Vorige: Prof. Dr A. Van Gehuchten.   Omhoog: België.   Volgende: Van Vlaamsche Koppen.
Inhoudsopgave   Index


Graaf Verspeyen.

Gepubliceerd op 21 december 1912

Alhoewel er voor ons Vlamingen op het leven van graaf Verspeyen een groote schaduwvlek ligt, zou het toch onbillijk zijn, dezen grooten meester van de pen en van het woord niet naar verdienste te gedenken.

Graaf Willem Maria Verspeyen werd geboren te Gent op 10 Mei 1837. Na zijne humaniora in het College Sint Barbe van Gent te hebben gedaan bestudeerde hij wijsbegeerte in de officieele Gentsche Universiteit.
Daar had eene gebeurtenis plaats, die op het verder leven van graaf Verspeyen een grooten invloed zou hebben en aan zijn verder leven de richting zou geven. Een zijner professoren, Brasseur genaamd, had de godheid van Christus geloochend. Verspeyen sprong van zijn bank op en protesteerde in volle klas tegen den godloochenaar. Tevens verscheen er van zijne hand in Le Bien Public een luid protest tegen het goddeloos onderwijs in de staatsuniversiteiten. Vier kameraden maakten gemeene zaak met hem en te samen verhuisden zij naar de Universiteit van Leuven. Hier behaalde Verspeyen zijn diploma van Doctor in de rechten in 1859.
Een jaar daarna werd hij bij de redactie van Le Bien Public ingelijfd. Vanaf dat oogenblik hangt de geschiedenis van graaf Verspeyen vrijwel samen met de geschiedenis van dit dagblad. Van tijd tot tijd sprak hij bij plechtige gelegenheden een groote redevoering uit over een of andere actueele katholieke kwestie, om het eentonig dagelijksch journalistenleven een weinig af te wisselen.
Verspeyen De eerste groote rede hield hij op het katholiek congres van Mechelen in Augustus 1863. Als onderwerp behandelde hij de herstelling van het werk van den Sint Pieterspenning, dat langzamerhand versleten en overal verdwenen was en dat onder de hoede van Mgr. Delebecque te Gent opnieuw was opgericht. Van af het opnieuw ontstaan van dit katholieke werk was graaf Verspeyen er de secretaris van en is dit gebleven tot aan zijn dood. Zijn jaarlijksche verslagen van den Sint Pieterspenning werden in boekvorm verzameld. Door al deze verslagen waait een frissche, geestdriftige, hoop- en geloofsvolle katholieke geest. Buiten deze verslagen en zijne menigvuldige artikels in zijn dagblad leverde graaf Verspeyen ook talrijke conferenties, die door zijne vrienden bij elkaar werden gegaard en eenige jaren geleden werden uitgegeven.
In de journalistenwereld werd Verspeyen algemeen geëerd. Zelfs zijne tegenstrevers moesten dikwijls hunne bewondering te kennen geven voor den man, die hen zoo ongenadig kon aftakelen in hunne dwalingen en hunne valsche leerstellingen. Dit gebeurde nog in 1910 toen geheel de pers het feest van zijn 50-jarig redacteurschap vierde.
Wat de katholieke journalisten betreft, deze hadden voor den graaf een eerbied, zooals te voren niemand hunner had genoten. Elkeen was fier naast dezen man te mogen staan. Weldra was hij dan ook voorzitter benoemd van de Katholieke Journalistenvereeniging.
Nooit liep Verspeyen de eerepostjes na. Toch droeg hij met fierheid de onderscheidingen die hem door het opperhoofd der kerk werden geschonken. Hij was ridder in de orde van Pius, gedekoreerd met het kruis “Pro Ecclesia et Pontifice”, kommandeur van Sint Gregorius den Groote. Leo XIII noemde hem tot Romeinsche graaf. Van den anderen kant was hij officier in de Leopoldsorde en in de Kroonorde van Kongo. Ook officier van het Eerelegioen.

* * *
Gedurende een halve eeuw is Verspeyen de vaandrig en de klaroenblazer van de belgische katholieken geweest. Niemand zooals hij, heeft zoo onversaagd met de katholieke vlag voorwaarts gerukt, niemand zooals hij kon in de harten der katholieken zo'n geestdriftige siddering doen ontstaan.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  In zijn talrijke dagbladartikelen, in zijne conferenties, in zijn 50 jaarlijkste rapporten van den Sint Pieterspenning, in zijn talrijke redevoeringen, treft men steeds denzelfden geest aan, vindt men steeds dezelfde grondgedachte terug: het recht van Christus op onze zielen, onzen plicht om onze zielen aan God te geven.
Altijd komt in zijn werk hetzelfde luide protest terug tegen de verkrachting van het recht en tegen de hinderpalen om de vervulling der plichten te beletten. Men kan gerust van hem zeggen dat hij vanaf zijne kindscheid geen enkel artikel geschreven heeft waarin deze leidende gedachte niet voorkomt.
Vóór alles was Verspeyen een milde zaaier der christelijke leer. Noode scheen hij zich bezig te houden met de kleinzieligheden der politiek en wanneer de omstandigheden eischten, dat hij zich over eene politieke kwestie uitliet, dan stelde hij zich tevreden er eene verzoenende oplossing aan te geven, die al zijne vrienden voldoening zou schenken en die de éénheid der katholieken, die volstrekt voor de hoogere belangen noodig was, zou bewaren en bestendigen.
De krachtige pittige stijl evenaarde bij den schrijver de degelijkheid van inhoud. Hij muntte er vooral in uit om verschillende keeren dezelfde gedachte onder nieuwe, oorspronkelijke en aantrekkelijke vormen voor te brengen, zoodat ze onwillekeurig dieper en dieper in den geest van den lezer drongen. Hij kon de meest ingewikkelde kwesties vereenvoudigen door doodgewone beelden en oorspronkelijke vergelijkingen, soms zelf door humoristische zetten. Hij gebruikte steeds uitdrukkingen die immer juist en krachtig waren en nooit grof. Als een waar journalist wist hij steeds aan zijn artikelen een actueel belang te hechten.
Al deze hoedanigheden, die wij vinden in den journalist, vinden we ook terug in den redenaar. Par la parole et par la plume, zoo heet het groote werk, waarin de hoofdopsteller van Le Bien Public eenige zijner voortbrengselen heeft verzameld, zoo vat zich tevens het program van dezen katholieken voorvechter samen, die met even veel bijval de perstribune en de redenaarstribune onzer katholieke vereenigingen beklom, maar die tevens deze laatste slechts als aanvulling van de eerste beschouwde.
Spijtig en onbegrijpelijk tevens dat praktische geesten zooals Verspeyen niet beter de belangen en de ontwikkeling der Vlaamsche Beweging hebben kunnen doorgronden. Verspeyen behoorde tot de oude school van het geslacht, dat de toestanden van korts na '30 wilde in voege houden... Het Fransch zou de bevoorrechte taal der burgerij en hoogere standen moeten blijven en het Vlaamsch zou slechts in die mate moeten gehuldigd worden, dat de mindere man in zijn dagelijksche betrekkingen zou kunnen geholpen worden. Een streven naar hoogere beschaving door middel der Vlaamsche taal wilde er bij hem niet in. Kenschetsend hiervoor is hetgeen hij schreef ter gelegenheid van de Coremanswet, onder haren eersten vorm voorgedragen: “Quant á inscrire sur le drapeau catholique les revendications flamandes, jamais!1
Telkens er ook een Vlaamsche wet ter sprake kwam, trad Verspeyen in Le Bien Public als beslist tegenstander daar van op, en, slechts noodgedwongen en schoorvoetend, leidde hij zijne gelederen in de richting van het voortrukkende Vlaamsche leger. Zoo verging het hem met de onderscheidene Coremanswetten en vooral met de wet op het middelbaar onderwijs en laatst met de wet voor de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool. Het taalvraagstuk is bij Verspeyen een contingence gebleven.
Wij weten dat de man ter goeder trouw geweest is. Verspeyen was een eerlijk katholiek strijder. En wij willen aannemen dat zijne houding tegenover de Vlamingen hem ingegeven werd door een verkeerde, doch achtenswaardige opvatting. Moest hij in den dampkring der huidige politieke en maatschappelijke wereld zijn opgegroeid, voorzeker waren zijne meeningen anders geweest.

Alf. Martens.



Voetnoot

...jamais!1
Wat betreft het schrijven van de terugvorderingen der Vlamingen in de Katholieke vlag, dit kan ik nooit toestaan.


Vorige: Prof. Dr A. Van Gehuchten.   Omhoog: België.   Volgende: Van Vlaamsche Koppen.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009