|
Ongeveer eene eeuw is verloopen sedert de Iersche beweging
tot stand kwam, dewelke bijna onophoudelijk geheel Engelands
inwendige politiek overheerscht heeft. In 1829 behaalde de
beroemde Daniël O'Connell (1775-1847) de eerste zegepraal
op den weg der verlossing van het eeuwenoude juk dat op zijn
ongelukkig volk drukte.
Dit jaar immers, na hevige en woelige besprekingen, stemde het
Engelsch Parlement de Test Act van 1673 af, die wet
van onverdraagzaamheid, dewelke de Katholieken onbekwaam
verklaarde in de Kamers te zetelen of een openbaar ambt te
bekleeden. De wet van 1829 liet enkel de onbekwaamheid
voortbestaan met het oog op de ambten van Regent, kanselier en
landvoogd van Ierland.
De overwinning was groot, maar O'Connell zag verder... Hij wilde
ook de afschaffing der Akte van Vereeniging van Ierland met Engeland; een voorstel dat eene gerechterlijke vervolging tegen
hem verwekte, waarover hij echter zegevierde.
Parnell zette de taak van den grooten vaderlander voort.
Wist de “ongekroonde koning” van Ierland, zoo men Parnell
noemde, hem vrij te pleiten van beschuldiging van
medeplichtigheid aan zekere misdadige buitensporigheden die de
Iersche beweging bevlekten, hij bedierf ongelukkiglijk zijn werk
door zijn gedrag als privaat man. Parnells mantel viel
opvolgenlijk op de schouders van John Dillon, die de
eenheid onder de partijgenooten herstelde, en van John Redmond.
Het Iersch vraagpunt, zegden wij hooger, beheerscht gansch de
inwendige politiek van Engeland. 't Is dit gewichtig
vraagpunt dat, onder het ministerie van Gladstone, wiens
wetsontwerp ten gunste van Ierlands zelfbeheer (Home Rule)
tweemaal (1886 en 1893) schipbreuk leed, de Engelsche partijen
omwentelde. De liberale tegenstrevers van “Home Rule” voegden
zich bij de behoudsgezinden (Tories) en eene nieuwe partij
zag het licht: de Unionisten of partijgangers van het
instandhouden der Unie of vereeniging tusschen Ierland en
Engeland.
Het Iersch vraagstuk is de huidige vorm bij onze overzeesche
naburen, van de beweging ten bate der
“ontmidheerschappij” ― zooals Guido Gezelle het
Fransch woord decentralisatie vertaalde. Zelfregeering is
van natuurwege meer geschikt tot een verstandig bestuur der
zaken dan de vereeniging van alle machten in handen der
middenregeering.
Is dit overigens niet het stelsel door Engeland in zijne groote
bezettingen gelijk Canada, Australië,
Zuid-Afrika gehuldigd?
Doch men heeft wel te zeggen dat de Engelsche Kamer geen tijd
over heeft, om zich degelijk met de Iersche belangen bezig te
houden; dat de Ieren een ontegensprekelijk recht inroepen; de
behoudsgezinden of Unionisten willen van Home Rule niet weten,
omdat zij den Ier verachten, het Iersch ras als een
minderwaardig beschouwen.
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
't Is ook vooral het gevoelen dat de Ieren in hunne beweging
bezielt. Zeker, heeft de regeering sedert een vierde eeuws
merkelijke verbeteringen aan de wettelijke en stoffelijke
toestanden in Ierland toegebracht. Doch, wat bij den Ier opperst
ligt, 't is het droevig aandenken aan het verleden. De
zeventiende eeuw was een tijdvak van moorden; de achttiende een
tijdvak van ekonomische vervolging; de negentiende eeuw zag den
hongersnood het Iersche volk jaarlijks de wijk naar den vreemde
nemen.
Ierland eischt wederwraak; Ierland moet vrij worden; het juk
moet af! De landvraag kan opgelost, het beheer van het geldwezen
verbeterd worden, doch dit zijn enkel trappen tot zelfbeheer of
Home Rule, riep Redmond uit te Dublin in 1904; Home
Rule is de kern en het doel van het Iersch program1
Nu een woord over den leider der Iersche beweging, wiens
beeltenis op onze eerste bladzijde prijkt: John Redmond. De opvolger van O'Connell , Parnell en J.
Dillon stamt zelf van een politiek man af: zijn vader heeft
insgelijks in het Lagerhuis gezeteld. Geboren in 1851, deed
de jonge Redmond zijne eerste studiën in Trinity College,
te Dublin, en werd advokaat in 1886. Hij werd voor de eerste
maal gekozen in 1881 door de kiesomschrijving van New-Ross.
In 1885 verkoos hem die van New-Wexford; sedert 1891
vertegenwoordigt hij deze van Waterford.
Na den dood van Parnell, welke voor kortstondigen tijd door John
Dillon verdienstelijk vervangen werd, trad John Redmond als
leider der Nationalisten op. Het duurde niet lang of zijne
hoedanigheden als staatsman, partijleider en redenaar
schitterden uit. Sterk beslagen in de kennis der parlementaire
proceduur, heeft Redmond bij de beste Kamerleden plaats genomen.
Vloeiend spreker, evenwel, als 't pas geeft, een voorbeeldig
zwijger; geduchte aanvaller, toch altijd een gentleman;
geestdriftig, maar toch ook man van gezonde reden, weet hij
kloekte en kalmte te paren.
Alhoewel een overtuigd Nationalist, zegt een
schrijver2, bezit John Redmond die tint van wereldburgerschap, zoo
eigen aan de Ieren en zoo vreemd aan den gewonen Engelschman.
Hij weet welk aanzienlijk aandeel zijne landgenooten in den
bloei van Canada, Australië en Nieuw-Zeeland, ja, der
Vereenigde Staten hebben gehad.
John Redmond is niet alleen het hoofd der Iersche groep in het
Engelsch Gemeentehuis; in den tegenwoordigen toestand der
partijen heeft hij het lot van het ministerie in zijne handen.
Ierland kan niet meer “geignoreerd” worden, om een
Nederlandsch bastaardwoord te gebruiken, 't is te zeggen:
miskend. De Hooge Kamer tegen wier vijandelijkheid de Iersche
politiek steeds botste, werd door de huidige liberale regeering
machteloos gemaakt. Ierland moet zegevieren! Had O'Connell dit
alles durven dromen?
Ed. Vlietinck
|