Gepubliceerd op 5 april 1913
|
|
Later werden de huizen wat kloeker en
behoorlijker gebouwd en men bediende zich alleen van baksteenen,
doch terzelfdertijd werd hier als elders het tamelijk algemeen
gebruik ingevoerd, de voorgevels van die gebouwen met hout te
beslagen. Gewoonlijk begon men den voorgevel met hout te
bekleeden te rekenen van de eerste verdieping; iedere verdieping
sprong vooruit boven die welke lager was en zoo maakte het
bovenste gedeelte van den puntgevel, van een huis met twee
verdiepingen, een uitsteek van meer dan een meter op de
straat. Meestal bracht men op deze gevels beeldhouwwerk aan, zoowel langs buiten als langs binnen. Die trant viel in de smaak; hij was een luxe; hij was een eigenaardige manier van bouwen van dien tijd en welke niet langer dan anderhalve eeuw bleef bestaan, want toen in 1546 in de Beurzestraat dertig huizen door brand werden vernield, vaardigde het magistraat een bevel uit, waarbij verboden werd nog houten gevels te bouwen of reeds bestaande te herstellen.
|