Vorige: Belangrijk bericht.   Omhoog: Poëzie.   Volgende: In vaders grooten zetel.
Inhoudsopgave   Index


Van de bloemkens die wilden wandelen gaan.

Gepubliceerd op 17 augustus 1912


  Veel bloemkens stonden in het veld,
  en lachten naar de dalende zon.
  Een kind, van moeder vergezeld,
  kwam daar, en 't liep zoo veel het maar kon.
  
  ``Maar hemel! Ziet, hoe 't loopen kan!''
  Riep 't madeliefken, ``ziet eens aan!''
  ``Van vreugd, mijn blaadje trilt er van;
  O mocht ik mee met 't kindeken gaan!''
  En allen riepen: ``Het zal geschieden!
  Wij willen wij ook eens de wereld zien!''
  
  En klein en groot, en rood en blauw,
  zij trokken al hun wortelkens uit,
  en trip en trap, en traag en gauw,
  zij gingen heen door gras en door kruid.
  De kleinst vielen onderweg,
  maar toch, men kwam voor 't kindje zijn huis.
  Men bleef eens staan, tot overleg,
  en sloop dan binnen, stil als een muis.
  
  De zonne daalde en stond ze af te spien,
  en zeide, er bij pinkend: ``Wij zullen zien.''
  
  En 't eene voor en 't ander na,
  Zij kwamen al rond het beddeke staan.
  De moeder zong van: ``tra la la...''
  Terwijl was 't zonneke ondergegaan,
  En bloemkens, die verstandig zijn,
  zij sluiten dicht hun blaadjes dan toe.
  Zoo deed zelfs 't kleine bleomenkijn,
  en elk dan sliep, van 't wandelen moe...
  
  En slaapt ons kindeken ook, misschien
  zal 't morgen de bloemkens wakker zien!

Gentil Antheunis



Vorige: Belangrijk bericht.   Omhoog: Poëzie.   Volgende: In vaders grooten zetel.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009