Vorige: Van de bloemkens die wilden wandelen gaan.   Omhoog: Poëzie.   Volgende: Groeninge's grootheid of De Slag der Gulden Sporen.
Inhoudsopgave   Index


In vaders grooten zetel.

Gepubliceerd op 17 augustus 1912


  De knaap is nauwelijks drie jaar oud,
  Maar struisch en rap, hij klimt reeds stout
        In vaders grooten zetel.

  Neemt plaats zoo diep als hij maar kan
  En spreidt zijn armen open dan
        In vaders grooten zetel.

  En heft het hoofd en blikt zoo fier
  En roept en zingt: Nu zit ik hier
        In vaders grooten zetel.
  
  Het zusterke, dat pas kan gaan,
  Komt waggelend vol bewondering staan
        Voor vaders grooten zetel.
  
  Ik ook, zegt zij, ik ook daarop,
  Ik ook met zoete Mieke pop,
        In vaders grooten zetel.
  
  Ik ook! Zoo spreekt haar biddend oog,
  Maar 't is toch zoo almachtig hoog,
        In vaders grooten zetel.
  
  Wacht! --zegt hij-- zusje ik kom terstond,
  En wip!.. hij glijdt weer op den grond,
        Uit vaders grooten zetel.
  
  Wat is mijn zusje toch zoo kleen!
  Zoo denkt hij: ze kan niet alleen
        In vaders grooten zetel.
  
  Zij kruist haar armen rond zijn hals,
  Hij heft - en kust haar dan eens malsch,
        In vaders grooten zetel.
  
  En Mieke pop wordt zachtjes dan
  Geplaatst daar tusschen vrouw en man,
        In vaders grooten zetel.
  
  En 't duurt niet lang of arm in arm
  Slaapt 't kleine drietal, blozend warm,
        In vaders grooten zetel.
  

Gentil Antheunis



Vorige: Van de bloemkens die wilden wandelen gaan.   Omhoog: Poëzie.   Volgende: Groeninge's grootheid of De Slag der Gulden Sporen.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2008