Geschiedenis van de hop

"Hop en mout God 't behoud"

Gebruik van hop bij het brouwen van bier:
In West-Europa drinkt men al bier sinds de 12 de eeuw. Dit brouwsel heette wel bier maar heeft weinig van doen met het pilsbier dat wij kennen.
Het schijnt dat er een verband is tussen de middeleeuwse pestepidemieŽn in de 14de eeuw en de opkomst van het bier. Men dacht namelijk dat de ooraak van de zwarte dood in de slechte kwaliteit van het water gezocht moest worden.
Voor de hop gebruikte men gruit als smaakmaker van het bier. Gruit is een kruidenmengsel met vooral gagel en rozemarijn en verder o.a. duizendblad, laurierbessen, salie, enz. In de 16de eeuw zijn de Vlamingen en de Engelsen begonnen met brouwen van gehopt bier. Deels om het bier langer houdbaar te maken. Men zegt ook dat hop ideaal was om de vleselijke lusten van de paters te onderdrukken. Aangezien in veel landen een hele industrie was ontstaan rond gruit en de overheden inkomsten haalden uit het zogenaamde gruitrecht was het in vele landen verboden om hop te gebruiken in het brouwproces.

Ontstaan van de Poperinge hopcultuur:
In het jaar 1322 verbood de Graaf van Vlaanderen de productie van laken buiten de muren van Ieper. Door dit verbod kwam Poperinge in een diepe economische crisis terecht en bleef het eeuwenlang afgesloten van Binnen-Vlaanderen, nl. de grote steden Gent en Brugge. Er brak zelfs een waarlijke oorlog los tussen de twee steden. Dit verklaart de vete die tot op heden bij sommigen leeft. Als reactie op dit onrecht werd de Gilde van de kei opgericht. Om de spot te drijven met Ieper zat de voorman, Meester Ghybe, op feestdagen omgekeerd op een ezel en droeg hij een kei van 83 pond voor zich. De kei was het symbool van de koppigheid van de Poperingenaars die niet zomaar zonder slag of stoot afstand deden van hun rechten. De bijnaam van de Poperingenaars luidt dan ook  weinig verrassend: de keikoppen.

Sinds de 15de eeuw werd hoppe op grote schaal geteeld. De stichting van de hoporde in 1409 door Jan zonder Vrees wijst in die richting. Het bestaan van die hoporde wordt wel betwist omdat ze in dat jaar nog niet kon bestaan hebben. Jan zonder vrees zou de Poperingenaars - die het recht om laken te produceren kwijt waren - aangezet hebben om hop te telen als een soort van compensatie.
Poperinge was lange tijd eigendom van de Benedictijnenabdij van Saint-Omer in Frans-Vlaanderen. De hop is in Poperinge terecht gekomen via deze abdij, in die tijd een van de grootste van Vlaanderen. Bewijs hiervoor wordt geleverd door een akte uit 1537 van de abt waarin 7 hommelkeurders werden aangesteld.

Deze toch wel bijzondere teelt zou voortaan het landschap van Poperinge en omstreken gaan bepalen. De hop werd geteeld op persen (lange stokken) en werd met de hand geplukt tot aan het einde van de jaren '50. Na de Tweede Wereldoorlog werd de persen vervangen door draadconstructies. De hop groeide dan rond ijzerdraadjes die bovenaan aan een vaste draad werden bevestigd en onderaan aan een ijzeren staaf met een oog (een fiche). Het nadeel van de persen was dat ze ieder jaar uit de grond moesten en het volgend jaar opnieuw geplaatst. De draadvelden leverden tevens meer hop op dan de persen.
De hoppepluk vereiste zeer veel plukkers (vrimde plokkers in het dialect) die uit andere streken kwamen om een centje bij te verdienen. De plokkers konden bij de boer blijven slapen in de stallen op een strozak De maaltijden bestonden vooral uit aardappelen met de 'pele', suikerbonen en een 'schelle van de zeuge'.
Voor vele plukkers was dit eten beter dan wat ze gewoon waren.
Er kwamen ook zigeuners meehelpen aan de pluk. Zij werden de karremannen genoemd omdat ze hun woonwagens meebrachten. De karremannen waren goede plukkers, maar hadden toch -al dan niet terecht- een niet al te beste reputatie in het Poperingse.

De geplukte hop werd per kilo betaald en op het einde van  de werkdag gewogen en gecontroleerd. De boer kon er niet tegen als er takjes en blaadjes tussen de hopbellen lagen. Snoodaards durfden hun koffie al eens uitkieperen in hun mand om wat meer gewicht te hebben. Een goede plukker kon 30 ŗ 40 kilo plukken. Er werd geplukt van zonsopgang tot zonsondergang, men plukte niet met de rijen mee, maar dwars door het hopveld in een lange rij. Dit omdat iedereen mooie volle binnenranken zou krijgen en ook ranken aan de zijkant die geleden hadden onder de wind. Mooie ranken waren gegeerd omdat men zo meer rendement haalde. Zelfs de kinderen moesten meeplukken, het schooljaar begon in de streek dan ook maar rond half september. Als de pluk eindelijk ten einde kwam werd de "hommelpap" gevierd. Men at dan een soort pap op basis van melk met suiker. Er werd ook een strooien pop opgehangen in het hopveld en verbrand om het einde van de pluk te vieren. Aan bier was er uiteraard geen gebrek.

De geplukte hop werd gedroogd op een ast (een ommelkete in het dialect) van houten latjes. Onder de ast werd een heet vuur gestookt met cokes (een soort ruwe steenkool). De asten waren karakteristiek voor het landschap door hun opzichtige windkappen die ervoor zorgden dat de wind niet in het vuur sloeg. Nu stookt men met stookolie, wat heel wat eenvoudiger en veiliger is. Nadat de hop gedroogd was, werd ze ook nog gesulferd (behandeld met zwavel) om de hop een mooi kleur te geven. Nu is het ondenkbaar dat men zwavel toevoegt aan een voedingsproduct, maar toen had men nog nooit van voedselveiligheid gehoord.

Vanaf de jaren '60 viel de jaarlijkse migratie naar Poperinge stil wegens de opkomst van de plukmachine. Velen hadden de ontwikkeling van een dergelijke machine voor onmogelijk gehouden en iedereen gek verklaard die het tegendeel beweerde. De plukmachine betekende wel het einde voor de romantiek en de folklore van de pluk. Deze machines veroorzaakten deels de teloorgang van de hopteelt in Poperinge. Nu de hop zo makkelijk kon geteeld worden, verminderde de waarde van de hop drastisch. Van de 1000 hectares blijven er nu nog een schamele 180 over. De oude tijden worden nog eens herdacht tijdens de driejaarlijkse hoppestoet.
 

In de rubriek folkloristische foto's vindt u meer afbeeldingen uit de oude doos.

      pagina2.jpg (32420 bytes)                                                                                                                                                  

Voor een groter beeld klik op de afbeelding

          

Hophistorie in  Engeland.

Hop Picking in Schoharie County

                        

Prachtige pagina over de geschiedenis van de hop, zeer gedetailleerd. Ontworpen door G. Vandermarliere.

De gerestaureerde ommelkete van Wally Merlevede in Abele.