Watersnood *1

 

Razend giert de stormwind, rukkend, nukkend,

dond'rend beuken woeste wilde golven

krachtig, woedend tegen d' aarden dijken,

klotsend, huilend woest, als hongerwolven.*2

 

Bang is 't hart der vissers, dorpers *3, biddend,

smekend 't gaaf behoud der stoere dijken.

Stilte heerst in 't ranke, siddr'end huisje,

doods en droef verlicht, als toeven lijken.

 

Plots een schok... en schuivend, woest geluiden.

D' aarden dijken scheuren, zwichtend wijkend.

Juichend zwelgt het water, wild zijn buiten,

Weiden, velden, huizen, plots verdwijnen.

 

Angstig kijken dorpers toe en vluchten.

Rijzend, zwelgend schuift het zilte water.

Razend stormt de wind in woeste zuchten.

Vals'lijk lacht het water, laf, in rimpels.

 

Duister, killig, valt de donk're nachte.

Dorpers vlieden heen naar veilig'r haven,

reddend 't wein'ge goed, met droef gedachten

't moede hoofd vervuld en schreiend stille.

 

Arme lui, door 't noodlot neergezegen,

dof en stom aanschouwt ge 't zwelgend water.

Zuur en traag was 't huis en hof verkregen.

Vlijt van jarenlang is snood verslonden.

 

Langzaam, aarz'lend, licht het grauwend weder.

Naakte bomen, daken klagen treurend.

't Water rimpelt zachtjes, murmelt teder

schamend zich zijn hart'loos, snode daden.

 

12-2-1916

 

 

*1 Vanaf de nacht van 13 en 14 januari 1916 voltrok er zich in Nederland een watersnood rondom de Zuiderzee, nu IJselmeer.

Op tientallen plaatsen braken de dijken en was er op veel plaatsen sprake van schade aan binnenbeloop en bekleding van de dijken.

In de provincie Noord-Holland vielen doden.

Voor meer informatie:  De Zuiderzeevloed 1916

*2 Originele tekst: hongre wolven

*3 dorpelingen