De vredesengel

 

 

O heil'ge vredesengel, wonderschone fee,

o ruw en snood verdreven, dierbaar liefdepand!

Der mensen lijdend hart, geprangd in snerpend wee,

door 't oorlogsmonster vastgesnoerd aan ijzeren hand

verheft zich, droef'lijk klagend, bang, en roept u aan.

Het smeekt om laaf'nis,*1 troost, geknakt door 't zware leed.

Het weent, het rouwt, vervloekt in brandend heet getraan

het grijnzend noodlot, ruw, meedogenloos en wreed.

 

Op 't ijs'lijke slagveld, roodgedrenkt met hartenbloed,

waar alle mens'lijk-rein gevoel wordt afgeweerd,

waar broedermoord men roemt en loont als 't hoogste goed,

waar zwaait de zeis des doods, door bloeddorst stug beheerd,

daar vallen rij aan rij de scharen jong en schoon.

Waarom gemoord, waarom dat schuld'loos bloed gevloeid

en 's mensen zielenadel zwart bevlekt met hoon?

Waarom zo wreed de smart en rouwe rondgestrooid?

 

Het mensdom ligt geknield en smeekt op bange toon

om  v r e d e, dierb're vrede, zoet, bekoorlijk woord.

O heil'ge vredesfee, beklim uw gouden troon,

verjaag de oorlogsgesel, mijd de broedermoord,

verstom 't kanongedreun, verstom de wilde haat.

Verenig volk en volkje hecht in liefdeband

en heers voor eeuwiglang, de volk'ren wel te baat,

opdat ze leven saam, in vrede, hand in hand.

                                                                                                            26-9-1915

 

 

*1 verkwikking

Aquarel door Dominique T. ongedateerd,

23.5 x 17.2 cm.

 

Uit nalatenschap oud-verzetsstrijder WO II Jean Geentjens. Privé bezit fam. Hoeck.