Gepubliceerd op 5 october 1911
De katholieke gechiedschrijver, het verloop der kerkelijke geschiedenis bestudeerend, bemerkt in de werking der Pauzen, het algemeen pauselijke, met toewijding aan de belangen der Kerk en het onfeilbaar leergezag, en terzelfdertijd den persoonlijken aard van elken kerkvoogd. Paus Leo XIII was in de Kerk, de groote moderne man, in den besten zin des woords, die zijn tijd met de verzuchtingen, die er op uitstegen, goed begrepen had. Veel meer streefde hij naar de positieve werking, naar de verzoening waar het mogelijk was, dan naar enkel afwering en verdediging. Die strekking teekent zich duidelijk af in de Rerum Novarum, d.i. in de hoofdakte van de sociale politiek des Pauzen.
De liberale economie had in alle landen katholieke tegenstanders
verwekt. Eene eerste internationale groepeering dezer katholieken
werd verwezenlijkt door Mgr. Mermillod onder den naam van
Unie van Freiburg. De Belgen, die er lid van werden, waren
Schollaert, Helleputte en Colinet.
De groote vraagstukken , betreffende vooral de zedelijke begrippen
in de economie, werden in die vereeniging uitgewerkt en de meeste
dier studiën den Paus voorgelegd. Dat was als eene theoretische
voorbereiding tot het verschijnen der groote encycliek.
Kwamen toen die wondere werkmansbedevaarten... Harmel bracht
zijn volk in bedevaart naar 't Vatikaan en de Paus logeerde
zijn vereerders uit den vierden stand. In zijne aanspraken tot het
werkvolk uitte de Heilige Vader reeds verschillende gedachten
omtrent de christelijke opvatting van arbeid en arbeidscontract, die
zoo overduidelijk in den wereldbrief zouden worden uiteengezet.
Voor zoover als gekend is, verhaastte dan de zaak der Ridders van den Arbeid, de gemengde werkliedenvereeniging van Noord-Amerika, de
plechtige afkondiging der katholieke leering, waarvan het incipit
zou zijn, de nu historische woorden Rerum Novarum.
De eigendom is heilig en het socialisme streeft eene utopie na met
den eigendom te willen afschaffen. Maar wat er dient teruggebracht,
tot de christelijke, tot de zedelijke gedachte, is de opvatting van
den menschelijken arbeid. In den tijd van het ambachtswerk werd
niets omtrent den arbeid geregeld zonder dat de persoon van den
arbeider werd in 't oog gehouden. De grootnijverheid in de liberale
economie, aanziet enkel den arbeid als eene koopwaar, luisterende
naar vraag en aanbod en let niet op den arbeider, naar zijne
noodwendigheden, naar zijn godsdienstig, zijn zedelijk, ja, zijn
lichamelijk leven. Vandaar onverdiende ellenden voor een talrijke
klasse. Dat dient te keer gegaan door den invloed der christelijke
gedachten, door Staatsbescherming en door belangenorganisatie.
Ziedaar het document zoo kort mogelijk samengevat.
Er werd wel gekibbeld na dit verschijnen over den naam
democratie, over vereeniging van arbeiders en patroons in
eenzelfde beroepsmaatschappij, en andere punten; en deze strijd zou
eene tweede encycliek, de Graves de Communi uitlokken, maar
de katholieke sociale beweging stond nu flink gegrondvest en er
werd, ondanks de moeilijkheden, degelijk op voortgebouwd. Eens
wellicht, als dat alles meer op afstand zijn zal, zullen de
katholieke geschiedkundigen den wereldbrief van 15 Mei 1891 als een
licht uit den hemel, een lumen de coelo erkennen, dat in den
warrelstrijd der onrustige negentiende eeuw den weg naar het volk
opnieuw heeft gewezen aan de Kerk, die er door de omwenteling en
door het liberalisme bedriegelijker wijze was van weggedreven.
Nu reeds, na nauwelijks twintig jaren is de sociale werking der Kerk
in West- en Zuid-Europa de machtigste factor geworden van de
zedelijke en stoffelijke herwording des volks. Moge het meer en meer
door al de kinderen der Kerk begrepen worden.
Ook “Ons Volk” heeft gemeend niet te moeten achterblijven in de
hulde, die Zondag l.l. door den Belgische Volksbond te
Kortrijk, ter gelegenheid der 20e verjaring van Rerum Novarum,
aan Leo XIII werd gebracht.