DE HOPPLANT

                                                                                                                                 

                                                      
                                                              

 

 

 

 

 

Hop (Humulus Lupulus) is een doorlevende klimplant. Ze behoort tot de familie van de hennepachtigen die je over de hele wereld aantreft. Hop vindt haar oorsprong in China zo’n 6.5 miljoen jaar geleden! Ze verspreidde in een Noordoostelijke richting naar Japan en de VS en in Noordwestelijke via Rusland naar Europa. De hop is de langste kruidachtige klimplant van onze flora. De plant overwintert met behulp van een wortelstok, een ondergronds stengeldeel waaruit bebladerde stengels ontspringen. Elke lente in maart schieten nieuwe scheuten uit de grond. De stengel heeft een vierkantig tot zeskantig uitzicht en voelt ruw en knobbelig aan. Dit komt omdat zij bezet is met fijne ankervormige haartjes. Deze weerhaakjes klampen zich vast aan de leidraad waardoor de plant rechtswindend omhoog klimt. De stengel kan op warme, zonnige dagen tot één centimeter per zonlichtuur groeien. De bladeren staan in paren tegenover elkaar en zijn handvormig gespleten en lang gesteeld. De vorm en grootte verschilt naargelang het stadium waarin de plant verkeert. De plant is tweeslachtig, wat betekent dat de vrouwelijke en de mannelijke bloemen op verschillende planten voorkomen. De hop is een typische windbloeier, het stuifmeel wordt door de wind verspreid. Enkel de vrouwelijke onbevruchte bloemen groeien uit tot hopbellen die bruikbaar zijn in de brouwerijsector; de bevruchte geven een te bittere smaak aan het bier. Hopboeren plantten vroeger toch stiekem mannelijke planten omdat bevruchte hop aanzienlijke zwaarder weegt. De mannelijke planten dienen enkel om kruisingen uit te voeren. Een plant is volgroeid wanneer ze haar derde levensjaar bereikt heeft.  Het eerste jaar (inlegjaar) wordt de plant ingelegd. De opbrengst ligt dan uiteraard erg laag. De oorzaak is dat de wortelstok zich nog moet ontwikkelen. In het tweede bestaansjaar (rozenjaar) is de groeikracht sterk toegenomen. Het derde jaar (bruidjaar) is de plant volgroeid. De komende vijftien jaar kan de hopboer normalerwijze optimaal genieten van een volle opbrengst. Jammer genoeg bereiken vele hopplanten wegens economische redenen nooit de pensioengerechtigde leeftijd. De afzet van hop is immers geen sinecure in onze gemondialiseerde economie. Enig chauvinisme is onze Belgische brouwers vaak vreemd.           

 

    

 

 

             

 

 

 






 

 

             

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

Een zwaar onweer richtte een hopveld in het Duitse Hallertaugebied ten gronde.

Hopboer Carlo Boeraeve draait nog enkele scheuten bij waar het nodig is.