|
Het was een heerlijk weer toen wij aan boord van de “Magda” de
haven van Nizza uitstoomden en de betooverende
“Riviera” langzamerhand in de blauwe golven zagen
wegzinken. Die flikkerende zuiderzon, wier hitte door de
zeebries lekker afgekoeld werd, die onmetelijke azuren plas, die
als een praalzuchtige Oostersche koningin een fonkelende gordel
draagt uit de schoonste landen ter wereld samengeweven! Welk
genot voor onze verrukte oogen!...
Nog steeds waren wij in dit schouwspel verdiept, toen de kreet:
terre! land! weerklonk. En inderdaad... Ginds, voor ons, hoog in
de lucht, verschijnt een witte, onregelmatige streep, de rug der
besneeuwde bergketen, die als 't geraamte van Corsica
uitmaakt. Wij naderen snel. De wind die ons van dit pareltje der
Middellandsche Zee zachtjes tegenwoei, was beladen met de
geuren van allerlei bloemen en planten: geitenblad,
thymus, eucalyptus, cistroos, myrte,
geranium, enz... Al die struiken en gewassen bedekken de
hellingen van de bergketens met eenen prachtigen groenen mantel,
en groeien veelal zoo dicht dooreen, dat menschen en dieren de
grootste moeite hebben om er zich een weg door te banen.
Dit ondoordringbaar heestergewas ―maquis genaamd― bleek
meermaals de borstweer van Corsica's onafhankelijkheid te zijn;
in diens donkere schaduwen vonden de vaderlanders steeds een
veilig toevluchtsoord, waar noch de blikken, noch de kogels der
vijanden hen konden bereiken. Tegenwoordig biedt het slechts een
schuilplaats aan voor damherten, wilde zwijnen en...
Corsikaansche bandieten!
Een paar woordjes over deze bandieten zullen niet onwelkom zijn
in dezen tijd, waarop de bandieten hun werkterrein ook naar de
meeste moderne wereldsteden hebben overgebracht, en aller
belangstelling gaande maken.
Een zeer typisch feit van de Corsikaansche roovers is, dat zij
aanspraak maken op eer en zich den zeer tegenstrijdigen titel
toekennen van “banditi dell'onore”, bandieten om de eer!
Wij moeten wel indachtig zijn, dat het Corsikaansch bloed heet
is en als ziedend lood door de aderen dier kinderen van 't
Zuiden stroomt; en... van alles maken zij een eerepunt.
De bijzondere redenen, welke die overigens zeer lieftallige
menschen het moordtuig in de vuist stoppen zijn: de vrouwen,
het wildstroopen, oude familieveten en werkelijk of ingebeeld
onrecht hun door de gendarmen aangedaan. Ja, dit laatste
bijzonder. Wee den gendarm, die een wildstrooper voor een
proces verbaal heeft aangeschreven of tot boete deed
veroordeelen!
(Naar het begin van de volgende kolom)
| |
Zijn leven is geen oogenblik meer veilig; zijn
ambt verplicht hem dikwijls den maquis langs die smalle,
kronkelende indianenpaden te doorkruisen; hij weet genoeg dat
de dood daar op hem loert en 't is slechts met den vinger op
den trekker van revolver of karabijn, dat hij behoedzaam door
't hooge struikgewas heenkruipt. “Wanneer wij eenen dier
bandieten van aanschijn tot aanschijn ontmoeten,” zei mij een
gendarm, “valt er niet te dralen; die eerst schiet, die alleen
blijft leven; wij blazen ze neer gelijk patrijzen!”
Vriend lezer, bezie nu die drie plaatjes eens.
Nummer een: de bandiet zit op
loer, met den vinger op den trekker van zijn
“Lefaucheux”. Op wat wacht hij? Op een damhert dat straks
aan dit dartel stortbeekje zijnen dorst zal komen lessen? Aie,
ik weet wel niet; die oogen thans voorspellen mij niets goeds en
boezemen mij volstrekt geen vertrouwen in; mij dunkt zie ik er
gloeienden haat in flikkeren... Gendarm, opgepast!
Nummer twee verbeeldt
den beruchten Bellacoscia, die jaren en jaren geheel de
gendarmerie van Corsica op de been hield. Steeds liep de
gewapende macht blauwkens op, omdat hij altijd, dank aan de
medeplichtigheid zijner landgenooten, aan alle vervolging en
opsporing kon ontsnappen... Hij vluchtte in den maquis nadat hij
een burgemeester had neergeschoten, omdat deze zoo onbeleefd was
geweest hem zekere gemeentegronden te ontnemen, welke hij
aangeslagen had... Die moord verd gevolgd door eene heele reeks
andere: in 1855 joeg hij een zekere Pinelli, die de gendarmen
naar zijn schuilplaats leidde, een kogel dwars door het hart;
hij nam wraak over het verraad tegen hem gepleegd.
Jaren en jaren duurde het onverbiddelijk tweegevecht tusschen
de beschermers der wet en den onversaagden bandiet; alle
pogingen om hem te pakken bleven echter vruchteloos; menigen
dapperen gendarm velde hij neer, maar hij zelf bleef
ongenaakbaar. In 70-711 richtte de
patriot-bandiet eene compagnie scherpschutters in, 't geen hem
natuurlijk genade en zelfs de welwillendheid van het Fransch
bestuur deed verwerven.
Na den oorlog trok hij terug naar den maquis, zette de reeks
moorden “voor de eer” voort, totdat hij eindelijk, na veertig
jaren, het stieltje beu werd en zich aan het gerecht ging
overleveren. Dikwijls was hij bij verstek veroordeelt en zie...
nu werd hij vrijgesproken. Hij kwam dan heel gerust zijn laatste
jaren slijten te Aghione, waar hij nu misschien nog leeft.
Nummer drie,
eindelijk, toont aan hoe de rampzalige bandiet, eindelijk
verrast door de gendarmerie, ongenadig door de borst geschoten
wordt. Met het menschelijk recht heeft hij afgerekend. Moge de
opperste Rechter hem genadig zijn!
Flor Sebrechts,pr.
|