Vorige: Een wandeling in de stad Gent.   Omhoog: België.   Volgende: De lijdensgeschiedenis van eene vermaarde vaart III.
Inhoudsopgave   Index


Diest, de oude Demerstad.

Gepubliceerd op 2 augustus 1913

DiestSpijker Ik heb Aarschot gezien, ik heb Hasselt bezocht, en 'k heb in mezelven gezegd: ze halen het niet bij Diest. Diest is de oude Demerstad, de middeleeuwsche “Burg” der Demervallei.
Als beducht voor den nieuweren tijdgeest, verschuilt het stadje zich met zijn oude gebouwen achter de dichte boomkruinen, welke boven de buitenbermen zijner vervallen vesten uitsteken. Slechts een viertal korte torenspitsen, een paar roode daken met kleine platte pannen schouwen als wachters boven den groenen gordel uit of glimmen u wantrouwend door de donkere bladerkronen tegen. Wilt ge van verre iets meer onderscheiden, bestijg dan toch even fort Leopold en blik in de diepte...
Edoch, treed liever de stad in; ―de modderpoorten zijn nu verdwenen― op drie minuten staat ge aan den Demer, die los door Diest spoelt. O die Demer met zijn haastig, grillig water, met zijn veranderlijke boorden! Vandaag schijnt hij al de rosse vette der zure beemden mee te voeren; morgen ziet hij er zoo donker uit als zijn modderige bedding. Hier laten wilgen, elzen, hagebeuken hun wijde takken in zijn snelvlietend water neerhangen; daar tart een eeuwenoude gevel ― als die van den Spijker― zijn machtig gespoel; elders zuigen een tiental brouwerijen zijn siroopachtig water op, om het te zuiveren, te koken en te verstorten tot “Diestersch bier”. Allerliefst wordt de rivier, als zij bruisend en schuimend de helling afschiet en, dra bedaard, als een zwart-blinkende reepel de vallei doorslingerd.

DiestMarkt Zonder er aan te denken, staat ge op de Groote Markt, vlak vóór de Hoofdkerk. Wie Diest op had als een gewoon stadje, kijkt hier verrast en verbaasd op naar al het schoone dat zijne blikken treft: vóór hem, het hoekend en licht glooiend plein der markt, waarrond verscheidene huizen uit de 17e eeuw; rechts het breede en fraai herstelde stadhuis, dat insgelijks dagteekent uit de 17e eeuw; links de statige collegiale Hoofdkerk, toegewijd aan St. Sulpitius en opgebouwd met ijzersteen uit de streek, in de jaren 1417-1534. De bruine tempel met zijn machtigen voorgevel, zijn straffe schoren, zijn lieven kruisvleugel, zijn geboogde vensterkruisen, zijn stoutmoedige draken en fraai aangeschoten buitenkoorbogen, is een der mooiste typen van den ogivalen stijl: vrijheid, mate, gril, ernst, leven spelen er in dooreen, lijk in geen enkele hoofdkerk onzer oude groote steden.
DiestHolleGriet Van binnen grijpt het heiligdom u aan als een verrukkelijke kathedraal, die u langs haar optrekkende gewelfbogen hemelwaarts voert; bijwijlen zou men zich met de omhoogblikkende pijlerheiligen in de Zegepralende Kerk wanen, ware 't niet dat het biddend beeld van den H. Joannes Berchmans u tot de werkelijkheid terugriep en u tot smeeken noopte.
Dit beeld is een meesterstuk. Niet minder merkwaardig zijn de kunstglasramen in de kapel van den Heilige, de schilderijen boven de voornaamste altaren en het ongeëvenaarde ogivale venster in den voorgevel, waarboven men zich graag een gelijkenden toren van 100m droomt.
DiestNieuwstraat De beiaard hangt boven den kruisbeuk en telt 40 klokjes: 32 gegoten door P. Hemoni in 1671, 5 door het huis Van der Ghein en 3 door het huis Michaux (1912). Wie het concert van verleden jaar heeft bijgewoond, moet bekennen, dat de beiaard van Diest bij de beste mag gerangschikt worden.
In haar geheel is de St. Sulpitiuskerk een der merkwaardigste kunstgewrochten van ons land. Aan haar linker kruisvleugel werpt haar bruine roestkleur een rosse schaduw af op de roode of bekalkte gevels van een half dozijn eeuwenoude huizen, die als uit eerbied voor het machtig koor geweken zijn. Een fraaie hoek! Even lief is het zicht op den kruishoek Nieuwstraat-Ketelstraat waar men drie huizen bewondert met stout welvende of vooruitspringende verdiepingen, en een hoek van de St. Sulpitiuskerk in 't verschiet. De schoonste straat van Diest is, zonder twijfel, de Lange Steenweg met zijn oude brouwershuizen en zijn monumenteel posttorentje. Hij loopt nagenoeg uit op de O. L. Vrouwekerk, een ijzersteenen kunstgewrocht in gothiek primairen stijl. Jammer dat de Geuzen der 16e eeuw dit prachtjuweel hebben geschonden.
DiestBegijnhof Ga even door, en ge ontwaart in de verte een fleurige renaissancepoort, een echt specimen van “Rubensstijl”, dagteekenende van 1675. Het opschrift “BESLOTEN HOF. COMT IN MYNEN HOF, SYSTER BRUYT.” zegt u dat ge vóór het Begijnhof staat. Het werd gesticht in 1252 door Arnold IV, hertog van Brabant.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Tegenover de ogivale St. Catherinakerk, die opklimt tot de eerste helft der 14e eeuw, bemerkt ge een heele rij bekalkte huizekens, meestal uit de 17e eeuw; hoog boven de grond verven vensters, kleine ruitjes in looden raampjes, looze gaatjes in de deuren, aardige beelden van heiligen boven den deurboog, begeelde ribben aan de zoldering; alles is er nog te zien, hoewel er van lieverlede verandering komt.
DiestBegijnhofII Op het kerkhof van Diest treurt het droeve puin der oude gothieke St. Janskerk, gewijd in 1254 en verwoest door de Geuzen in de 16e eeuw. Nog enkele bogen van het prachtig koor staan recht, bekropen door veilranken, die er omheenslingeren, als wilden ze het onderschraagde metselwerk aan het wakend oog der kunstminnaars onttrekken.
Naast het St. Jansveld strekt zich een omsloten lusthof uit ―een soort bosch― “De Warande”, waar eertijds de heeren van Diest gevestigd waren op een met de St. Janskerk verbonden slot. De stamboom der Heeren van Diest is bekend vanaf 1100. Zij hebben een geweldigen rol gespeeld in de geschiedenis van Diest en van het hertogdom Brabant.
DiestKerkhof Vóór en rond de Warande ligt de Graanmarkt ―thans de paardenmarktplaats― en de Veemarkt. De markten van Diest worden schier nog even druk bezocht als in de Middeleeuwen. Op het overgroot plein der Veemarkt pronkt de farmeuze Holle Griet, een zwaar kanon van 1465, dat tot in 1639 gediend heeft tot verdediging der stad. Want langen tijd is Diest het mikpunt geweest van vijandige naburen, van oorlogvoerende volkeren; langen tijd hebben neringen en ambachten er naar de wapens moeten grijpen, om haard en autaar te verdedigen. Vandaar het ontstaan der machtige gilden als: het St. Jorisgild, het St. Barbara- en het St. Sebastiaansgild - wier sierlijke “Braeken” of Breuken doorgaan als meesterstukken.
In de markstraat staat het huizeken van St. Jan Berchmans, d.i. het huizeken waarin Joannes in 1599 ter wereld kwam. Het binnenste werd herschapen in eene kapel, waarin jaarlijks honderden priesters en kloosterlingen komen Mis lezen. Jammer dat de oude vooruitspringende voorgevel geschonden werd. Er bestaat een ontwerp van herstelling in Renaissance stijl.

Ik zou nog andere werkwaardigheden kunnen aanstippen over het oude stadje en verder uitweiden over zijn beroerde geschiedenis, maar dit zou buiten mijn bestek leiden; liever nodig ik den natuurminnenden lezer uit om eens even, langs de Allerheiligenkapel, de verlaten citadel te bestijgen. Overheerlijk is het Panorama dat zich voor uwe oogen ontrolt.
DiestCitadel Onwillekeurig schouwt ge over de stad heen en ontwaart ge, over bergen en dalen, wijd afgelegen steden en dorpen en, in de nabijheid, de bekoorlijkste landgezichten: ten Westen, het heiligdom van O. L. V. van Scherpenheuvel, de heerlijke vallei van den Demer en het oude Sichem, dat in vroeger tijden, evenals Diest, door vreemde soldaten vertrappeld werd; ten N.W., de statige abdij van Averbode en bij helder weder, de glanzende torenspits van de O. L. Vrouwekerk van Antwerpen; noordwaarts, op eene reeks heuvelklingen het grasbosch met zijn uitgeholde rotskrochten en kempische kreupelboschjes; te N.O., het veerijke Schaffen en, over bleekgroene mastenbosschen heen, waartusschen uitgestrekte heivelden en schrale zandplekken af wisselen, het kamp van Beverloo, wier huizen met roode pannendaken als een eenzame stad aan den gezichtseinder opglooien; eindelijk ten Oosten, met groene valleien en golvende korenvelden in 't verschiet, de stad zelve in haar middeleeuwsch hulsel; boven de bemoste kleine platte pannen en de gesloten verdiepingsdeuren der oude graanzolders, de talrijke getrapte spitsgevels en de kortpuntige torentjes der bruine gothieke tempels, de slanke spits der Kruisheerenkerk afstekende op de donkere eiken en beuken der Warande en dieper in, het omslingerd puin der koorbogen uit de oude St. Janskerk; heel de stad ligt daar voor u als op een hoop geworpen, nauw omsloten door haar doorboorde vesten - pas hernieuwd van 1837-44.
DiestDemerstraat Hoe lief die forten van natuurentwege ook zijn, toch laten zij een pijnlijken indruk na, omdat ze u voor den geest tooveren het voortdurend oorlogsgeweld waarmee vijandige naburen, zwervende krijgsbenden, Spanjaards, Geuzen, Franschen, Oostenrijkers, Sansculotten, in den loop der tijden, het nijvere Diest hebben bestookt en geteisterd. Troostend is echter te denken dat, in die droeve tijden, de Diestenaars, als ware Vlamingen, steeds aan Vorst, Vaderland en Godsdienst zijn getrouw gebleven.

A. J. C.



Vorige: Een wandeling in de stad Gent.   Omhoog: België.   Volgende: De lijdensgeschiedenis van eene vermaarde vaart III.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009