Vorige: De Heilig Bloed-feesten te Hoogstraten.   Omhoog: België.   Volgende: Begijntjes en begijnhoven - Begijntjes' regel en leven.
Inhoudsopgave   Index


Begijntjes en Begijnhoven - De Hofjes.

Gepubliceerd op 24 mei 1913

BegijnhofTeAntwerpenI In 't begin woonden niet alle Begijnen op hoven. Sommige bleven bij haar ouders thuis of gingen een afzonderlijke woning betrekken. Deze kunnen we best vergelijken met de jonge dochters en weduwen uit de eerste tijd der Kerk, welke zich aan God toewijdden. In de wereld maar niet van deze wereld. Zelfs trokken enkele Begijnen al reizende het land door, om nu hier, dan elders, in ziekenhuizen of aan huis, kranken te verplegen. Een alleszins bewonderenswaardig type is Maria van Oignies1, die jarenlang melaatschen verpleegde.
BegijnhofTeBruggeI Doch het vae soli uit de H. Schrift ―wee hem of haar die alleen staat― zouden ook deze godsvruchtige dochters ondervinden. De drang tot vereeniging, die trouwens ons volk in het bloed zit, bracht ze bijeen. Een andere trek van ons volkskarakter is, wat ik noemen zal, de eigenhuizigheid. Het woord staat in geen enkel woordenboek, maar de deugd is echt-Vlaamsch en vindt haar vertolking in deze spreuk: “Eigen haard is goud waard”. Hoe dit overeengebracht met het gemeenschappelijk leven? Voor dat moeilijke vraagstuk hebben de Begijnen een allergelukkigste oplossing gevonden: de hofjes2.
Oorspronkelijk is een Begijnhof een beslotene plaats, met huizekens waar de oudere zusters op haar eentje of getweeën leven, en met grootere woningen ―conventen genaamd― waar de novicen en jongere zusters samenwonen.
HetHemdmouwken Tony Bergmann, die het Begijnhof te Lier en 't gedoe van een Begijntje op meesterlijke wijze heeft beschreven3, klaagt over onzen tijdgeest, welke, in zijn koorts van afbraak en vernieling, ook op onze Begijnhoven zijne verwoesting heeft aangericht. Heel waar; doch met de volgende woorden kan ik onmogelijk instemmen: “Er bestaan nog Begijnhoven, doch zij zijn nu niets meer dan afgelegen wijken der stad, waar misschien meer doodschheid, meer verveling heerschen, maar niet meer eigenaardigheid te vinden is”.
Tegen dit oordeel over het Liersch Begijnhof protesteeren luide de prachtige schilderstukken van Isidoor Opsomer; voorzeker heeft Tony Bergmann nooit de Begijnhoven bezocht te Gent, Brugge, Dixmuide, Dendermonde, enz., waar het verleden in voortleeft en welke nu nog schilderachtige hoeken in onze nieuwerwetsche steden zijn.
Zal ik u een Begijnhof beschrijven? Hier zou ik graag een tooverroede bezitten om mijn pennestok in een palet te veranderen; jammer alleen dat de tooverstokjes tot lang vervlogen tijden behooren. Ik zal het maar zoo gewagen, de hulp van dichters, fotografen en kunstschilders4 inroepende, om aan te vullen wat aan mijn beschrijving ontbreken zal.
BegijnhofTeBruggeII Een Begijnhof is 'n wereldje op zijn eigen, een stad in het klein5, met kerkje, kerkhof, pleintje, straten en steegjes, een stadje in een stad, meestal, ten minste eertijds, omringd door muur en wal. Langs den straatkant vertoonen de huizekens6 niet dan blinde muren; zij keeren den buitenwereld den rug toe als wilden zij zeggen: “wij geven de brui aan u en hebben met u geen uitstaans”. Hier echter geen schietgaten, wachttorens of een ophaalbrug, want dit steke is een godgewijde veste, waarvan de inwoners haar betrouwen stellen op Hem, die door den mond van den Psalmist gezeid heeft: “Als de Heer de stad niet bewaart, dan waakt haar bewaker tevergeefs”.
Een brugje over het water leidt naar den ingang, waarvan de zware poort bij het invallen van den avond gesloten wordt. Treedt binnen. Aanstonds staat ge stil. Hoe eigenaardig en schilderachtig! Een pleintje, met gras bewassen en met boomen beplant, en daar in 't midden een Calvarieberg of een beeld der Moeder Gods; een eenvoudig kerkje, witgekalkte huizekens, het eene, o zoo laag, als op den grond gehurkt, het andere, veel hooger als over zijn gebuur loerende, staande op één lijn of onregelmatig, dit vooruitspringende, geen ootmoedig weggedoken; oude trapgeveltjes, lage, groen geschilderde deurtjes, vensters met kleine ruitjes... Het doet u alles vreemd aan en werpt u ineens honderden jaren achteruit, volop in de Middeleeuwen.

BegijnhofTeBruggeIII Voor een paar jaren bezocht ik met eenige vrienden het Brugsch Begijnhof, op den dag der Heilig-Bloedprocessie. 's Namiddags op de straten der stad een herrie, een geschreeuw van marktkramers en leurders, een gaan en keeren van vreemdelingen, van boeren en boerinnen vooral, die ter kermis waren opgekomen. Met pijn in den kop en lood in de beenen, vluchtten we uit de drukte weg. Naar 't Begijnhof! 't Was alsof we in een andere wereld uitkwamen. Hier een geluidlooze stilte, een weemoedige eenzaamheid... Een Begijntje, dat van een boodschap in de buurt weerkeerde en alvorens haren drempel te overtreden, eens nieuwsgierig naar de vreemdelingen opkeek; een poes, welke erg schrikkerig, met opgeheven staart, tegen de gevels wegschoor; een Engelsche miss, onder het lommer op een vouwstoeltje gezeten... Meer niet!
BegijnhofTeBruggeIV Voorwaar, een mystiek stedeke, waar alles stilte ademt en vrede... waar alles stemt tot overweging... waar de ziel, in voeling met wat de fijne kunst-kritikus Fierens-Gevaert de schoonheid der stilte noemt, aan 't zinderen gaat van kunstgenot. Kom, laten wij bij eene juffrouw aanschellen, en, terwijl wij wachten, het opschrift lezen dat in groote letters boven de deur geschilderd staat: In Bethanië7. We hooren stil-doffe voetstappen in den gang. 't Voorzichtig Begijntje loert eventjes door 't kijkgat van de deur om den onverwachten bezoeker in oogenschouw te nemen.
BegijnhofTeDendermondeI “Goed volk” zegt ze met een vriendelijk lachje, en ze leidt ons binnen. Wat een aardig binnenhuisje... Hoe eenvoudig. Geen zweem van weelde. Twee heiligenprenten aan de naakte, wit-gekalkte muren, sneeuwwitte, fijn-gestreken gordijnen aan de raampjes, een oud kruisbeeld op de schouw tusschen twee glinsterende koperen kandelaars, op een oud kasje een aangekleed Ons-Lievrouwken onder een glazen kapelleken, een tot blinkens toe gepoetste kachel, daarvoor en rondom de tafel op de vuurroode plaveien, wit zand in allerlei kronkels en teekeningen gestrooid. Begijntjes kunst. Alles krakend net. Nergens een spinneweb; geen stofje op tafels en stoelen...

Terecht zong Van Beers:

“Het is, als woei er u, bij de eerste schrede,
Die ge in heur huisken, op 't Begijnhof doet,
Een lucht uit vroeger eeuwe te gemoet,
Doorgeurd van eenvoud, liefde en zielevrede;
En, treedt ge in 't kamerken, alwaar zij zit,
Als onvrijwillig gaat gij op de teenen,
Zoo helder, zoo kersrood zijn de steenen,
En 't zand, dat ze bebloemt, zoo hagelwit,
Niets dat er pracht getuigd8

En hoe lief dit versje van Pater Fleerackers S. J.:

“Een laag-gezeten huizeke,
geteekend met een kruizeke,
is 't godgewijde kluizeke,
van zusterken-Begijn;
't kon grooter zijn, 't kon lustiger,
maar heiliger of rustiger,
maar liever kon 't niet zijn9

Huisje en binnenhuisje van een Begijntje, niet weelderig zijt ge, maar eenvoudig en net; doch in uw eenvoud, in uw blankheid, hoe schoon, en wel van aard om het penseel van een hedendaagschen Vermeer10 te bekoren!..

E. Van de Perre, pr.



Voetnoot

...Oignies1
Zij wordt als heilige vereerd. Haar leven staat beschreven in de Acta Sanctorum van de Bollandisten. Juni. Deel IV
...hofjes2
De uiterlijke inrichting der Begijnhoven ―een tuin met huizekens rondom― schijnt heel natuurlijk den naam hof te verklaren. Zij die echter de instelling der orde aan Sinte Begga toeschrijven, nemen het woord in overdrachtelijken zin van paleis, heerenwoning. Vorstin Begga zou haar paleis tot een woning voor hare geestelijke dochters hebben ingericht; vandaar de naam Begijnhof
...beschreven3
Ernest Staes door Tony Bergmann
...kunstschilders4
Een bijzonder woord van dank ben ik verschuldigd aan de kunstenaars: de heeren Baertsoen, De Clercq, Opsomer, Tremerie die met de grootste dienstvaardigheid afdrukken hunner schilderijen zonden, alsook aan de fotografen-liefhebbers: den Eerw. Heer Coupé en M. A. Borms
...klein5
Het oud groot Begijnhof te Gent bevatte niet min dan twee kerken, een ziekenhuis, 18 conventen en 103 huizen
...huizekens6
Op vele Begijnhoven zijn zelfs de huizekens door een blinde muur van 't pleintje afgesloten. Heel eigenaardig in dit opzicht is het Begijnhof te Antwerpen met zijn gekanteelde muren
...Bethanië7
Ook meermalen staat er de naam van een heilige of een godsdienstige spreuk
...getuigd8
Jan Van Beers, “Tante Geertruid” in “Levensbeelden”
...zijn9
“Zusterke Begijn” in Dietsche Warande en Belfort. 1908-1
...Vermeer10
Beroemde Delftsche schilder van binnenhuisjes


Vorige: De Heilig Bloed-feesten te Hoogstraten.   Omhoog: België.   Volgende: Begijntjes en begijnhoven - Begijntjes' regel en leven.
Inhoudsopgave Index

Valid HTML 4.01 Transitional

Pros Robaer - 2009