Vorige: België.   Omhoog: België.   Volgende: Maria Elisa Belpaire.
Inhoudsopgave   Index


De Gilde van St. Ivo, te Antwerpen.

Gepubliceerd op 5 october 1911

Verleden maandag had er in de St. Jacobskerk eene plechtigheid plaats, die buiten het alledaagsche viel. In de rechterlijke wereld van Antwerpen is sinds een vijftal jaren eene “Confraternitas Sancti Yvonis” gesticht, onder de katholieke advocaten, magistraten, notarissen en avoués, nu ten getale van ongeveer 200 leden. Deze eigenaardige instelling is geleidelijk ontstaan, eerst in den schoot van een groepje der Balie met het doel op gezamelijke kosten eene zielmis te doen lezen voor een afgestorven confrater; daarna ontstond het gedacht het patroonsfeest van St. Ivo met eene mis te vieren; tot ze eindelijk gekomen is tot een regelmatig ingestelde Gilde, met statuten en geestelijke goedkeuring, met eene jaarlijkse plechtige mis van den H. Geest bij de opening van het rechterlijk jaar.
Ook nu weer waren hiertoe de talrijk opgekomen confreers samengestroomd op 2 october ll aan den ingang der St. Jacobskerk om er Zijne Eminentie Cardinaal Mercier te begroeten. VictorJacobs De doorluchtige kerkvoogd zou de kanselrede voor de vereenigde Confraternitas uitspreken. De Raad der Confrerie, samengesteld uit de heeren Mr. Victor Jacobs, J. De Winter, voorzitter der rechtbank, Jacobs, procureur des konings, Leclef, eere-notaris en senator, Mr. Ryckmans, Mr. Jans en Mr. Voet, Bartholomeussen en Nuckelmans, avoués, notaris Cols, ontving Zijne Eminentie aan het groot portaal van Sint Jacobs, waar de Hoofdman eene prachtige welkomstrede uitsprak.
't Is aan Mr. Victor Jacobs te danken dat de gilde van St. Ivo het zoover heeft gebracht. Hij deed in ons Antwerpsch verleden de oude gilde, verdwenen op het einde der 18e eeuw, heleven in eene studie, verschenen in zijn werk “Uit het verleden der Antwerpsche Balie”, dat hij in 1905 uitgaf ter gelegenheid van het Jubeljaar der Vlaamsche Conferentie der Balie. Een kijkje in de geschiedenis zal bij onze lezers niet van onpas zijn.

In 1630 werd de Confraterniteyt van Sint Ivo, op aanvraag van een groot getal advocaten onzer stad opgericht, volgens statuten door hen opgemaakt op voorschrift van Burgemeester en Schepenen tot wettelijke instelling verklaard, en bij bevelbrief van Z. H. den Bisschop van Antwerpen goedgekeurd. Het beheer der Confrerie was toevertrouwd aan de officialen, die ook een soort van tuchtraad vormden, en gekozen werden door de leden.
Advocaten en procureuren moesten zich gedragen naar de voorschriften der statuten, op straffe van niet te mogen practiseren. Jaarlijks werd een solemneele mis gedaan in de St. Jacobskerk op den feestdag van St. Ivo (18 mei), waarin eene oratio gehouden werd door een der groote predikanten van het land. 's Anderendaags werd eene Requiemmis opgedragen voor de afgestorvene leden.
SintIvo De leden van St. Ivo, patroon der benadeelden, ieverden voor kostelooze rechtspleging en Pro Deo, en werden daartoe aangemoedigd in den bevelbrief der geestelijke goedkeuring, waarin 40 dagen aflaat werd verleend aan alle confreers, die eenen twist zouden bijleggen of eene zaak voor de armen zouden opnemen.
In 1636 werd door confreer Biel eene kapel in St. Jacobs geschonken aan de Gilde, kapel die nu nog bestaat, rechts van het hooge koor, met een prachtig altaar en eene schilderij van G. Zegers, voorstellend St. Ivo, armen, weduwen en weezen ontvangende.
De relikwie van den H. Patroon bestaat nog, en is, evenals het oud register, in het bezit der nieuwgestichte confrerie.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Uit het register blijkt, dat ten dien tijde de taal der Confraterniteyt evenals die van het gerecht uitsluitend Nederlandsch was. In de Costuymen van Antwerpen staat geschreven dat “alle saecken, tcij civil ofte crimineel tot wat grechte ofte plaetse die behooren, moeten bedinght ende de rechterlijke acten daervan gehouden worden in de Nederlandsche duytsche tale, alwaert dat partijen die niet en verstonden.”

De Gilde van St. Ivo verviel als de andere gilden, met de Fransche Omwenteling en met haar de advocaten-orde, die naderhand, bij decreet van Napoleon van 10 December 1810, werd heringericht op de huidige grondslagen.
In den bloeitijd der Confraternitas, was St. Ivo het voorwerp der inspiratie onzer grootste schilders, en zoo hebben wij over hem schilderijen van Rubens, Zegers en Jordaens; deze laatste hoort toe aan het Muzeum van Brussel.
Tot hier de geschiedenis.



Ook de legende schonk, dank zij de uilenspiegelgeest van het volk, eene luimige plaats aan den patroon der advocaten.


Toen Sinte-Peeter weigerde hem binnen te laten in den Hemel, omdat dit soort er teenemaal onbekend was, smeekte Ivo, dat hij toch het tipje van zijn neus eens binnen mocht steken. Dit kon de brave sleuteldrager niet weigeren. Doch Ivo trad achterwaarts den Hemel in, en het voorseid tipje kwam achteraan. 't Was nu vruchteloos, dat Sinte-Peeter den arglistige wilde buiten zetten...
Deze beriep zich op de possessie en, werd zij betwist, dan moest op zijn minst een huissier hem verdrijven. Zoo waren de regels der proceduur, waartegen zelfs geen hemelportier vermocht te zondigen. Sinte-Peeter stond paf voor dat vernuft, en zei: “'t Is goed, ik haal een deurwaarder...”
Maar hij zoekt nog. Geen deurwaarder was ooit in den Hemel gekomen... En de advocaten hadden een patroon, na préscriptie.

Een advocaat, Jean Robert, werd kwaad toen de orde met die legende in het eerste gesard werd, en, om te bewijzen dat Sinte-Peeter het niet juist voor had, liet hij te Leiden, in 1632, een boekje uitgeven, met de levensbeschrijving van vijftig heilig verklaarde advocaten, belovende er nog meer op te geven...



Bedoelt de hedendaagse Confrerie die belofte te vervullen? Zeker is het dat de studie nopens het verleden, en de verdere pogingen van Mr. Victor Jacobs, een onverhoopt succes hebben beleefd, en er toe gekomen zijn nu iets tot stand te brengen, waarvan de Katholieke Vlaamsche rechtsgeleerden het beste verwachten.
De beoefening van het Recht verbinden aan de Bron van het eeuwige Recht, is ons, advocaten, een kristen ideaal van rechtveerdigheid voorhangen, dat boven de alledaagsche beslommeringen naar hooger leven leidt. De Confraternitas is nu herboren, ook met denzelfden Vlaamschen geest als weleer, en dàt is niet het minst waarvoor wij hulde brengen aan zijnen Hoofdman en zijn degelijk bestuur.

Arthur De Vos



Vorige: België.   Omhoog: België.   Volgende: Maria Elisa Belpaire.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009