Vorige: H. K. H. de Gravin van Vlaanderen.   Omhoog: België.   Volgende: Koning Albert in Duitschland.
Inhoudsopgave   Index


Het Werk van de Bescherming der Landverhuizers.

Gepubliceerd op 11 october 1913

In het voorwoord van zijn boeienden roman Trimards, zegt Edward Vermeulen, en wel terecht, dat het spijtig is het uitmuntend “Werk der Bescherming onzer Vlaamsche Uitwijkelingen naar Frankrijk” zoo in den donkeren hoek geduwd te zien! Kan hetzelfde niet gezegd worden van een ander werk, dat even verdienstelijk is, dat eveneens op maatschappelijk gebied een der eereplaatsen bekleedt, en dat aan onze Vlaamsche stamgenooten onschatbare diensten heeft bewezen? Wij bedoelen Het Werk der Bescherming der Landverhuizers naar Amerika, door het Genootschap van den Aartsengel Rafael.
Het is ons overbekend dat het verhuizen naar andere landen de laatste jaren snel is toegenomen, doch, wat wij minder vermoeden, zijn de menigvuldige kwalen, welke iedere uitwijking met zich mee sleept, met name het groote verderf naar ziel en lichaam, dat den uitwijkeling beroert en helaas reeds zoo menige slachtoffers heeft gemaakt.

GraafWaldbott Wee den eenvoudigen buitenmensch, die zijne geboortestreek verlaat en, op goed valle 't uit naar Amerika afreist, zonder juist te weten waar hij heentrekt, die met blij gemoed den verren tocht aanvaardt, steunend op eigen krachten, mangelend alle verdere hulp. Nauwelijks bereikt hij de plaats zijner inscheping of daar rijzen de hinderlagen en valstrikken overal rond hem op. Een wolk van roofvogels, lieden zonder geweten, wachten hem af, bieden hem in vleiende en vriendschappelijke taal hunne diensten aan, zullen, mits eene geringe belooning, hem alles bezorgen, hem overal op den rechten weg helpen. De onwetende en lichtgeloovige landman betaald veel te veel voor de overvaart, laat zich eene kaart van derde klas in plaats van tweede opdringen, kiest het schip uit dat men hem aanwijst, en betaalt in alles en voor alles de hoogste en onredelijkste prijzen.
Als de afvaart denzelfden dag niet geschiedt, dient men een onderkomen voor den nacht te vinden. Gaarne belasten zich onze roofvogels met deze bezigheid en brengen hunne slachtoffers in kroegen waar ontucht en spel den scepter zwaaien en waar veelal eene breede bres geschoten wordt in 't ponkske geld, dat de landverhuizer met z'n zuren arbeid bijeengaarde!
De landverhuizer komt op het schip. Door toedoen hunner trawanten hebben de gewetenlooze aftruggelaars een stoomboot genomen, toehoorende aan een zeevaart-maatschappij, wier eenig doel is, schatten geld te winnen en die alle eischen omtrent zedelijkheid en gezondheidsleer over 't hoofd zien. Op de tusschendekken hunner schepen stapelen zij zooveel mogelijk volk op en herscheppen deze verblijven in een echte hel. Een smalle plank dient er den uitwijkeling tot bed en tot kamer. Op die plank slaapt hij, eet hij, brengt er zijne dagen en nachten door, ademt er onophoudelijk de verpestende dampen in eener plaats, waar de zeeziekte weelderig broeit. Beklagenswaardiger nog het lot der kinderen. Sommige maatschappijen immers weigeren volstrekt in het voeden der kleinen te voorzien, en ongelooflijk is het dan ook hoevelen van die arme schaapjes wegkwijnen. Op de tussendekken stijgt het sterftecijfer tijdens de overtochten dan ook zeer hoog... Zoo wordt het feit aangehaald dat een stoomer, die uit Antwerpen naar Buenos Ayres stevende, gedurende de reis veertig lijken van het tusschendek over boord wierp!
Kan men zich een akeliger doodsstrijd inbeelden dan zoo te moeten zieltogen, in eene beperkte ruimte zonder licht, noch klaarte, midden de woelige menigte mede-landverhuizers, die onverschillig weg, eten en drinken, lachen en zingen, en zich allerminst om den stervenden bekommeren?
Maar wat nog pijnlijker is dan deze lichamelijke kwellingen, is het zedelijk verderf dat op deze tusschendekken heerscht. Niet zelden gebeurt het dat kinderen, getrouwde lieden, jonge dochters en jongelingen daar lange weken in eene schandelijke en ordelooze vermenging opeengepakt doorbrengen! En als men nagaat welk aandeel het schuim der samenleving in de landverhuizing bijbrengt, kan men zich gemakkelijk inbeelden, welke wraakroepende tooneelen op deze vaartuigen plaats grijpen!
StanVanOutryve Zal het einde der overvaart die lange reeks ellenden doen ophouden? Meen dit niet. In Amerika zelf, het land zijner dromen en begeerten, staan den landverhuizer bittere ontgoochelingen te wachten. Hier ook waren listige bedriegers rond, die bij de ontscheping den uitwijkeling in hunne netten trachten te vangen. En zoo hij deze bloedzuigers der haven ontsnapt en de streek bereikt welke hij zich uitkoos, dan hoede hij zich voor zekere zaakvoerders, die hem stukken grond te koop bieden, doorgaans ver verwijderd, doch wonder vruchtbaar en al de hoedanigheden bezittende, welke men maar wenschen kan. De koop wordt gesloten en bezegeld met een lustige drinkpartij. 's Anderendaags gaat men op weg.
Lang duurt de reis, moeilijk zijn de wegen, en op de plaats van bestemming gekomen, bestatigt de ongelukkige met groote wanhoop hoe het heerlijk stuk veld niets anders is dan wat aarde van geener waarde, zoo de plaats al niet, gelijk meer dan eens geschiedde, gelegen is in een of ander uitgestrekt meer!

Dergelijke toestanden, dergelijke opeenstapeling van lichamelijke en zedelijke onheilen, hadden weldra een terugslag. Tijdens de groote uitwijkingsperiode naar de Argentijnsche Republiek breidden zich de misbruiken en de uitbuiting der landverhuizers op zoo'n ongehoorde wijze uit dat de reactie een vasteren vorm kreeg. De St. Rafaelsvereeniging1 werd gesticht. Haar stichter was graaf Frederik Waldbott de Bassenheim, een man wien het Vlaamsche volk eerbied en erkentelijkheid verschuldigd is, want onschatbaar zijn de diensten welke hij onze Vlaamsche uitwijkelingen bewees.
Geboren te Munchen den 19en Juli 1844, vestigde hij zich in 1885 te Brugge en wat later te St. Andries bij Brugge. Begaafd met een rijk verstand en eene onvermoeibare werkzucht, wist hij zich op korten tijd op de hoogte te stellen onzer Belgische politiek en nam hij een merkelijk deel in de ontwerping onzer maatschappelijke inrichtingen. Hij stond in hoog aanzien bij de leiders der Katholieke partij, die zijne bevoegdheden naar waarde schatten en steeds met hem de vriendelijkste betrekkingen onderhielden.
Het Kongres van maatschappelijke werken, dat in het jaar 1889 te Luik plaats greep, nam hij ten bate om den grondsteen te leggen van het werk der Landverhuizers. Senator van Ockerhout, Mgr Rutten, destijds vicaris-generaal van het bisdom Luik, graaf Frederik de Merode, graaf August d'Ursel, Mr Hanquet van Luik en Mr Verhaegen van Gent, waren de eerste en ijverigste zijner medehelpers.
Het verblijf op de tusschendekken der schepen verzedelijken in de mate der mogelijkheid, de uitwijkelingen behoeden tegen de aftruggelarijen in de haven, hen in Amerika een midden verschaffen, waar zij niet alleen een treffelijk en ruim opbrengend bestaan kunnen vinden, maar ook tevens ongeschonden hun geloof en hunnen godsdienstzin zouden kunnen bewaren, kortom, den onervaren landman hulp en bijstand verleenen, ziedaar het verheven streven der nieuwe inrichting.

(Naar het begin van de volgende kolom)

  Het standhouden der vereeniging en het jonge werk doen bloeien en vruchten dragen, vergde een duren en hardnekkigen arbeid, want ongemeen lastig en ondankbaar was de taak. Menigeen had de zaak in den steek gelaten, doch graaf Waldbott de Bassenheim was daar de man niet naar. In zijne vurige werkzucht, in den volhardingszin eige aan den Duitschen stam, in zijne edele, grenzelooze naastenliefde putte hij de noodige sterkte om degelijk de onderneming te schragen.
De heerlijkste uitslagen bekroonden dan ook zijn pogen en weldra was het genootschap voor onze vrome Vlaamsche Landverhuizers de lichtende baak die hen op hunne lange gevaarlijke reis den rechten weg aanwees en hunne stappen leidde naar een zeker doel.

Eerst en vooral beijvert de vereeniging zich om den uitwijkeling de streek te leren kennen, waar hij heen wil; of deze streek wel de vereischte hoedanigheden bezit om hem te laten leven en welgelukken, of er een priester verblijft, of er eene school bestaat, of het ambacht of de nijverheid welke hij uitoefent er wintgevend is, hoeveel hij ermede kan verdienen, hoe hoog het onderhoud zijns huisgezin zal beloopen, enz. In iedere Belgische gouw heeft de St. Rafaelsvereeniging eene afdeeling, waar een afgevaardigde werkzaam is en wiens naam door de dagbladen vermeld wordt, zoodat allen, die zinnens zijn te verhuizen, zich tot dezen persoon kunnen wenden.
In volle zekerheid wordt dan de zaak onderzocht, de voor- en nadeelen gewikt en gewogen. Deze manier van handelen spaart den landverhuizer menige teleurstelling. Ook nog in alle voorname havens, zooals Antwerpen, Liverpool, New-York, Buenos Ayres en meer andere, waar de Belgen inschepen en aanlanden, treft men de gezanten der vereeniging aan.
Op aanvraag duiden zij de beste zeevaartmaatschappij aan, bezorgen de reiskaarten, wonen het wisselen van 't geld bij en leiden hunne beschermelingen in een treffelijk verblijf voor den nacht; 's avonds voor het inschepen worden de landverhuizers tot eene plechtige godsdienstoefening uitgenoodigd, waar het hun gegeven is te biechten en waar een verkleefd priester hun eene laatste aanmoediging brengt. Geen dwang hoegenaamd!
EHNotebaert Vrijheid wordt aan elk verleend er zich heen te begeven of zich te onthouden. Het Genootschap helpt allen zonder onderscheid, maar voor de katholieken houdt het zich tot plicht hun de gelegenheid te schenken zich met God te verzoenen, vooraleer eenen tocht aan te vangen, waarvan misschien meer dan een het einde niet zal zien.
Nopens het verblijf op de tusschendekken treedt de vereeniging in onderhandelingen met de zeevaartmaatschappij; zij laat weten wat zij voor haar volk verlangt, zij vertolkt de gegronde klachten der landverhuizers en veelal wordt hare stem aanhoord. Sommige maatschappijen hebben reeds aan hare wenschen voldaan en van nu af aan kan men reeds uitmaken dat de toestand aan boord veel zal verbeteren. Op eenige schepen zelfs zullen de landverhuizers den bijstand van eenen almoezenier genieten. In de ontschepingshavens worden de uitwijkelingen, die onder de hoede staan van het genootschap, door den afgevaardigde dezes verwelkomd. Hij kent vooruit de uitwijkelingen, hij heeft berichten ontvangen van het middenbestuur, dat hem al de vereischte inlichtingen zond over hunnen toestand. Hij hoeft zich met de zaken van eenieder bezig te houden. Velen heeft hij reeds eene plaats bezorgd, zoodat zij van den eersten dag het werk kunnen beginnen. Anderen verschaft hij raad tot het verkrijgen eener bediening; hij is de verknochte vriend der landverhuizers, die hunne noodwendigheden kent, hen bestuurt, helpt en beschut.

Merk wel op, dat de Vereeniging geenszins tot doel heeft de verhuizing uit te lokken of in de hand te werken. Zij zoekt enkel diegenen te leiden die uit eigen beweging en op eigene verantwoordelijkheid het land verlaten. In zake uitwijking steunt zij haar princiep op de breedste onzijdigheid, en telt in hare rangen zoowel tegenstanders als partijgangers der landverhuizing. Zoo meent zij een grooten dienst te bewijzen met al diegenen in hun land te weerhouden die de uitwijking met geen kans van welgelukken te gemoet zien. De leus waaraan het Genootschap immer getrouw wil blijven is: de waarheid zeggen en niets dan de waarheid.
De vereeniging streeft er zooveel mogelijk naar, onze landgenooten en bijzonderlijk de Vlamingen, in kolonies bijeen te zamelen2 en zoo ontstonden reeds de koloniën van Moutano (Helena) en van Sint Niklaas in den Michigan. De ondervinding leert dat de Belgen nimmer slagen en meest altijd hun geloof verliezen, wanneer zij verspreid zijn. Integendeel, als zij in eenzelfde oord gegroepeerd worden, zijn zij elkander behulpzaam en bewaren zij ongeschonden hunne taal en hun geloof. Te dien arbeidt de St. Rafaelvereeniging samen met den priesterbond in Amerika, ingericht ter bescherming der Belgische en Nederlandsche landverhuizers, onder het knappe voorzitterschap van den E. H. Notenbaert, een geboren Oostendenaar en thans pastoor van Rochester (N.-Y.). Onlangs kwam, onder den titel “De Stem van het Vaderland”, zelfs een bijzonder weekblad tot stand, zich richtend tot de Belgen, en dan vooral de Vlamingen, in Amerika verblijvend. Niet alleen brengt dit blad hun nieuws aan uit het kleine verafgelegen vaderland, maar tevens streeft het ernaar hen in de baan van het goede te houden.
TekenRafaelvereniging Alle diensten door het Genootschap bewezen zijn volstrekt kosteloos, het heeft zijn bestaan te danken aan de giften der katholieke liefdadigheid. Heerlijk dan, overheerlijk, zijn de vruchten, welke het St. Rafaelswerk rijpen doet. Rijk is den oogst die het ophaalt, en onder het ervaren bestuur van zijnen edelen stichter komt het steeds tot hoogeren bloei.

Twintig jaar lang besteedde graaf de Bassenheim zijne krachten aan het welvaren onzer verhuizende stamgenooten.Ten jare 1895, na de dood zijns vaders, trok hij met zijne talrijke familie terug naar het kasteel zijner voorvaderen te Buxheim in Beieren. Hij gelastte zich echter voortdurend met het leiden van het Genootschap, doch verkoos als sekretaris van België, de heer Ridder Stanislas van Outrijve d'Ydewalle van St. Andries bij Brugge en later den heer baron Benedikt Gilles de Pélichy van Iseghem.De E. H. Van Houtrijke werd sekretaris-schatbewaarder van het werk. Graaf de Bassenheim overleed den eersten Februari 1910 en werd vervangen in hoedanigheid van voorzitter door Ridder Stanislas van Outrijve d'Ydewalle.
Of deze de waardige opvolger is van zijn roemrijken voorganger, of hij wel de man is om het werk voort te doen bloeien en steeds vooruit te helpen, dat heeft hij reeds degelijk bewezen. En wil men weten welke bezorgdheid hij den landverhuizer toedraagt, hoe nauw het lot onzer uitwijkende Vlamingen hem ter harte ligt, dan doorleze men enkele Bulletijns der Vereeniging. Uit de daarin verschijnende brieven der landverhuizers, blijkt genoegzaam hoe voortreffelijk d'Ydewalle de lastige taak van voorzitter waarneemt! Baron de Pélichy en E. H. Van Houtrijve staan hem trouw ter zijde en ijveren krachtig mede tot leniging van al de ellenden der verhuizing.

Apotheker I. Impe



Voetnoot

...Rafaelsvereeniging1
In 1860 werd in Duitsland de Sankt Raphaelsverein gesticht, die hetzelfde doel nastreefde. Het is dus niet zo vreemd, dat een Duitser in België een soortgelijke vereniging opricht. (Pros)
...zamelen2
Vaak werd ook de raad gegeven, zich bij een Duitse (katholieke) kolonie aan te sluiten. (Pros)


Vorige: H. K. H. de Gravin van Vlaanderen.   Omhoog: België.   Volgende: Koning Albert in Duitschland.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009