Gepubliceerd op 20 januari 1912
Iedereen weet hoe schandelijk en laf de Missionarissen van
Scheut en de Jezuïeten - missionarissen
aangevallen zijn geweest in de Kamer door socialist
Vandervelde. Eenige liters alcohol, door de Paters
van Scheut tot hun eigen verbruik gestookt, heette hij een
geheime stokerij, in weerwil der wet, een geloof verkondigen
bij middel van wijngeest!
Omdat een zieke, onverantwoordelijke Pater, in een oogenblik van
waanzin, een neger had doodgeschoten, zouden ze alle
gevaarlijke kerels zijn! En tegen de Jezuïten? Wat kraamde hij
tegen de Jezuïten? Och, een piepjong substituutje, een
plaatsvervangend rechtertje dus ― een manneke van 24 jaar, dat er
nauwelijks twee in Congo verbleef ― had kozijn gespeeld tegenover
P. Hanquet, elf dagen zijne gastvrijheid genoten, 't harmonium
bespeeld en de kaarsen aangestoken voor Kerstmis, en den
onbewimpeld vrijmoedigen missionaris gevangen genomen in een of
ander zijner vertrouwelijke woorden.
Nog een tweede missionaris, P. Allard, had het substituutje
verraderlijk verklikt, van hem zeggende dat hij jonge kinderen stal
en niet stal,... dat negers het deden in zijn naam,... dat hij het
wist en niet wist... dat hij kinderen aan de ouders terugbezorgde
en dat hij ze behield... Kortom, grove tegenspraak, leugen,
laster...
En dat alles opgeteekend in officiëel verslag, dat door de
oversten zelf van 't substituutje werd afgekeurd en, men weet niet
hoe, in handen kwam van socialist Vandervelde. Deze, natuurlijk,
nam de gelegenheid te baat om op de Jezuïten te kappen... en zich
een vreselijk groote buil op te loopen. Want minister Renkin
stond den lasteraar zegevierend te woord. Rood van schaamte zag men
hem wegdruipen, en hoorde men hem ter verontschuldiging stamelen:
“Ik beschuldig niet, ziet gij, ik ondervraag...”
Wat de heer Renkin zoo heerlijk begonnen had, voltrok de
knappe Provinciaal der Jezuïten,
E. P. Thibaut. In een
veelverspreid vlugschrift ontzenuwde hij één voor één
al de argumenten, 'k wil zeggen, de aantijgingen en
drogredenen, den laster, de verdachtmakingen van den
Logeman.
Geknakt en verminderd komt Vandervelde uit den strijd.
Velen oordelen dat hij tusschen twee krachtige Jezuïtenvingers
doodgeknepen werd gelijk een eenvoudige vloo.
Maar vermits citoyenshoofd Vandervelde gekraaid had, kraaiden
Peuple, Laatste Nieuws, Nieuwe Gazet en ander
gelijksoortig pluimgedierte natuurlijk mede. De felste schreeuwers
onder hen worden gerechterlijk vervolgt. In afwachting echter dat
de rechtbank uitspraak doet, heeft de openbare meening zich willen
ontlasten in een grootsche Protestmeeting, eerst te
Antwerpen, en vervolgens te Gent, Luik, Namen,
Brussel, elders ook nog wellicht.
Te Antwerpen was het effenaf onverbetelijk. 5000 geestdriftige
mannenzielen samengeperst in de ruime zaal van den
Burgerkring. Op het verhoog twee missionarissen -
bisschoppen, Mgr Augonard en Mgr Roelens. Nevens hen
en om hen al de senators, volksvertegenwoordigers en de meest
gezaghebbende mannen van Antwerpen, de Provinciaal der
Jezuïten, E. P. Vermeersch ― een voornaam Congokenner
en beroemd geleerde ― Z. E. H. Deken van Antwerpen, tal van
geestelijken en heeren.
Volksvertegenwoordigers Segers en Van Cauwelaert, de beste
redenaars van Antwerpen ― van Antwerpen alleen? ― spraken onder
daverend applaus onderbrekingen en toejuichingen, met hart en ziel
een gloedvolle, overheerlijke redevoering uit.
Lezer, ― ik wensch dat ge dat lezen mocht of liever had gij het
mogen horen en zien! 't Zou u warm geworden zijn om het hart, zooals
het ons warm werd en uw christen gemoed zou zich, gelijk het onze
ontlast, verlicht en en gewroken voelen. Gewroken ook, onze
moedige, vlekkelooze missionarissen, hunne ouders, vrienden en
weldoeners.
Tusschen beide klankfonteinen, Van Cauwelaert en Segers, stond P.
Vermeersch recht, en weerlegde meer bepaald de aantijgingen van
Vandervelde en zijn oorfluisteringen, 't leugenachtig
stubstituutje...
Ook Mgr. Augonard, de Fransche bisschop, die 35 jaar in Fransch- en
Belgisch Congo doorbracht, al onze missionarissen kent en al
hunne missies
dikwijls bezocht, ― hield er aan hulde te brengen
aan hun edelmoedig en verdienstelijk werk. “Zij hebben zich om 't
vaderland, zoowel als om de Kerk, zeer, zeer verdienstelijk
gemaakt” sprak Mgr Augonard, “en ze verdacht maken heet ik met
modder gooien naar uw schoone Belgische vlag.”
In naam der missionarissen dankte Mgr Roelens voor de hier bewezen eer, en de vergadering ging uiteen geestdriftig, door de twee bisschoppen gezegend.