Oecumenisch Patriarchaat
Orthodox Aartsbisdom van België

Orthodoxe Parochie HH. Konstantijn & Helena
Brugge

Voorstelling Parochie
Over de Parochie
Info over Orthodoxie
Fotogalerie
Lectuur
Iconenatelier
Contact en locatie
Links



Een eerste Goddelijke Liturgie
in onze eigen kerk

Op zondag 9 november 1997, Gedachtenis van de Heilige Nektarios van Pentapolis, mochten we voor het eerst een Goddelijke Liturgie vieren in onze eigen kerk. Eerst celebreerde Archimandriet Athenagoras de Kleine Waterwijding en zegende hij de kerk en het gebouw in. De Goddelijke Liturgie concelebreerde hij met Diaken Dominique Verbeke van de Parochie van de Heilige Apostel Andreas van Gent. Vader Athenagoras hield een homilie over het belang van het kerkgebouw. Hierna volgt de tekst van deze homilie.

Bij de eerste Goddelijke Liturgie
gevierd in onze eigen kerk
van de HH. Konstantijn & Helena

"Ik zal door de grootheid van Uw goedertierenheid in Uw huis ingaan; ik zal neervallen voor de tempel Uwer heiligheid, in vreze" (Psalm 5,8).

Mijn dierbare broeders en zusters,

Terwijl hij het huis Gods binnentreedt richt David zich met deze woorden tot de Heer van dit huis, tot God. En hoe treedt hij en hoe treden wij het huis Gods binnen? Mijn intrede in de kerk is niet eenvoudig en alleen een handeling van menselijke vrijheid en wil. Het is veel meer en terzelvertijd een handeling van goddelijke barmhartigheid. De verwezenlijking in de kerk van de ontmoeting tussen mens en God veronderstelt de ontmoeting en het samenbestaan van de goddelijke barmhartigheid, de goddelijke genade en de vrije menselijke wil. Deze verafbeeldt m.a.w. het ganse godmenselijke reddend mysterie.

Dit is het eerste kenmerk van het doel van de intrede van de mens in het huis Gods, dat het begin en het einde in zich sluit.

En nu leert David, het Oude Testament ons het tweede kenmerk van dit huis, nl. : dat de kerk het huis is van de Heer en dat Hem alle eer toekomt.

En David gaat verder, zeggend : omdat het kerkgebouw het huis Gods is, is het heilig en daarom vereren wij het.

Wanneer wij dus het kerkgebouw, het huis Gods, binnentreden, komen wij in de aanwezigheid van zijn Heer en delen wij in Zijn heiligheid.

Het Oude Testament openbaart ons dus ook het derde kenmerk van het kerkgebouw, nl. zijn heiligheid. Bijgevolg, doordat het kerkgebouw het huis is van de Heer van God, en het heilig is, en het binnentreden ervan het samenbestaan is van de goddelijke barmhartigheid en de menselijke wil, heeft daar de hoogste transcendente menselijke handeling plaats, nl. de verering en de eredienst : "ik val neer voor uw heilige tempel".

Maar onmiddellijk wordt de vraag gesteld, hoe wij er binnentreden? Wij hebben het antwoord van het Oude Testament en met name in de Psalm van David : "in vreze voor U".

De vreze voor de Heer is het vierde kenmerk van het binnentreden in het kerkgebouw.

Bij deze vierde en laatste karakteristiek rijst onmiddellijk een probleem. Is mijn verhouding met het kerkgebouw een verhouding van vrees? Is mijn ontmoeting met God in de kerk een zaak van vrees? Natuurlijk, niet zoals wij het woord vrees gewoonlijk begrijpen.

Er is een duidelijk verschil tussen de vrees zoals door de mensen begrepen, nl. de vrees bij de afwezigheid van God, en de vrees van God. Volgens Salomo is deze vreze Gods het begin van de wijsheid : "De vreze des Heren is het beginsel der wetenschap; de dwazen verachten wijsheid en tucht" (Spreuken 1,7). Hier heeft m.a.w. de vreze Gods een verband met de wijsheid van God, die op haar beurt een verband heeft met de diepere betekenis van de vreugde. In dit geval hebben we hier niet te maken met de vrees en de verschrikking van de terreur van onze tijd, maar we hebben in de vrees van de Heer de schrik de wijsheid, de vreugde en de vrede die van Hem uitkomt te verliezen. Deze laatste analyse blijkt ook het begrip van vreze Gods te zijn te vinden bij de kerkvaders van Oost en van West, alsook bij de grote asceten en monniken, waarbij de goddelijke vrees en schrik er is om niet de bron van het bestaan en van de vreugde te verliezen...

Van het kerkgebouw en de goddelijke heerlijkheid die er is, gaan we nu over naar de voorname reden van bestaan van het kerkgebouw, die de Kerk is. De Kerk die triadologisch het mysterie openbaart van de heerlijkheid van God in het godmenselijk lichaam van Christus en de aanwezigheid van de Heilige Geest.

De Kerk (\EÎÎÏËÛ›·) van het Nieuw Testament is niet iets uiterlijks, maar is deze gemeenschap die door de geloofsbelijdenis en het doopsel deelgenoot wordt van het godmenselijk lichaam van Christus.

Daarom, mijn broeders en zusters, bent u allen die hier in dit kerkgebouw samen met uw priester (als vertegenwoordiger van de bisschop) de Kerk vormt, het Altaar omringt en er de Goddelijke Eucharistie viert "Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers van de heiligen, en huisgenoten Gods. Gebouwd op het fundament van de Apostelen en Profeten, waarvan Jezus Christus de uiterste Hoeksteen is. Op welke het gehele gebouw, bekwamelijk samengevoegd zijnde, opwast tot een heilige tempel in de Heer" (Ef. 2, 19-22).

Tot besluit van mijn nederige homilie nog dit uit de Openbaring van Johannes : "En ik zag geen tempel in haar, want de Heer, de Almachtige God, is haar Tempel en het Lam" (Ap.21, 22).

Wij, de strijdenden in de Kerk, die Gods woord verkondigen, die kerken inzegenen en die pogen het mysterie van de relatie tussen God en mens te versterken, spannen elke menselijke poging bij elkaar. En van deze poging geven we vandaag getuigenis.

Er komt echter een dag, dat dit kerkgebouw niet meer zal bestaan, maar alles dat voortspruit uit onze menselijke poging zal worden vermengd met de goddelijke menslievendheid en zal - in de godmenselijke economia van God - worden heropgericht in de eeuwige stad, waar er geen kerkgebouw zal zijn, maar waar de Heer, de Albeheerser, het Lam het kerkgebouw zal zijn.

Amen.