Ziektes bij hoppe

 Dit zijn de belangrijkste  ziektes bij hoppe:

1 Bladluis

                              

                                                          

De bladluis, Voorkomen:

De hopbladluis of Phorodon humuli Schrank overwintert op sleedoorn, wilde pruimelaars en andere pruimelaars. Men vindt er de eieren terug in de oksels van deze bomen. In de lente komen er moederdieren uit, die ter plaatse blijven. Zodra de warme dagen aanbreken ( einde mei tot begin juli) vliegen de gevleugelde bladluizen (Aphisvliegen) over naar hun zomerplant, de hop. Ze kiezen daarbij steeds de bovenste, jonge bladeren op de ranken. Reeds na vier a vijf dagen baren zij jonge luizen die snel groeien en die terug op hun beurt zich vermenigvuldigen. Vanaf nu kunnen ze met hun vernietigingswerk beginnen. Op korte tijd kan de parasiet zich heel snel uitbreiden van boven naar beneden. Bovendien tasten ze ook de bloemen aan. Ook de top van de rank moet geregeld gecontroleerd worden en dit is heel moeilijk waar te nemen van op de grond of de insect al dan niet aanwezig is. Verschijnt er op de bovenzijde van de bladeren een glanzende en kleverige honingdauw dan wijst dit op een ernstige bladluisaantasting. Later ontstaan er zware roetdauwschimmels, waardoor de bladgroenwerking verloren gaat. Het is vooral de onderkant van de bladeren die het dichtst bezet zijn met bladluizen. Ook de bellen kunnen aangetast worden. Dit zijn dan de zogenaamde zwarte bellen. De rechtstreekse beschadiging die wordt aangericht door het uitzuigen van het vocht, wordt nogmaals vergroot door de uitwerpselen die de parasiet op de bel achterlaat. Op deze glanzende, kleverige massa groeien dan zwarte schimmels. Alleen hevige neerslag, nachtvorst en grote droogte kunnen een remmend effect hebben op de snelle voortplanting van de bladluizen. In de loop van de zomer ontwikkelen zich talrijke generaties. Een wijfje kan in één zomer tot tweehonderd jonge bladluizen afzetten. 

2 Rode Spin

 Voorkomen: De rode spin of Tetranychus Urticae is een snelgroeiend insect. In een kleine twee weken kan deze van een eitje tot een volwassen spin uitgroeien. De rode spin heeft echter wel een korte levensduur van ongeveer een kleine maand. Net zoals bij de bladluis zuigt ze sap uit de bladnerven of uit de bellen. De kleur van blad verandert van een groene naar een koperachtige kleur .Wanneer de bellen aangetast worden, verschijnen er zilverzwarte stipjes. In een later stadium veranderen de zilverzwarte stipjes naar een geelbruine kleur. Tenslotte vallen de belblaadjes uit elkaar. Gedurende de hooitijd is de kans van een aanval van rode spinnen het grootst. Daarom moet de boer in de maand juni de onderkant van de bladeren controleren op het al dan niet aanwezig zijn van het insect. De vermenigvuldiging gebeurt het sterkst bij 25-30°C en een luchtvochtigheid beneden de 70%. Bij een hogere luchtvochtigheidsgraad en een temperatuur beneden de 10°C wordt de ontwikkeling geremd. Een wijfje kan in haar korte levensduur tot 130 eitjes leggen. De belangrijkste beschadiging van de rode spin is gebaseerd op het feit dat de opbrengstvermindering enorm is en dat de plant in het ergste geval kan afsterven.

3 Echte Meeldauw(=Witziekte)


De witziekte
Ziektebeeld : De witziekte of Sphaerotheca, is de meest gevreesde ziekte in de hopteelt. De grondscheuten zijn overdekt met wit mycelium. Andere scheuten vertonen verdikte internodiën (rankletten) en schimmelpluis. In de maand mei-juni treedt de ziekte voor het eerst op bij jonge bladeren, bladsteeltjes en tedere stengels. Op de bovenzijde van de bladeren zijn witte vlekken op te merken welke naderhand samenvloeien en het gehele blad bedekken. Bij sterke aantasting zijn de bladeren gezwollen en blaasvormig. Aangetaste hopbellen ontwikkelen zich meestal niet verder. Ze blijven klein of zijn sterk misvormd en voor verkoop waardeloos, wanneer ze toch min of meer doorgroeien. Op het einde van het seizoen krijgen de schubben een rode schijn en wordt het ziektebeeld daardoor wel enigszins gewijzigd.

4 De Hopplaag

Ziektebeeld : Deze ziekte wordt veroorzaakt door de zwam Pseudoperonospora humuli of valse meeldauw. Ze komt voor in elk groeistadium. De jonge scheuten zijn immers heel vatbaar voor deze ziekte. Ze zijn niet immuun en laten de primaire sporen via de top of de basis in het weefsel van de plant binnendringen. Van daaruit kunnen de sporen gemakkelijker de wortelstok bereiken. Hierdoor is te verklaren dat dikwijls op dezelfde plaatsen in het hopveld de plaag voorkomt. Op de bladeren ontstaan bleek gekleurde vlekken; aan de onderzijde ervan bemerkt men een grauw violet schimmel, bij droog en warm weer echter niet. Indien verschillende vlekken aanwezig zijn, buigt het blad naar onder, droogt op en valt af. Bij primaire infectie, ontwikkelt zich de schimmel langs hoofd- en zijnerven, de rankletten blijven korter en de rank verliest haar rechtswindende kracht. De bloemen zijn gevoelig, worden bruin en vallen af. Wanneer de bellen vroegtijdig aangetast zijn, worden ze hard. De belbladeren komen niet tot ontwikkeling en de lengte van de spil wordt gehinderd zodat er korte dikke bellen ontstaan. Bij lagere aantasting nemen de bellen een bruine kleur aan, wat grote schade kan veroorzaken.

                              

5 Bestrijding

Ziektes worden bestreden door middel van allerhande chemische middelen.
Deze producten worden opgelost in water, dit water wordt op de planten gesproeid.

 

Zie ook: Een Engelstalige webpagina met uitgebreide info over ziektes bij hop.