Gepubliceerd op 8 juni 1912
Andries De Vaere, de jonge pianist-virtuoos,
werd geboren te Kortrijk, den 27en Oogst 1890. Als hij
negen jaar en half oud was, begon hij reeds muziek te leeren
onder de wijze en wakkere leiding van zijnen vader, Octaaf De Vaere, begaafd orgelist te Kortrijk. Zeer vroeg kon men den
buitengewonen aanleg van Andries De Vaere bemerken... Rond
zijn dertiende jaar ging hij naar het Brussels Conservatorium,
en drie jaar later verdiende hij op schitterende wijze den
eerste prijs voor piano met de hoogste onderscheiding en het
maximum der punten.Andries De Vaere liet het daar niet bij. Opvolgentlijk won hij met groote onderscheiding den eersten prijs voor geschreven harmonie, praktische harmonie en contrapunt. Ondertusschen werd hem nogmaals het maximum der punten, het capaciteits-diploma toegekend; en enkele maanden later na een openbaren prijskamp, voor een bomvolle zaal, waar hij dan ook geestdriftig werd toegejuicht, kreeg hij, met eenparigheid van stemmen, den prijs van virtuositeit, die slechts een enkele maal, sinds de stichting van het Conservatorium was gegeven. In Juli laatstleden behaalde hij den eersten prijs van Fuga, ook met al de punten, onderscheiding nog nooit aan iemand toegekend.
Om u een gedacht te geven over dezen jongen virtuoos, willen wij
u zeggen dat hij meer dan twee honderd gewrochten van al de
klassieke en hedendaagsche groote meesters van buiten kent,
waaronder tien concertos met orkest en heel het goed doordiept
Clavecyn van Bach. Er zit kloekte in hand en armslag bij
Andries De Vaere, zijn vertolking mag eene muziekale
volmaaktheid genoemd worden, daarbij zijne opvatting is zoo hoog
en zoo edel dat hij, om dit alles, de bewondering afdwingt van
gelijk wie die hem hoorde. |
Hij is een gerust-meegaande, vriendschappelijk meepratende
jongen, die, bij uwe koesterende kachel gezeten, liever dan al
uwe sigaren, zijn pijpken stopt en smakelijk smoort, en vraagt
en vertelt van kunst en kennis, van vervlogen tijden of dagende
toekomst. Hij wil niet zijn een vreemddoende of een
uitzonderling - buitengewoon mensch. Ongekunsteld, ongedwongen en gezellig gaat hij zijn wegen. Bewust, in al zijnen eenvoud, van zijne waarde en de gaven die in hem broeien, houdt hij niet van aanstellerige uiterlijkheden, maar voelt gelijk al onze ware vlaamsche kunstenaars, zijn kracht en zijn kunst daarbinnen in hem. Nevens de onrust-roering van onzen tijd, waardoor het bonte geluid van allerlei stemmen klinkt, benevens de zielegejaagdheid naar het wereldburgerschap, bij den sidderenden invloed van eene vooruitstuwende en hijgend-voortijlende beschaving, is hij een Vlaming die draagt, onder al zijne jonge aanminnigheid, de geheime droomerigheid van zijnen geboortegrond, en met een zweem van mysticisme, de verdoken diepten van de Germaansche en Noordsche volkeren, die Andries De Vaere op den algemeen-menschelijken bodem der kunst den stempel doen slaan van een eigengroeiend en rasecht-geaarde man, gesproten uit dien edele kunstenaarsstam, het heerlijke Vlaamsche volk.
Andries De Vaere, een wonderkind uit Vlaanderen, blijft zijn
Vlaanderen getrouw, wiens trots, hoe jong nog, hij wordt en is.
Hij is te oprechte kunstenaar om ooit zijn volk te vergeten en
wat hij aan den geheimen kunstaanleg van dit volk, misschien
onbewust, schuldig staat. Nooit heeft eerbied en liefde voor
eigen bloed en welbegrepen nationalisme wereldvoeling en
wereldberoemdheid belet, wel integendeel! Andries De Vaere denkt
voort immer met genegenheid en ontroering aan zijn Vlaamsche
streek en aan Kortrijk, met zijn vrienden, met zijn volk dat zoo
fier is op hem en dat hem zoo bemint; aan Kortrijk met zijn
Broeltorens, zijn Groeninghe, zijn Leie, zoo overheerlijk door
Guido Gezelle, dien andere wereldbekende kunstenaar,
gevierd:Jordane van mijn herteMocht Andries De Vaere eens, als een Gezelle, met nieuwe betooverende klankgeluiden, zijn lief en zijn leed, zijn volk en zijn Leie meesterlijk bezingen, zijnen edele Vlaamschen stam ter eere, tot roem “ende ghenoechte van den Volke”!
|