Hopplukmachines

Al in de negentiende eeuw bestond de gedachte van een hopplukmachine, het bleef bij enkele mislukte pogingen.
De gedachte van een hopplukkende machine was echter niet meer ondenkbaar. De trend was gezet.
Vooral Amerikanen bleven pogingen ondernemen een plukmachine te ontwerpen.
Begin twintigste eeuw lukte dit min of meer. Het grote nadeel van deze machines was hun enorme afmetingen en het vele personeel.
Vooral het principe met de turbines en de plukvingers was opmerkelijk. Dit principe wordt nu nog gebruikt en is betrekkelijk weinig veranderd.

In de jaren zestig werden in Poperinge heel wat hopplukmachines ontworpen.
Vooral de firma Allaeys verwierf heel wat bekendheid met relatief compacte en degelijke machines.
Er bestond een felle concurrentie tussen de verschillende constructeurs, vooral de Belgische: Themilco(eerst Milleville), Ceres en Allaeys.
Allaeys was zonder meer de succesvolste. Enkel het Duitse Wolf en Allaeys (in eerste instantie) overleefden de concurrentie. Allaeys ging later op de fles.
Wolf is nu de enige overblijvende constructeur in Europa en verkoopt ook maar enkele machines meer per jaar. De plukmachines worden zelf niet meer in Duitsland vervaardigd maar in Tsjechië.

Opmerkelijk is dat een Belgisch bedrijf heel wat exporteerde naar Duitsland, het grootste en invloedrijkste hopgebied.
Dit valt grotendeels te verklaren door de verwaarlozing van niet oorlogsgerichte industrie tijdens de oorlog.

In die jaren werden een resem verschillende plukmachines uitgedacht, de een al succesvoller dan de andere.
Heel wat modellen verdwenen even snel als ze gekomen waren.
Op vandaag worden er in Poperinge nog steeds plukmachines gebruikt uit de jaren '60.
Na 40 jaar dienst hebben die hun beste jaren wel achter de rug. Pannes zijn dan ook aan de orde.

Uit het boek "Die eiserne pflücker" heb ik een aantal Belgische machines gescand.

Een staaltje industriële archeologie:

 

 


De Allaeys fabriek in Poperinge, 1956

De Allaeys Junior, een van de eerste compacte machines die op de markt kwam. Ze verenigde de plukker en de reiniger in een geheel.


 











 



Een opname van de Allaeys Junior in 1959.

 


    Een treinlading Allaeys Junior machines.

 


De Allaeys Senior.



.
   De Allaeys Europa Super werd geproduceerd tussen '60 en '65 en kon zo'n 240 à 270 ranken per uur plukken.




De Allaeys Compact.

 





De Saxo reed door het hopveld. Deze tonnenzware plukker werkte probleemloos bij droogte maar liep vast in de modder bij nat weer.
Mobiele plukmachines zijn nooit echt succesvol geworden.




De Ceres machine was geen onverdeeld succes, ze werd slechts enkele jaren geproduceerd. Slechts weinigen hebben goede herinneringen aan deze plukker.



Nog een andere producent was Milleville later Themilco.
De "Hopfenzwerg" een bijzonder kleine, compacte machine
In Duitsland was de zelfbewuste hopboer niet happig om een hopdwerg in huis te halen.

.


De schroothoop is het trieste lot van veel plukmachines.