|
Gepubliceerd op 20 juli 1912
Het past ons ter gelegenheid van den nationalen feestdag van 21
Juli de eereplaats van ons blad af te staan aan de portretten
van HH. MM. den Koning en de Koningin.
Terwijl door een hatelijke kliek van verdwaasde heethoofden en
humbugmakers gewerkt wordt aan de verscheuring van het
vaderland, om de simpele reden, dat het Vlaamsche ras, dat
jarenlang ten voordeele van het Waalsche ras bevoordeeld werd,
gelijke rechten vraagt, is ons deze gelegenheid om een bewijs
van vaderlandsliefde te geven dubbel aangenaam. De beste hulde,
die we kunnen brengen, ligt voorzeker in het wijzen op de
roemrijke afstamming en edele daden van ons Koningshuis.
Ons Koninklijk Huis vindt zijn oorsprong in het van ouds bekende
souvereine huis van Saksen-Coburg, hetwelk afstamt van de
eerste markgraven Meissen. Leopold I was het negende
kind van Frans-Frederik-Antonius, erfgenaam van het
hertogdom Saksen-Coburg-Saalfeld en van prinses
Augusta-Karolina-Sophia van Reuss.
Hij werd den 16en December 1790 geboren. Onder de meesterlijke
leiding van Karel Hoflender, eerste professor van het
Collegium Casimirianum en kerkelijk administrateur van het
land van Coburg, kreeg hij een gestrenge opvoeding. De jonge
Leopold bezat een zeer scherp verstand en de geschiedenis zegt,
dat hij op 15 jarigen leeftijd zeer goed vertrouwd was met de
moderne talen, met de wijsbegeerte, de letterkunde en de
geschiedenis. Op krijgsgebied onderscheidde hij zich in het
gevecht bij Kulm en plukte lauweren op het oorlogsveld bij
Waterloo, waar hij tegen Napoleon streed. Hij was zoo
dapper, dat Napoleon zelf meermalen beproefde den jongen prins
aan zich te hechten en hem adjudant te maken.
Op 2 Mei 1816 huwde hij met prinses Charlotte van Wales,
die reeds het volgende jaar op den leeftijd van 22 jaar
overleed. Intusschen was Leopold's roem zoo hoog gestegen, dat
hem in 1825 de koninklijke troon van Griekenland werd
aangeboden. Hij weigerde echter.
In 1831, na de scheiding van België en Holland, werd hij
koning der Belgen verkozen. Met grooten luister en geweldige
geestdrift werd hij in Juli van hetzelfde jaar ingehuldigd. Na
den warboel der revolutie van 1830 in orde te hebben gemaakt,
trouwde hij in tweede huwelijk met Maria-Louisa van Orleans, dochter van den Franschen koning Lodewijk-Filips.
Van toen af begon de nijverheid, de handel en de landbouw van
België een hooge vlucht te nemen.
De revolutie van 1848, die als een woeste zee alle Europesche
landen dreigde te verslinden, legde bij het naderen der
Belgische grenzen alle woestheid af. Als bijzondere
gebeurtenissen, die onder de regeering van Leopold I plaats
grepen, dienen vermeld: de inrichting der burgerlijke wacht, de
oprichting van de Congreszuil, het brengen van het
legeraantal op 100.000 man, de versterking der stad
Antwerpen, de vrijmaking van het vaarwater der Schelde, enz. enz.
Uit het huwelijk van Maria-Louisa sproten vier kinderen, waarvan
drie in leven bleven: Leopold, hertog van Brabant, die later
huwde met Maria-Henrietta, aartshertogin van
Oostenrijk; Philips, graaf van Vlaanderen, die huwde met prinses
Maria van Hohenzollern-Sigmaringen en Maria-Charlotte, die
huwde met Maximiliaan, keizer van Mexico.
Leopold overleed den 10en December 1865, innig betreurd door
zijn volk. Doch was de droefheid groot bij het verscheiden van
Leopold, oneindig grooter was ze geweest bij het overlijden van
Maria-Louisa in 1850. Deze edele vrouw, die aan een verheven
karakter een schitterend vernuft paarde, die het koninklijk
paleis van Laken in een echt liefdadigheidsgesticht had
veranderd, die door hare begunstelingen Moeder der armen werd genoemd en waarvan de liefdadigheid spreekwoordelijk
is geworden, scheen nimmer uit het geheugen van het volk kunnen
worden gewischt.
Den 17en December 1865 beklom Leopold II den koninklijken
troon.
De bijzonderheden van het leven van dit onvergelijkbaar
staatshoofd liggen nog te versch in het geheugen, dan dat we er
nog breedvoetig op terug zouden komen. Evenals zijn vader bezat
ook hij een scherpzinnig verstand en groot vernuft. Vooral in de
diplomatie was hij een onovertrefbaar meester.
Reeds op 18 jarigen leeftijd getrouwd met Maria-Henrietta,
maakte hij achtereenvolgens verschillende reizen, eene eerste
naar Egypte, Palestina, Athene, Napels
en Zwitserland; een tweede naar de Oostersche landen; een derde
naar Spanje, Algerië, Tunisië, het eiland Malta en Egypte;
eindelijk een vierde naar Indië.
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
In 1855 nam hij zitting in den Senaat.
De voornaamste feiten die onder zijne regeering plaats grepen en
waarin hij voor een groot gedeelte de hand had, waren: de
dappere weerstand die het Belgisch leger bood aan de zuidelijke
grenzen tijdens den Fransch-Duitschen oorlog in '70; de
instelling van den Prix du Roi; de stichting van de
internationale Afrikaansche Vereeniging; de inhuldiging van
het standbeeld van Leopold I te Bergen en te Laeken;
de inhuldiging van de Barrage de la Gileppe
;
het bezoek aan Amsterdam; de inhuldiging van het
justitiepaleis te Brussel; het bezoek van Koning
Wilhelm III en Koningin Emma van Holland; boven al zijn
meesterlijk werk in den Congo; het bezoek van Koning
Alfons XII van Spanje en koning Lodewijk I van Portugal; de versterkingen aan de Maas; de inhuldiging van het
monument Breydel en De Coninck te
Brugge; het bezoek van Keizer Wilhelm II; de feesten van de 75 jarige onafhankelijkheid
van België; de tentoonstelling van Luik; het bezoek van den
koning aan Antwerpen, Brugge, Oostende, Hasselt, Aarlen en
Bergen; de uitbreiding der havenwerken en het verdedigingswezen
te Antwerpen, de overname van den Congo door den Staat.
Onder de regeering van Leopold II is België op ongekende wijze
met reuzenschreden op alle gebied vooruitgegaan. Onder hem is
ons vaderland eene idustriëele mogendheid van den eersten rang
geworden en aan hem is het te danken dat België eene kolonie
bezit, die eene oppervlakte van een derde van Europa beslaat en,
in wiens bodem nog ongekende schatten zijn verborgen. De
beschaving van den Congo is een der gulden bladzijden bij
uitstek onzer vaderlandsche geschiedenis.
Uit het huwelijk met Maria-Henriette sproten vier kinderen:
prinses Louise, gehuwd met prins Filips van
Saksen-Coburg-Gotha; prins Leopold, gestorven in 1896; prinses
Stephanie, gehuwd met aartshertog Rudolf van Oostenrijk-Hongarije; prinses Clementine, gehuwd
met prins Victor-Napoleon. Het huiselijk geluk heeft
Leopold II niet gekend, zijn leven was arm aan gezinsvreugde.
Maria-Henrietta was even als onze eerste koningin zeer
eenvoudig, zij bezat een edel karakter en beoefende eveneens op
bewonderenswaardige wijze de deugd der liefdadigheid. Zij had
eene groote voorliefde voor de kunst; zij was een echte
muziekliefhebster en teekende met vaardige hand verschillende
aquarellen. Zij overleed den 19en September 1902.
Op 23 December 1909 nam Koning Albert I de
Koninklijke kroon aan. Aan de toekomst zijne daden te
beoordeelen.
Echter zijne universeele kennis, zijne liefde voor de studie,
zijne vertrouwdheid met de sociale kwestie, zijne liefde voor de
letteren, zijn huiselijk geluk naast zijne geliefde gemalin
Elisabeth en zijne beminnelijke kinderen Leopold,
prins Karel en prinses Maria-José, laten voorzien dat hij
het voetspoor zijner voorgangers zal volgen en het schip van
staat in een veilige haven zal binnensturen.
Doch waarover wij ons het meeste verheugen is dat hij een nieuwe
baan heeft geopend, die zijne voorgangers niet gekend hebben.
Wij doelen op het afleggen der grondwettelijken eed in het
Vlaamsch. In deze daad, die men overigens in alle landen als een
zeer natuurlijke zou beschouwen, ligt voor ons, in de
voorwaarden, waarin wij sedert 1830 geleefd hebben, de erkenning
van een lang miskend recht. Bovendien legde hij in de
redevoering die hij bij zijne troonsbeklimming uitsprak
verklaringen af, waaruit blijkt dat hij voornemens is het
beoefenen der Nederlandsche zoowel als der Fransche letterkunde
aan te moedigen.
Heeft de Vorst het overbodig geacht er bij te voegen dat
Vlamingen en Walen ook op alle gebied gelijke rechten moeten
genieten, daar hij toch gezworen had die gelijkheid krachtens de
Grondwet te handhaven? Best mogelijk. Wanneer wij zien dat hij,
zooals onlangs voor de Gentsche tentoonstelling, uitdrukkelijk
verlangt dat den Vlamingen recht zou wedervaren, verheugen wij
ons meer over zulke daden dan over theoretische beloften, hoe
rechtzinnig deze ook werden afgelegd.
Zijn voorzaat, Leopold II, moest door Conscience
in het Nederlandsch onderwezen worden, doch Rogier
zorgde er voor dat dit leeraarschap een loutere eeretitel
bleef. Koning Albert was gelukkiger. Grondig leerde hij beide
landstalen en 't zal nog menig zijner gewezen spitsbroeders
geheugen hoe gemoedelijk, rond en vlot de toenmalige
kroonprins, tijdens de krijgsbewegingen, met zijne Vlaamsche
makkers in 't Vlaamsch omging.
Bij tal van bezoeken, als kroonprins, aan de Vlaamsche gewesten
gebracht, had hij reeds de Nederlandsche taal gebezigd en aldus
blijk gegeven van zijne hoogschatting der spraak van de
meerderheid der Belgen, doch de eedaflegging was de eerste stap
op de nieuwe baan, waar voor ons reiner lucht stroomt en reiner
licht straalt. Hopen wij dat deze baan tot aan het einde zal
gevolgd worden.
Alf. Martens
|