Foto's uit het boek Zeven maal Hop van Bertin Deneire(red.)

De volgende reeks foto's geven een beeld van de Poperingse hop van de eeuwwisseling tot rond de jaren vijftig.

Een hommelhof met staken of persen: beeld van rond de eeuwwisseling met in de verte de Poperingse Onze-Lieve-Vrouwekerk.

"Ranken!", galmt het in het veld. Een man komt met een verschrikkelijk lange stok de ranken van de draden afsteken.

"De karremannen-die andere vreemde plukkers met hun woonwagens zien we hier niet meer."

 

"We begonnen even voor het einde van augustus en eindigden begin oktober. Ik heb hier nog ijs aan de hoppe gezien!" .

De eerste dag van de pluk wees de boer de volgorde van de plaatsen aan en kreeg iedere plukker een stoel, een mand en een zak, om de hop erin te gieten.

 

"In deze streek begint het schooljaar maar midden september, om de kinderen mee te laten plukken." Te Godewaersvelde (Frans-Vlaanderen) loopt de pluk ten einde.


De hoppepluk lokte ieder jaar toeristen en nieuwsgierige bezoekers. De 'karremannen' of 'kotemannen' hebben hun 'kunstekotjes' bij het veld gestationeerd en meestal was dat op dezelfde plaats als het jaar ervoor.


"Iedereen plukte dan. Zelfs de pastoormeid!" In de achtergrond zien we de ast van Hector Lebbe.


"Het drogen van de hop in de ast: een lastig ťn delicaat werk. Daarom sliep men 's nachts bij de hop." De ast van Gaston Brutsaert te Watou, gebouwd omstreeks 1930, met 2 zuigsystemen die warme lucht door de hop bliezen.


"Moeder heeft aan haar stoel stokken gebonden en er een soort baldakijn met jutezakken aan bevestigd. Zo zit ze in de schaduw, of bij regenweer droog en uit de wind."


"Moeder zwiepte een scheerrank in de nek van de kleine luiaard. 'Dat zal ervoor zorgen dat ge de witten nie hebt!'" Wat waren de kinderen blij toen de hopboer omstreeks  19 uur op het veld verscheen om de pluk van de dag te wegen, en de plukdag ten einde was.


Hoppepluk bij de Stavelse familie Debaenst. Mensen uit de buurt helpen een handje mee. Achteraan zijn ze -met de 'zatte' in de hand - al aan het vieruurtje toe.


Tot in de jaren vijftig werd uitsluitend met de hand geplukt. Een handschoen voorkomt schrammen door de ruwe ranken.


De oogst werd per plukker in genummerde zakken  verzameld en genoteerd. De betaling gebeurde volgens het geplukte gewicht.


Naar het plan van Engelse droogtorens bouwde Hector Lebbe einde vorige eeuw deze hopast (nu villa 't Zweerdhof tussen Poperinge en Krombeke). Opmerkelijk is het open 'pauwkot' op deze ast, waar de pauwen vrij in en uit vlogen.


De 'Hoppepers' te Reningelst waar de boeren hun hop leverden om te drogen, sulferen, persen en bewaren.


Een hopboer met een wagen hopbalen ('hop in zwijns gestampt') arriveert in de Stadsschaal.


De beŽdigdde hopkeurders aan het werk bij de hopbalen, die de boeren van september tot januari aan de Stadsschaal afleverden.


Na de keuring worden de balen opgetrokken (de twee magazijnen rechts voor de Poperingse hop, de linkse voor de hop van de buitengemeenten).


De officiŽle weegschaal (balans) met de officiŽle weger felix Vancaeyseele. De werkman rechts draagt het stencil met het Poperingse stadswapen.


De hop wordt in balen geperst. (Bij de pers zien de broers Questroye.)


Het stadslood (in lak, voordien loden) van de Poperingse hop met het wapenschild van de stad.

 

Wanneer de hop einde augustus rijp was, werden alle krachten ingespannen voor de hoppepluk: familieleden, buren, mensen uit de stad, seizoensarbeiders en... de karremannen, de'vrimde menages' met hun woonwagens.

Gedurende zo'n vijf weken werden er hopbellen getrokken 'om ter meest', er zorg voor dragend geen bladeren of steeltjes mee af te rukken.