Vorige: John Morley.   Omhoog: Europa.   Volgende: Minister Talma.
Inhoudsopgave   Index


De Keizer.

Gepubliceerd op 28 juni 1913

KWillemII De Keizer vierde Zondag 15 Juni zijn vijf en twintig jarig regeeringsjubileum.
Wèlke Keizer hoeft niet gezegd, want de namen van Willem II en van Duitschland zijn over de wereld gegaan als een tweede adem Gods. De naam Keizer is met het Duitsche Rijk tot een onverdeelbare eenheid gegroeid. Het Keizer is als gemeengoed in het denken van alle cultuurvolkeren overgegaan en elkeen beduidt met dit woord den éénen man, waarachter het Duitsche rijk staat. Naast hem zinken zoowel de eerbiedwaardige figuur van Keizer Frans Jozef, als de despotische van den Keizer van Rusland weg.
Al heet het dat Willem II minder gedaan heeft op het gebied der wereldpolitiek dan op ander gebied en dat Engeland de eenige scheidsrechter van de wereld is, metterdaad wordt in verwikkelingen steeds opgezien naar den Germaanschen reus, die de weegschaal laat overslaan, naar welke zijde hij wil.
Sommige landen mogen met nijd den uitgroei tot een wereldmacht van het Duitsche rijk benijden, het is voldoende dat de eenige dochter des Keizers trouwt en heel de wereld zendt eer- en lofbetuigingen, alle landen vaardigen gezanten af. Engeland's koning en de Czaar aller Russen brengen een persoonlijk bezoek aan het hof van den Keizer. De Keizer viert zijn regeeringsjubileum... en alle vorsten sturen hun gelukwenschen. Alle bladen der wereld wijden de meest vleiende loftuigingen aan de regeering van Willem II; mannen als Roosevelt, Taft, Carnegie nemen de pen op en loven de vredelievende regeering van den Keizer.
Een statenbeeld als dat van het Duitsche rijk vindt men dan ook in de wereld niet meer. Twee en twintig koninkrijken, drie republieken en een rijksland zijn in dezen staat tot ééne eenheid versmolten, waarin door den buitenlander geen enkele wanklank, ja, zelfs geen enkele soldeerband wordt gevonden.
We moeten echter voorzichtig zijn, want de geestdrift die ons thans uit al de Duitsche jubileumuitgaven, de Keizer-boeken en de andere volgeschreven riemen papier rond het hoofd komt gewaaid, zou den geest kunnen benevelen. Begrijpelijkerwijze vervallen velen in gezwollenheid, welke den nuchteren zin verjaagd.

KWillemIIenMoeder De Keizer dient beschouwd in betrekking tot leger en vloot, als sociale wetgever en als dienaar van den godsdienst. Geheel het leven van den Keizer wordt beheerscht door het ideaal: vorming en uitbreiding van leger en vloot. Hij werd, volgens de overlevering der Hohenzollern's in streng militairen geest opgevoed. Hij bezat een onafhankelijk karakter, een echte soldatennatuur, een geweldige energie, en een groote roem- en eerzucht... Steeds was het zijn hoogmoed aan het hoofd van zijn regiment te rijden of met de officieren van den staf verkenningstochten te ondernemen. De herinnering aan den roemrijken veldtocht van 1870 leefde ontstuimig in hem.
Toen hij in 1888, op 28 jarigen ouderdom den troon besteeg was dan ook het eerste dat hij deed, eene proclamatie te richten tot leger en vloot en daar de bekende woorden te spreken, die gedurende zijn 25 jarige regeering, zijn slagwoorden zijn gebleven: “Ik en mijn leger zijn één.”
In hetzelfde jaar roemde hij op een militair feest op zijn 43 millioen Duitsche onderdanen, dat hij eerder allen zou doen neerhakken, dan afstand te doen van ook maar één steen van het vereenigde Duitsche rijk. Hij eischte van zijne soldaten een gehoorzaamheid desnoods op eigen verwanten, ouders en broeders te schieten. Geheel Europa hield toen met angst de oogen naar Duitschland gericht. Het kon niet anders of Willem II zou over Europa een vloed van oorlogsrampen storten.
Maar de Keizer wist wat hij deed.
Hij liet de menschen praten en de angst die in de andere landen heerschte voedde hij zooveel hij kon door leger en vloot steeds meer uit te breiden en te versterken. Want niet oorlog voeren, maar vrede bewaren, was zijn doel. Hij kende daarvoor de middelen. “Si vis pacem para bellum” zegde hij de ouden na: “als gij vrede wilt, bereidt u tot den oorlog”. Hij werd als de verpersoonlijking van dit tweeslachtig beginsel. Door bezoeken aan Petersburg, Zuid-Duitsche hoven, Weenen en Rome, vervolgens in 1889 aan Engeland, Athene en Konstantinopel, trachtte Wilhelm van het begin af de buitenlandsche betrekkingen zoo gunstig mogelijk te maken.
Ongetwijfeld moest het tot eene botsing komen met Bismarck, den ijzeren kanselier, die na de zwakke regeering van keizer Friedrich met nog sterker greep de teugels van het bewind in handen meende te nemen. Waar zo'n krachtige persoonlijkheden als Wilhelm en Bismarck naast elkaar stonden, zou één noodzakelijkerwijze moeten wijken. Darenboven waren op politiek gebied Keizer Wilhelm en Bismarck twee tegenstellingen. Bismarck was een realist, den Keizer een idealist. Dit maakte samenwerking onmogelijk. De Keizer was niet een man van maatregelen, die den eenen dag aan den anderen vastknoopen.
KWillemII4Geslachten “Het is mijn beginsel”, zeide hij in 1899, “overal waar ik kan nieuwe punten te vinden, waaraan wij ons kunnen vastklampen en die in latere tijden door onze kinderen ten nutte kunnen worden gemaakt en geëxploiteerd”.
In 1890 gaf Bismarck zijn ontslag, hij begreep dat zijn rijk uit was en zegde dan ook dat dat de Keizer voortaan zijn eigen kanselier zou zijn.
Toen begon Willem leger en vloot opnieuw in te richten. Talrijke oude generaals en staf-officieren werden door nieuwe vervangen. Er werden nieuwe oefeningsreglementen ingevoerd en er werd krachtig gewaarschuwd tegen de weelderige levenswijze onder de officieren. De Keizer woonde getrouw de groote legeroefeningen bij en deed zich daar krachtig gelden als veldheer. In 1892 kwam na veel herrie een nieuwe legerwet tot stand waarbij de persoonlijke dienstplicht streng doorgevoerd werd, en die voor de onbereden wapens een diensttijd van twee jaar instelde. In 1899 werd een nieuw voorstel tot verhooging van het staand leger in vredestijd aangenomen. De sterkte van het staand leger werd gebracht op 495.000 man. De artillerie werd gereorganiseerd. Thans zijn nieuwe legervoorstellen in behandeling waardoor het leger in vredestijd uit 760 duizend man zal bestaan. Men zal 669 bataljons hebben, 535 eskadrons, 625 batterijen, 55 veldartillerie-bataljons, 24 pionier- en 26 treinbataljons, 31 verkeersbataljons.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Daarbij zijn 12 nieuwe machiengeweerafdeelingen gekomen en 109 machiengeweerkompagnieën, die zich tot 236 zullen uitbreiden. Ook komen er 18 wielrijderscompagnieën.
Niet alleen in deze cijfers ligt de kracht van het Duitsche leger, maar ook in den innerlijken geest en de geweldige tucht waarmee elkeen, van den hoogste overste tot de meest simpelen soldaat, bezield is. Aan de herinrichting van de vloot werd niet met minder ijver gewerkt. De Keizer beschouwde de ontwikkeling der krijgs- en handelsvloot als een zijner voornaamste opgaven. Ze was noodzakelijk voor de koloniale politiek, voor de bescherming der Duitsche belangen over zee en de positie van het rijk als wereldmacht.
In den beginne stiet men op zeer veel moeilijkheden en de eerste 10 jaar van de regeering van Keizer Willem werd zeer weinig uitgevoerd. Reden hiervan was eenerzijds dat men niet goed wist welke maatregelen er juist moesten worden getroffen, anderzijds dat het Duitsche volk niet voldoende begreep dat het Duitsche rijk ook op zee eene macht diende te worden.
KWillemIIenFamilie In 1897 werd eindelijk de man gevonden, die den boel op zijn pooten zou zetten... Het was Tirpitz. Weinige dagen na de aanvaarding van zijn ambt legde Tirpitz den Rijksdag een vlootbouwplan voor, dat in 1898 werd aangenomen. In 1899 toen de Keizer de bekende woorden sprak: “We hebben eene sterke vloot dringend noodig” doken spoedig nieuwe vlootplannen op, die den Rijkskanselier tot werkelijkheid bracht. In de jaren 1906, 1908 en 1912 kwamen er nog nieuwe voorstellen.
Wanneer het geheele vlootplan zal uitgewerkt zijn, in 1920, zal Duitschland 61 slagschepen hebben, 40 gepansterde kruisers, 144 torpedobooten en 72 onderzeeërs.

En ondanks al dit militair machtsvertoon, waardoor het Duitsche rijk in staat zou zijn de meeste landen van Europa te verpletteren, ondanks al die krachtige termen en slagwoorden, die de Keizer meermalen in zijne redevoeringen gebruikte en die in de ooren van Europa dikwijls klonken als tromgeroffel en wapengekletter, heeft de Keizer nu al 25 jaar in vrede geheerscht en is het wel juist dank aan hem, dat de Europeesche vrede, die zoo dikwijls verstoord dreigde te worden, zoolang bleef bewaard.
Diep zucht het volk onder de zware lasten, die al de militaire uitgaven moeten dekken. Maar de economische ontwikkeling heeft met de ontwikkeling van leger en vloot gelijken tred gehouden en wil men dat de economische ontwikkeling zoo voortgaat, dan is het anderzijds noodig dat ter bescherming hiervan leger en vloot ook vermeerderen. Het eene kan niet zonder het andere. Het Duitsche volk weet dit en het is ervan overtuigd dat het zijn doodsvonnis zou teekenen indien het niet gepansterd en geharnast ontzag inboezemt.

KWillemIIinAhlebeck Het is te begrijpen dat een Keizer met een dergelijk verstand en dergelijk geweldig initiatief begaafd ook de nooden van zijn volk trachtte lenigen en de groote sociale belangen evenzeer behartigde.
Reeds dadelijk na zijne troonsbestijging werd door eene wet de invaliditeits- en ouderdomsverzekering geregeld. De Keizer werkte zelf met zooveel voortvarendheid aan de sociale verbetering van zijn volk dat juist hiervoor het groote meeningsverschil ontstond tusschen hem en Bismarck. Bismarck wilde namelijk tegenover de socialisten verbodsmaatregelen toepassen en daartoe strekkende wetsontwerpen neerleggen; de Keizer darentegen wilde, door vervulling van de gerechtvaardigde eischen der arbeiders de socialisten bestrijden en hij kondigde in twee keizerlijke boodschappen een regeling aan van de arbeidsverhoudingen in Pruisen. Alhoewel de Keizer hiermede zijn hoogste doel: het verbeteren van het lot van den arbeider, zou bereiken, leed zijn naaste doel, bestrijding der socialisten, een groot fiasco.
Want bij elke kiezing wonnen de socialisten een massa stemmen. De ontevredenheid onder de werkende klas groeide aan in plaats van te verminderen. De latere opheffing der uitzonderingswet tegen de socialisten was voor de socialisten een gelegenheid om zich krachtig te organiseeren en overal openlijk voor den dag te komen. Dat was voor den Keizer een bittere teleurstelling, bijzonder omdat hij, die alle zaken uit een hoog zedelijk standpunt beschouwde, de verderfelijke leerstellingen der socialisten kende. Want steeds was de Keizer ―hij liet geene gelegenheid voorbijgaan er openlijk blijk van te geven― een zeer godsdienstig man. En hierin is zijne figuur in onze dagen van onverschilligheid, waarop haast haast geen enkel staatshoofd het meer wagen durft den naam van God over de lippen te laten komen, ons dubbel dierbaar.

KWillemIIJubileum

Haast alle redevoeringen zijn doortrokken door een godsdienstige atmosfeer. In Koningsbergen, te Marienburg, te Coblenz, noemde zich de Keizer onomwonden een instrument in de hand van de Heer en verklaarde dat hij alles deed in opdracht van God.
Alhoewel de Keizer zich in godsdienstzaken al te uitsluitend op Protestantsch standpunt stelt, moeten we toch bekennen dat in deze woorden het ware leerstelsel ligt van den oorsprong van alle gezag hier op aarde. Hierin geeft hij immers te kennen dat hij zijn macht en zijn gezag niet heeft door hooge afkomst of door eigen verdiensten, maar dat deze voortvloeien uit Hem, die de heele wereldorde regelt. Ook zijn verschillende uitlatingen over de heele beteekenis van den godsdienst als eenige behoudende kracht en als eenigen daadwerkelijken steun voor den staat, zijn even zooveel lessen voor hem van wien het afhangt in welke richting een staat zal bestuurd worden.

Wanneer we dan even terugzien op de 25 jarige regeering van Keizer Willem dan verschijnt hij voor onze oogen als een reusachtige figuur, een waar Keizer van vleesch en bloed, een groote geest.
Hij moge evenals andere menschen zijn gebreken hebben, de groote werken die hij tot stand gebracht heeft doen ons daarvoor de oogen sluiten. De geweldige ontwikkeling op alle gebied van het Duitsche rijk veronderstelt dat er naast den Keizer stonden, mannen met heldere geesten en onvermoeibare werkkrachten, om al de plannen van den Keizer te helpen uitwerken en te helpen aanvullen, maar het geweldig initiatief van Keizer Willem II is de oorsprong van alles geweest.

Alf. Martens



Vorige: John Morley.   Omhoog: Europa.   Volgende: Minister Talma.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009