
VI. Apostolische Prefectuur van West-Uele.
Op 12 mei 1898, werd een gedeelte, ruim zesmaal grooter dan
België, van het Vicariaat van Belgisch-Congo afgezonderd, en
den Norbertijnen der abdij van Tongerloo tot
arbeidsveld aangewezen. De Apostolische Prefectuur strekte zich
destijds uit, over nagenoeg gansch 't stroomgebied van
Opper-Uele. Ik zeg destijds, want onlangs werd deze
Prefectuur in tweeën gesplitst en het Oostelijk gedeelte
ervan, van af 26° 30' Predikheeren overgelaten, terwijl de Eerw. Paters
Norbertijnen 't overige behouden.
Reeds in 1898 vertrok een eerste groep missionarissen uit
Tongerloo. Mgr. Deckers voerde eerst den titel van
Apostolisch Prefect van Uele, doch moest weldra, door de
koorts beproefd, naar België terugkeeren. Thans bekleedt de Z.
Eerw. Kan. Dierckx deze waardigheid.
De Norbertijnen stichtten 3 posten in hun gebied, namelijk
Ibembo, Amadi en Gombari,
alsook tal van bijposten of kapelhoeven. De Eerw. Paters
Norbertijnen worden bijgestaan door de Zusters van het Heilig
Hart van Maris (Moederhuis te Berlaer, Lier).
VII. Apostolische Prefectuur van Matadi.
Onlangs (op 1 Juli 1911) werd de zending der Eerw. Paters Redemptoristen in Kongo tot Apostolische Prefectuur van
Matadi opgericht. Sedert 1899 besteedden de
Redemptoristen hun arbeid aan 't beschaven van de streek
der groote Kongo-watervallen. Eerst vervingen zij de priesters
van het bisdom Gent, als aalmoezeniers van den Kongo-spoorweg.
Thans hebben zij al de werken van die ijverige priesters
uitgebreid en in hun gebied vijf bloeiende zendingsposten
gesticht, namelijk te Matadi, Thysville, Kionzo,
Tumba en Kimpese.
De jongste opgaven melden 2.500 christenen en 600 catechumenen.
Aan het hoofd der acht-en-twintig missionarissen der Prefectuur
staat de Eerw. Pater Joseph Heintz. Zes Zusters van Liefde
(Gent) nemen in het hospitaal van Kinkanda de taak van
ziekenverzorgers waar.
Zending der Paters van Mill-Hill.
Sedert 1906 hebben de Paters van Mill-Hill eene missie
aanvaard in Belgisch-Kongo. Zeven zendelingen dier Congregatie
oefenen ginder hun zielenijver uit in vier missieposten:
Lulonga, Bokakata, Baringa en Basankusu. De
christenen waren in 1910 ten getale van 1.226 en de catechumenen
ten getale van 3.399
VIII. Apostolische Prefectuur van Noord-Katanga.
Gelegen tusschen de Lualaba en de Lomami-rivieren, van af de
monding der Elila en Bomakamba ten Noorden, tot aan de
bron der Lovoi ten Zuiden, is deze Apostolische Prefectuur
aan de Paters van de H. Geest toegewezen (30 Juni 1911).
Zij stichtten er opvolgentlijk drie missieposten, namelijk
Kindu, Kongolo en Eigen-Brakel-St.-Jozef.
De missie staat onder het bestuur van den Zeer Eerw. Pater Callewaert, Apostolisch Prefect. De Eerw. Pater Callewaert
landde reeds ten jare 1885 in Belgisch Kongo aan, doch verliet
in 1892, ten gevolge van het oprichten van het Vicariaat van
Belgisch Kongo, het grondgebied onzer kolonie, om voort in
Kabinda en Fransch-Kongo te werken aan het heil der
zielen.
In 1907 vertrok hij met eenige medebroeders naar de hem
toegewezen zending in Belgisch-Kongo. De 15 missionarissen
aldaar werkzaam werden onlangs vervoegd door vijf Zusters
Missionarissen van Luik.
IX. Apostolische Prefectuur van Belgisch-Ubangi
In 1910 aanvaardden ook de geestelijke zonen van den H. Franciscus de zware taak de eerste kiemen van den godsdienst te
gaan leggen op de boorden van den Ubangi-stroom. Onder
geleide van den Zeer Eerw. Pater Fulgentius Carnonckel,
thans Apostolisch Prefect, vertrokken op 10 September 1910 de
eerste zendelingen-Capucienen uit Antwerpen. Die eerste
groep bestond uit vier Paters en twee Broeders. De zendelingen
hebben zich gevestigd te Banzystad en aldaar de eerste
grondvesten eener nieuwe missie gelegd. Op 7 April 1911 werd de
nieuwe missie tot Apostolische Prefectuur ingericht.
Mogen deze nieuwe ondernemingen voor het geloof weldra in bloei
en luister de zendingen evenaren, die de Eerw. Paters Capucienen vóór eeuwen op de boorden van den lageren
Kongo-stroom gesticht hadden.
X. Apostolische Prefectuur van Katanga.
Deze Prefectuur werd bij dekreet van 5 Augustus 1910 tot stand
gebracht. Zij strekt zich uit over het zuidelijk gedeelte van
het Katanga-district, van af de Luvua-rivier, ten
Noorden en de Lualabastroom ten Westen, tot aan de grenzen
van Kongo ten Zuiden en ten Oosten.
De zending werd toevertrouwd aan de Paters Benediktijnen
van St. Andries bij Brugge, en wordt bestuurd door den
Eerwaarden Dom de Hemptinne, apostolisch prefect. Een
eerste groep zendelingen (drij Paters en twee Broeders) vertrok
in augustus 1910.
De Paters Benediktijnen zijn voornemens eene abdij te bouwen te
Nguba en ontwerpen uitgestrekte landbouwinrichtingen te
Kapiri. Op 7 October 1911 vertrokken naar diezelfde
Prefectuur zeven leden der Congregatie van Don Bosco
(Salesianen). Onder leiding van den E. Pater Sak
zullen zij in het Noorden van Elisabethstad eene school
voor lager onderwijs en eene ambachtsschool stichten.
Op dezelfden datum vertrokken vier Zusters van Liefde van Gent,
om in het hospitaal te Elisabethstad den ziekendienst waar te
nemen.
Aan het hoofd der geestelijke gemeente van Elisabethstad staat
de Eerw. Heer Moreau, als pastoor en de Eerw. Heer
Maes, als onderpastoor.
XI. Zending aan het Albert Nyanza-meer.
Deze zending, gelegen in den Noord-Oostelijken hoek der Kolonie,
werd in 1910 begonnen door het stichten van een post te
Kilo, het middenpunt der goudmijnstreek van
Opper-Ituri. Het grondgebied dezer missie waar de
missionarissen van Afrika (Witte Paters) nog werkzaam zijn,
evenaart in oppervlakte de uitgestrektheid van België en
wegens zijn gezond klimaat en dichte bevolking schijnt 't rijk
aan Apostolische vruchten te zullen zijn.
Deze zending hangt vooralsnog in geestelijk opzicht af van den
Apostolischen Vicaris der bloeiende Uganda-missie. Thans is de
Eerw. Pater G. De Vulder, eertijds stichter en overste der
posten Kasongo en Brugge St. Donaas, in het Vicariaat van
Opper-Kongo, overste der zending Kilo O. L. Vrouw.
Het missiegebied heeft als grenzen ten Westen de
30°langs de andere kant afgebakend door het Albert-Nyanza meer en
het Engelsch Uganda-protectoraat.
XII. Apostolische Prefectuur van Oost-Uele.
Het jongste missiegebied, op 11 December 1911 door een decreet
der Congregatie tot Voortplanting des Geloofs, in
Belgisch-Kongo afgebakend, is de Prefectuur van Oost-Uele...
Dezen laatsten tijd hebben ook de Belgische Predikheeren
besloten het hunne bij te dragen tot Kongo's Christen
beschaving en 't is aan hun werkijver dat Oost-Uele werd
toevertrouwd. Hunne eerste zendingen zijn reeds vertrokken
―zie: Het H. Misoffer, tijdschrift der Norb. missie. Juni
1912―
De nieuwe Apostolische Prefectuur van Oost-Uele, zooals
hierboven reeds gezegd werd, ontstaat uit de splitsing van het
missiegebied waar vroeger de E. Paters van Tongerloo werkzaam
waren en beslaat, zooals het de naam aanduidt, het oostelijk
gedeelte van dit missiegebied van af 26° 30'
stonden aan de Belgische Predikheeren twee hunner voornaamste
missieposten, nl. Gombari, met menigvuldige kapelhoeven af.
In October ll. zijn drie Paters en twee Broeders van de orde van
den H. Dominicus naar de nieuwe missie vertrokken, onder geleide
van den Eerw. Pater Van Schoote, overste, die reeds 19 jaar
in de zendingen van Equador werkzaam was.
Onlangs werd de Eerwaarde Pater Van Schoote tot Apostolischen
Prefect benoemd.
Broeders der Christelijke Scholen, Broeders Maristen en Broeders van Liefde.
Om te eindigen vermelden wij nog de Broeders der Christelijke Scholen die in September 1909 vertrokken en twee
scholen geopend hebben te Boma en te Leopoldstad.
De Broeders van Liefde hebben scholen te Lusambo en te
Kabinda.
De Broeders Maristen hebben eene school te
Stanleystad.
Alles samengerekend werken er thans drie en twintig orden of
geestelijke congregaties aan het verspreiden van het Evangelie
en van de christelijke beschaving in Kongoland. Onze kolonie
telt thans ongeveer 500 zendelingen.
|