Vorige: Karel Mestdagh.   Omhoog: België.   Volgende: Conscience als mensch.
Inhoudsopgave   Index


Hendrik Conscience 1812-1912.

Gepubliceerd op 10 augustus 1912

ConscienceSchilderij Gelijk Goethe kon Hendrik Conscience zeggen, dat hij van zijn vader “die Statur” had, en van zijn moeder “die Lust zu fabuliren”.
Voor wie Conscience slechts door de beelden kent, welke van hem gemaakt werden in verschillende tijdperken van zijn leven, is onze Vlaamsche schrijver een indrukwekkende figuur, en hij die hem in leven heeft gekend, heeft het beeld bewaard van een man, die door zijn innemend voorkomen eerbied inboezemde, ja, ontzag afdwong. Conscience had dit van zijn vader, den Franschen zeeman, die op de oorlogsvloot onder Napoleon had gediend, en die, na zijn diensttijd, in 1807, te Antwerpen als onder-havenmeester werd aangesteld.

ConsciendeZilverenBeeldwerk Conscience werd geboren den 12en December 1812 in een huisje der Pompstraat, nabij de haven1 van Antwerpen. Zijn moeder was eene Vlaamsche vrouw, welke haren zoon in zijn kindsheid heeft verteld al de Vlaamsche vertelsels, die wij als kinderen eens gehoord hebben. Daaruit heeft hij, gelijk Goethe, den zin tot dichten behouden. Conscience verloor zijne moeder toen hij acht jaar oud was; hij heeft van haar het heiligste aandenken bewaard. Hoevele prachtige beelden van moeders heeft hij in zijne werken niet geteekend, te beginnen met dat diep aangrijpend tafereel: Wat eene moeder lijden kan?
Als kind was Conscience zwak en ziekelijk. Zijne moeder had het voorgevoel dat haar zoontje niet lang meer zou leven; daarom waren hare zorgen en hare liefde des te grooter, en veel sprak zij hem van de engelkens en van den schoonen hemel met het kindeken Jezus, van den engelbewaarder en van brave kinderen, die beloond werden in den hemel.
Die goede moeder heeft Conscience maar enkele jaren kunnen liefhebben, en dat in de eerste jaren der kindsheid, wanneer alles een kind zoo schoon toeschijnt. Toch had zij alle hoop niet opgegeven en bad dagelijks met haar zoontje voor zijne genezing... De dokter had gezegd dat als het kind goed verzorgd werd en het zeven jaar kon bereiken, het nog eens een flinke man zou worden. En dat viel zoo uit. De brave moeder, die al haar zorgen aan haar ziek zoontje had gewijd, had nog het geluk hem stilaan gezonder en kloeker te zien worden, en zij verliet met dien troost het aardse leven.

TurnhoutsePoort Na de dood zijner vrouw, ging Conscience2 buiten de stad wonen in een houten huis, dat hij zelf getimmerd had met hout van gesloopte vaartuigen. Hij dreef toen handel in hout, welke hij later voor dien van papier en oude boeken verwisselde.
Dat houten huis stond op een grooten hof met een dichte haag omringd, op de plaats waar nu de prachtige Antwerpsche dierentuin is. Het was de beroemd geworden Groenen Hoek. Hendrik had nog een jongeren broeder, Jan geheeten. Die twee knapen speelden in volle vrijheid in den tuin, waarin alles groeide als in eene kleine wildernis, terwijl vader uit was voor zijn handel. In den tuin waren zij meester en veel aan hun zelven overgelaten. Daar heeft Hendrik de eerste indrukken opgedaan van de groeiende en bloeiende plantenwereld met vogels en insecten, die in hem tot een buitengewone liefde voor de natuur en haren Schepper zijn geworden en aan welke wij zoo menige schoone bladzijde, zoo menige heerlijke beschrijving, te danken hebben.

ConscienceJong Toen vader Conscience nog in de Pompstraat woonde, bracht zijn oudste zoontje dikwijls zijnen tijd door met de oude boeken, die op den zolder lagen, te doorbladeren. Zijn geliefkoosd boek daar en in den Groenen Hoek was: Johan Nieuhofs gedenkwaardige zee- en landreizen, gedrukt bij Jacob van Meurs, in 1682, te Amsterdam. Uit zijn vurige begeerte naar boeken met reisbeschrijvingen en avonturen, versierd met fraaie platen, gelijk er in Holland, in de 17e eeuw, vele prachtige werden gedrukt, zal in Conscience zeker wel zijn ontstaan de beschrijver, de verteller van zoovele gebeurtenissen uit de geschiedenis, evenals uit het werkelijke leven.
Zijn vader had hem al zeer vroeg leeren woorden lezen in een of ander van de wonderbare boeken, en de oude zeeman zelf was door het wonderbare, het avontuurlijke aangetrokken, hij, die aan gevaarlijke tochten en zeeslagen, tijdens den oorlog van Napoleon tegen Engeland, had meegedaan. Geen wonder dus dat in den jongen Conscience de zucht tot lezen groot werd, en dat hij, na de eerste moeilijkheden overwonnen te hebben, spoedig vorderingen maakte en boeken kon lezen, en boeken verslond.

ConscienceOud Toen Hendrik veertien jaar oud was, hertrouwde zijn vader, die toen nog negen kinderen kreeg.
Er werd uitgezien naar een betrekking voor de twee oudsten, Hendrik en Jan. Hendrik werd hulponderijzer te Borgerhout. De familie had den Groenen Hoek verlaten en vestigde zich te Borgerhout in en huis der Prinsenstraat, dat nu geheel herbouwd is en waarvan er slechts een paar binnenmuren zijn overgebleven. Conscience was als onderwijzer achtereenvolgens aan drie gestichten werkzaam. In de school van den heer Verkouwen, te Borgerhout, vervolgens in die van den heer Shaw, en eindelijk in het hooger gesticht Delin, waar de kinderen en jongelieden der begoede burgerij school gingen, en dat zeer geacht werd.
In zijne betrekking van ondermeester te Borgerhout, heeft hij zijn eerste letterkundig opstel gemaakt; zoo getuigde hij 't later zelf.
Hij gaf ook les in 't Engelsch, waarvan hij de eerste beginselen van zijnen vader had geleerd, die nu en dan wat Engelsch, de zeetaal, met zijne zonen sprak. Hij volmaakte zich in die taal en bij M. Shaw begon hij grondig Fransch te leeren, de taal, die hij het meest met zijn vader had gesproken, terwijl zijne Vlaamsche moeder hem in 't Vlaamsch opvoedde en in 't Vlaamsch vertelde.
Conscience was intusschentijd in betrekking gekomen met den bloemist Van Geert, te Antwerpen. Later vond de jonge Conscience bij de familie Van Geert immer vriendschap en aanmoediging, en studeerde er grondig bloemen en planten.
Uit die betrekking en die studie ontstond een zijner beroemdste boeken: Eenige bladzijden uit het boek der Natuur.

* * *

Conscience was nog leeraar bij M. Delin op de Meir, te Antwerpen, toen de omwenteling van 1830 uitbrak.
In Frankrijk had men den troon der Bourbons omvergeworpen en in België wachtten de Franschgezinden maar op een teeken om ook “revolutie” te maken, verlokt als men was door het woord Liberté.
Gelijk vele vurige jongelingen, die smachtten naar avonturen, werd Conscience vrijwilliger in het Belgisch leger. De jonge soldaat geraakte in de roes der beweging, gedurende de dagen van schrik, die de bewoners had aangegrepen, toen Chassé van uit de vesting Antwerpen beschoot. Hij zou dan tegen den vijand oprukken en vechten.
Het leven van soldaat ging hem echter niet, gelijk wij genoeg weten uit zijne Geschiedenis mijner Jeugd. Hij werd ziek in dienst en kreeg van zijnen overste een logementbiljet om in een Kempisch dorp verblijf te gaan zoeken. Hij kwam in het hutteken te Baelen, waarvan hij de bewoners en hun leven zoo aangrijpend heeft geschilderd in zijn Omwenteling van 1830.
Om zijn vriendelijkheid werd hij er bemind en zoo goed verzorgd, dat hij na eenige dagen genezen was. Zijn dromerig karakter kwam niet overeen met al de ruwheid van het krijgsleven; maar door zijn verblijf in de Kempen kreeg die streek voor hem een groote aantrekkelijkheid. Zijn schoonste boeken uit de eerste jaren zijn verhalen uit de Kempen. De schoonheid en de eenzaamheid der heide heeft hij gevoeld en beschreven zooals niemand.

DeZilverenBeker In 1834 was Conscience met verlof in Antwerpen en trof er den jongen heelmeester, Jan Delaet, die later zijn boezemvriend werd. De jonge Delaet hield zich bezig met Fransche letterkunde en hield machtig veel van de Fransche romantiekers. Die liefde wist hij aan Conscience ook in te prenten, en beide vrienden gingen aan 't rijmen... in 't Fransch, zij die later zulke kloeke verdedigers der taal van hun volk zouden worden.
Door Jan Delaet kwam Conscience te Antwerpen ook in betrekking met schilders en schrijvers, die meest allen door de overdrevenste romantiek waren meegesleept, onder andere met Van Kerckhoven, die hem later zooveel kwaad zou berokkenen... De vergaderingen hadden elken dag plaats in Het Zwarte Paardeken in de Padden hoek.

Conscience las in die dagen het bekende werk van Guicciardini: Beschrijving der Nederlanden, waarin de tooneelen uit den beeldenstorm in de XVIe eeuw hem zeer troffen. Dat zou hem, wellicht om der wille van geweld en woeligheid, voedsel der toenmalige romantiek, stof geven voor zijn eerste boek Het Wonderjaar. Hij had het eerst in 't Fransch begonnen, maar hij beproefde het in de volkstaal en dat ging veel beter.
Hij las de eerste bladzijden voor aan Jan Delaet, die ook reeds de Fransche muze had vaarwel gezegd... Delaet was door de lezing verrukt en besloten werd het boek te laten drukken.
Conscience's ouders liepen niet hoog op met eenen zoon, die schrijver zou worden. Hij geraakte daarover thuis in moeilijkheden en ging zijnen intrek nemen in den Koning van Spanje. Hij bezocht veel de familie Van Geert waar hij troost en steun vond.

* * *

TitelbladLeeuwVanVl Het Wonderjaar verscheen in 1837.
Conscience's naam was op aller lippen, en zijne faam verspreidde zich tot aan het Hof, bij koning Leopold I. Door toedoen van zijnen vriend, den schilder Wappers, werd hij door den vorst aangemoedigd en deze ontving hem ten paleize van Brussel om hem geluk te wenschen.
In 1837 verscheen een tweede werkje: Phantazij. Het sterk romantisch gekleurd boek in bombastische taal opgesteld, voegde niets toe aan den goeden naam door Conscience alreeds verworven. Het had geen bijval. Conscience zelf was teleurgesteld en had bovendien met geldelijke moeilijkheden te kampen. Hij had niet veel moed meer om nog met schrijven voort te gaan. Er kwam toen geldelijke hulp uit het paleis te Brussel, wat Conscience weer moed gaf. Hij besloot eenen anderen weg in te slaan. Hij had ondervonden, dat het midden van al die rumoerige artisten, overdreven romantiekers waaronder de politiek begon te broeien, menschen waren waarvan de meesten weinig ontwikkeld en geletterd waren, voor hem weinig voordelig was.
Dujardin Hij besloot een nationalen historischen roman te schrijven, die tot ontwerp zou hebben den strijd der machtige Vlaamsche gemeenten tegen Frankrijk. Hij reisde met Jan Delaet naar Vlaanderen en vond in Brugge gulhartig onthaal. De geleerde archivaris O. Delepierre deed hem de bronnen aan de hand voor zijn beroemden Leeuw van Vlaanderen , die in 1838 afgewerkt was.
De ontluikende Vlaamsche letterkunde bezat thans een meesterwerk, dat in vele talen vertaald, wereldberoemd zou worden. De Vlaamsche Beweging is door dat boek in het volk gedrongen, en voortaan zou zij stil maar zeker de zege naderen. De uitgave van den Leeuw van Vlaanderen bracht Conscience nog geen stoffelijk voordeel bij; dit ontmoedigde den schrijver.
En tot overmaat van ongeluk viel er toen een feit voor dat Conscience diep te neder drukte. In Februari 1839 hield hij eene heftige redevoering om verzet aan te teekenen tegen het afstaan aan Holland van Luxemburg en Limburg. Sommigen juichten hem toe, anderen keurden hem af en noemden hem een oproerkraaier. Conscience was er zoo diep door getroffen, dat hij voor goed besloot het letterkundig leven vaarwel te zeggen. Hij werd bloemist bij Van Geert. Hij bleef daar maanden stil werken, verzorgde en bestudeerde er de planten; doch zat soms uren in den tuin te dromen.

* * *

StandbeeldConscience Eene redevoering had hem onheil berokkend, eene andere zou hem weerom omhoog helpen.
Toen de bestuurder der Academie, schilder Van Bree stierf, kwamen zijne vroegere vrienden hem vragen, eene Vlaamsche lijkrede over den kuntenaar te willen houden, opdat niet alles in het Fransch zou zijn. Conscience stemde toe, sprak eener zijne schoonste redevoeringen uit, en won dien dag in Antwerpen het hart van al wat aan kunst en letteren deed. Hij was weerom gelukkig en zette in stilte zijnen arbeid voort.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  In 1843 verscheen een tweede uitgave van Het Wonderjaar, eenigzins omgewerkt en gezuiverd van te ruwe tooneelen en uitdrukkingen om zijn boek te kunnen doen aannemen door het Staatsbestuur; want hij had steun noodig voor zijne uitgaven, die hij zelf ondernam.
Dat deed in Antwerpen weer een tempeest ontstaan; men beschuldigde Conscience aan eene politieke partij verkocht te zijn. Men lasterde hem; men verguisde hem en de “partij van Frankrijk” vroeg niet beters dan bovenarms te vallen op hem, die haar inzichten door zijn machtig Vlaamsch werk zoo geweldig tegenwerkte... In de kunstenaarswereld was men nijdig over zijnen bijval... Conscience stootte op vele tegenkanting omdat hij vooral een overtuigd Vlaamschgezinde was, met een duidelijk programma, afgekondigd in de krachtige voorrede der eerste uitgave van De Leeuw van Vlaanderen.
Van hooger hand werd hij echter aangemoedigd en door den koning verzocht om eene Geschiedenis van België te schrijven. Men had wel gevoeld, dat men in Conscience, ofschoon vurig Vlaamschgezinde, een echte Belgischen vaderlander had. Het boek verscheen in 1845 en de schrijver werd door den koning benoemd tot ridder in de Leopoldsorde.

Conscience was intusschen in den vreemde zeer bekend geworden. Zijn werkjes: Hoe men schilder wordt en Wat een moeder lijden kan, echte volksverhalen met opvoedende kracht, verschenen in een tijdvak van sociale beroering als de jaren veertig, werden vertaald door den prins bischop Von Diepenbrock van Breslau. Karl André vertaalde ook in het Duitsch De Leeuw van Vlaanderen.
Conscience was is 1841 benoemd geworden tot griffier der Academie te Antwerpen, door bemiddeling van zijn vriend Wappers en hij werkte nu gestadig voort... Achtereenvolgens verschenen: Graaf Hugo van Craenhove (1845); Avondstonden; Eenige bladzijden uit het boek der Natuur; Lambrecht Hensmans en de groote historische roman Jacob van Artevelde (1849).

* * *

TitelPlaatRikketikketak Hoe meer bijval Conscience genoot, hoe meer men hem aanviel. Hij was in 1842 gehuwd met Maria Peinen, eene goede, eenvoudige vrouw, die van hem eens getuigde: “God is goed, maar Conscience is zoo goed als God!” Treffende woorden die den edelen mensch schilderen. Nochtans maakte men hem uit, in de geweldigste dagen, voor een slecht mensch, en geen laster, zelfs de gemeenste niet, werd hem gespaard. Het was alsof de hel al haar venijn had gespuwd, en die jaren veertig zijn zeker wel de treurigste bladzijden in de geschiedenis der Vlaamsche Beweging, die zoo laf en zoo ongenadig door de “partij van Frankrijk” en hare Vlaamsche handlangers werd aangevallen...
PlaatRikketikketak Men walgt als men het nu leest; maar Conscience klimt hooger in onze achting. Wat men Conscience niet kon vergeven was dat hij eene macht geworden was tegen het indringen van radicale Fransche gedachten bij het Vlaamsche volk. Men had hem ook tot radicalen politicus willen maken en hij wilde niet. Hij antwoordde zeer bedaard, dat hij bij geene politiek is aangesloten, en, zei hij, als er eene partij zal bestaan die inderdaad nationaal is, dan zal ik gelukkig zijn, in hare rangen te treden. Tot dan, gaat hij voort, houd ik mij in mijnen werkkring, die niets bevat dan het bewaren der zeden, het geloof en de taal onzer voorvaderen, van alles wat ons als natie kenmerkt en onze zedelijke en politieke onafhankelijkheid zal waarborgen.
Die woorden zijn te onthouden.

Dat was Conscience's programma en aan dat programma is hij immer getrouw gebleven. Hij strijdt tegen wat hij noemt: de booze politiek der verfransching der Vlamingen; hij eerbiedigd geloof en zeden van onze Vlaamsche voorvaderen. Doch daarom ook werd Conscience heviger dan wie ook, bekampt, omdat hij bestand was tegen degenen, welke die “booze politiek” doordreven en ook tegen degenen die niets eerbiedigen van wat Conscience gezegd had te zullen eerbiedigen.
Hij had dus tegen hem franschelarij en anti-nationale politiek. De strijd werd zoo gemeen, zoo laag tegen Conscience gevoerd, dat hij Antwerpen ontvluchtte en naar de Kempen trok. Daar schreef hij: De Loteling, Baas Gansendonk, Houten Clara, De arme edelman, Rikke-Tikke-Tak, enz...
In de voorrede van De Loteling en Baas Gansendonk kunnen wij lezen hoe het hem in de ziel gesteld was na die hatelijke aanvallen en vervolgingen der jaren veertig.

* * *

TitelplaatPlaatDeLoteling Conscience werd toen ook in Frankrijk bekend. De Loteling werd in het Fransch vertaald door Alex. Dumas . Nu teekende onze Vlaamsche schrijver eene overeenkomst met het huis Lévy van Parijs, voor de Fransche vertaling van al zijne werken.
Zijne Vlaamsche helden werden overal bewonderd; zijne Vlaamsche menschen werden overal bemind. Zooals vroeger onze schildersschool, heeft hij den naam Vlaanderen - het woord Vlaming aan de heele beschaafde wereld herinnerd. En daarop mogen we trotsch zijn.
ConsciendeArrondissementscommisaris In 1857 werd Conscience, door tusschenkomst van zijn vriend De Decker, benoemd tot arrondissementscommisaris te Kortrijk. Hij verbleef daar elf jaar. Hij schreef er de volgende werken:

Batavia
Mengelingen
Simon Turchi
De kwaal des tijds
De jonge dokter
Het ijzeren graf
Bella Stock
De burgers van Darlingen
Het Goudland
Moederliefde
De Koopman van Antwerpen
Eene uitvinding des duivels
Menschenbloed
De ziekte der verbeelding
Bavo en Lieveke
De burgemeester van Luik
Valentijn
en eindelijk Levenslust dat in 1868 verscheen.

PraalgrafConscience In Kortrijk kende Conscience niets dan vrienden en hij deed er letterkundig leven ontstaan. Te Kortrijk bezocht hem de Koning en ook andere vorsten kwamen hem daar groeten. Victor Hugo en Dumas waren daar bij hem te gast. Over zijn intiem leven schreef ons zijne dochter, Mevrouw Antheunis, geboren Maria Conscience, in haar onlangs verschenen boek: Eenige bladzijden uit het leven mijns vaders.
In 1868 werd hij door bemiddeling van minister Van den Peereboom, zijnen vriend, benoemd tot bewaarder der Koninklijke Museums te Brussel met verblijf in het Wiertz-museum. In die prachtige woning, te midden van een fraaien tuin, sleet hij zijne laatste levensjaren en vermeerderde nog elk jaar de reeks zijner werken.
Het eerste werk dat nu het licht ziet is de prachtige historische roman De Kerels van Vlaanderen, die met De Leeuw van Vlaanderen en Jacob van Artevelde eene trilogie vormt, het schoonste monument dat door een Vlaming aan het heldengeslacht der Vlaamsche gemeenten werd opgericht. Wat men ook over Conscience's historische romans moge gezegd hebben en gepoogd om den strijd der gemeentenaren onder een ander daglicht te stellen, Conscience had dien heldenkamp gevoeld, en, alhoewel romanticus in zijne opvatting, staat hij veel nader tot dien strijd, gestreden om Vlamingen tegen den Franschen indringer te beschermen, dan al de vroegere en latere historici te samen. Na ze alle gelezen te hebben, moet de geletterde Vlaming ―de eischen der kunst terzijde gelaten― in niets zijne meening over Conscience's werk wijzigen.
Conscience was een stambewuste Vlaming, en zijne stambewustheid was gesteund op grondige kennis en schrander doorzicht van den rassenstrijd in Europa. Dit straalt in al zijn werken door, te beginnen met De Leeuw van Vlaanderen, Hlodwig en Clotildis, Geschiedenis van België en verder in al zijne historische werken.
Te Brussel schreef hij nog de volgende werken:

Eene O te veel
Koning Oriand
Een goed hart
Eene stem uit het graf
Een zeemanshuisgezin
Een slachtoffer der moederliefde
De twee vrienden
De baanwachter
De Minnezanger
De keus des harten
Everaard 't Serclaes
Een verwarde zaak
Schandevrees
De Gerechtigheid van hertog Karel
De oom van Felix Roobeek
Het wassen beeld
Een welopgevoede dochter
Eene gekkenwereld
Geld en adel
en eindelijk Geschiedenis mijner Jeugd.

Beurtelings ontleende hij zijne onderwerpen aan het hedendaagsche volksleven en aan de romantische middeleeuwen, het heldentijdperk van den Germaanschen kultuurkamp, het Germaansch leven met zijn ridderdom, zijne minnezangers, zijne sagen en legenden. En Conscience wist wat hij deed toen hij dit tijdperk voor zijnen kunstarbeid verkoos.
BegrafenisstoetConscience Hij wist dat daaruit voor de ontaarde Vlamingen weerom het stambewustzijn kan groeien. Hij wilde de Germaansche middeleeuwen verheerlijken, die door het Fransche radicalism der revolutie vuig waren gelasterd. En hij heeft zijn doel bereikt! Hij werd gelezen door alle Vlamingen en de Vlamingen hebben hem begrepen.
Van hut tot paleis, overal werd hij hooggeschat en bemind. Hij zelf beminde zoo innig zijn Vlaamsche volk. Uit die liefde is zijn werk geboren. Conscience's werk is een werk van liefde!
Te Brussel vierde men hem koninklijk, in 1881, bij de verschijning van zijn honderdste boekdeel.

Hij stierf in 1883 en werd te Antwerpen onder den toeloop van duizenden begraven op het Kielkerkhof. Op zijn graf rijst eene eerezuil met de gouden woorden die hij eens schreef: GIJ ZULT UW VADERLAND BEMINNEN, EN ZIJNE TAAL EN ZIJNEN ROEM.

* * *

Conscience was een echte volksschrijver. Hij kende de groote drijfveren van 's menschen handelen; hij gevoelde den polsslag van het gezonde, sociale leven; hij wijdde zijne kunst aan zijn ideaal - de heropbeuring van Vlaanderen en het Vlaamsche volk. Conscience had den mensch lief; hij beminde in de natuur het levende, het schoone, het gezonde; niet de verrotting en de ontbinding.
Conscience aanbad den Schepper aller dingen.
Conscience legde die diepe overtuiging in al zijne werken.
En wat de lezer in Conscience's werken liefheeft, is de betere mensch, de mensch met eene ziel, de mensch met zijn geloof en zijne hoop, zijne hoogere bestemming, de mensch met zijne kennis vangoed en kwaad, met zijn streven naar geluk, vooral zielsgeluk,met zijne gerustheid van geweten, zijn adel van zielegrootheid, de mensch met zijnen stamtrots, levende ten midden van zijn ras, dat hij groot wil zien, opbloeiend door zijne kunst en zijne letteren, de mensch, bezield door zijne taal, uitdrukking zijner gedachten en gevoelens, de mensch evenbeeld van God!
Conscience was voor Vlaanderen eene hoogeschool, zoolang de “booze politiek” aan zijn volk eene hoogeschool weigerde.

En zoo wij ons eerlang eene hoogeschool zullen veroveren, zal het grootendeels aan Hendrik Conscience te danken zijn.

Omer Wattez.



Voetnoot

...haven1
de oude haven, aan de Scheldeboorden (Pros)
...Conscience2
vader Conscience (Pros)


Vorige: Karel Mestdagh.   Omhoog: België.   Volgende: Conscience als mensch.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009