Rusland 

SiberiŽ

Rusland : Sakhalin

SiberiŽ : 
SiberiŽ-Pacific pijpleiding : bedreiging voor Amur luipaard 
SiberiŽ-Pacific pijpleiding : Baikalmeer

 

                                                            
Sakhalin

 

Met de steun van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling plant een consortium van internationale oliemaatschappijen verdere olie- en gasexploratie en de bouw van twee pijpleidingen over de ganse lengte van het eiland Sakhalin, en dat in ťťn van de meest seismische regioís van de wereld. Sakhalin Energy Investment Compagny Ltd is een joint venture tussen Shell (55%) en de Japanse bedrijven Mitsui en Mitshubishi. Ook het Amerikaanse ExxonMobil is actief op het eiland. Medio 2003 ging het licht voor het Sakhalin II-project op groen en werd er voor 10 miljard dollar in geÔnvesteerd. Nu het groene licht voor Sakhalin II is gegeven, wordt een tweede platform voor gaswinning naar het veld Loenskoje gesleept. Vanaf twee booreilanden komen vaste pijpleidingen, die over de hele lengte van Sakhalin Ė zoín 850km Ė naar de zuidelijke ijsvrije haven Prigorodnoje lopen. Daar worden een olieterminal en een fabriek voor vloeibaar aardgas (LNG) gebouwd. Eind 2007 moeten de eerste LNG-tankers naar het nabije Japan varen.

Milieu

Milieuverenigingen en  inheemse organisaties maken zich echter zorgen over de effecten van de exploitatie op de directe omgeving. Volgens de NGOís Sakhalin Environmental Watch, Pacific Environment, Friends of the Earth Japan en Bankwatch Network bedreigt Sakhalin II ťťn van de rijkste mariene milieus in de Grote oceaan. Dit mariene milieu voorziet lokale vissers, waaronder het inheemse volk, de Nivchen, van voedsel, maar ook 25 soorten mariene zeezoogdieren, inclusief 11 bedreigde, waaronder de western pacific grijze walvis.  Ook de voedselvoorziening en de sociale en culturele waarden en handelingen van de inheemse volken worden bedreigd !.
 

De inheemse bevolking, onder meer de Niwchen, Nanai, Oroken, Orochen en de Evenken, maakt zich zorgen over een eventuele rampen. Traditioneel zijn deze lokale mensen vissers en rendierhouders. Ze zijn voor hun voortbestaan op een ongerepte  leefomgeving aangewezen. Al in 1999, toen de eerste olieboringen op Sakhalin plaatsvonden, werden de gevolgen van de gewone olieboringen merkbaar. Vissers ontdekten in juni van dat jaar 900ton dode haringen op in zee. Sakhalin Energy wees elke verantwoordelijkheid voor de massale vissterfte af, maar wetenschappers troffen olie en zware metalen in de dode dieren aan. Mensen die in de buurt wonen stelden veranderingen in het milieu vast. Zo liep het aantal robben plots sterk terug en werden vele dieren dood aangetroffen. Vogels, die normaal gezien plankton aten, ging plots insecten eten. De gevangen vis rook sterk naar olie. Toch werden en worden deze vissen tot op vandaag door de lokale bevolking gegeten. Zij kunnen zich geen ander voedsel permitteren en leven al sinds mensenheugenis van de visvangst. 

Memorandum
Pogingen van betrokken inheemse organisaties om meer inspraak te krijgen in de voortgang van het project en dus rechtstreeks te onderhandelen met de betrokken concerns, mislukten in december 2004. Daarom besloten de inheemse organisaties om op 20 januari 2005 een protestdag te houden en door bezetting van de constructiesites en blokkades om het materiaal tegen te houden, de aandacht te trekken.

De lokale afdeling van RAIPON (Russion Association of Indigenous Peoples of the North), die de belangen van onder andere de Nivch, Evenken, Uilta en Nanai behartigt, besloot de handen ineen te slaan met Sakhalin Environmental Watch, Greenpeace, het Wereld Natuur Fonds en anderen. Op 20 januari heeft deze coalitie Shell en ExxonMobil nogmaals verzocht een memorandum te ondertekenen. De hoofdpunten van dit memorandum zijn een geheel onafhankelijk onderzoek naar de culturele gevolgen van alle industriŽle projecten voor de (inheemse) bevolking op Sakhalin en het oprichten van een fonds voor duurzame ontwikkeling. Een daarvoor in te stellen werkgroep zou hierop moeten toezien. ExxonMobiel en Shell weigerden echter het memorandum te ondertekenen. Daarop startte een protestactie onder de naam Green Wave. Het protest richt zich in de eerste instantie op de olie- en gasconcerns die halsstarrig de dialoog met de inheemse bevolking weigeren. Ook richt het protest zich op de provinciale overheid en potentiŽle geldschieters van het project, zoals de Europese Bank voor wederopbouw en ontwikkeling (ERBD) waarvan Nederland aandeelhouder is. 

Blokkades
Ondanks dat medewerkers van de olie- en gasconcerns op dubieuze wijze druk probeerden uit te oefenen op potentiŽle demonstranten, namen op 20 januari 2005 zoín 300 mensen deel aan de eerste actiedag in Venskoye in het noordoosten van Sakhalin. Hieronder waren 244 vertegenwoordigers van de inheemse bevolking. Verschillende toegangswegen naar en van Sakhalin I en II-projecten werden geblokkeerd door vertegenwoordigers van de coalitie en de veelal traditioneel geklede bevolking. Op de spandoeken van de actievoerders waren teksten te lezen als : ďVis is ons levenĒ, ďMaak een eind aan de politiek die ellende voor de Evenken brengtĒ en een citaat van de Russische president Poetin uit 2004 ďOliemensen, vergeet niet op wiens land jullie werkenĒ. Op 24 januari kwam het tot een (mondelinge) confrontatie tussen actievoerders en werknemers van Sakhalin Energy. Om de gemoederen in het Nogliki-district  weer wat tot rust te laten komen werd na vijf dagen protest, besloten de actie voorlopig te onderbreken. De organisatoren van de protestactie reisden af naar de hoofdstad Juzhno Sakhalinsk om de dialoog met de olie- en gasconcerns en provinciale overheid nieuw leven in te blazen. Aleksei Limanzo, president van RAIPON, benadrukte echter dat veel zal afhangen van het welslagen van de onderhandelingen. Mochten deze weer op niets uitlopen dan zullen bij eventuele vervolgactie ook secundaire toegangswegen van en naar de olie- en gasprojecten worden geblokkeerd en andere vormen van protest worden gebruikt. Wellicht zullen daarbij ook rendieren worden ingezet.
 

Boete voor Shell
Volgens de Russische krant Vedomosti werd onlangs bekend dat Shell een boete van twee miljard euro boven het hoofd hangt. Het concern zou de kosten voor Sakhalin II kunstmatig hoog hebben opgevoerd, waardoor de Russische overheid te weinig belastingsinkomsten zou hebben binnengekregen. Eind januari 2005 wist Sakhalin Environmental Watch te melden dat vanwege milieutechnische redenen de Russische rechtbank geen goedkeuring verleent aan de bouw van een tijdelijk havenhoofd in het zuiden van Sakhalin. Dit havenhoofd was bedoeld om materiaal voor de bouw van de grootste fabriek van vloeibaar aardgas (LNG) ter wereld aan te voeren.

   

 

SiberiŽ

 

SiberiŽ-Pacific pijpleiding : bedreiging voor het Amur luipaard.
februari 2006

Transneft is verantwoordelijk voor de bouw van de Siberia-Pacific pijpleiding en de Perevoznaya Oil Terminal. (olie bedoeld voor AziŽ en Japan) Zoals de plannen er nu voorliggen, loopt deze pijpleiding door het Amur luipaard woongebied.  Wetenschappers van de Russische EIR (environmental impact review)) hebben een veto gesteld mbt. geplande route van betrokken pijpleiding, verwijzend naar het feit dat de pijpleiding te dicht in de omgeving ligt van Lake Baikal en een bedreiging vormt voor het Amur Luipaard.  
Meer dan 40 organisaties hebben een collectieve brief geschreven aan de Japanse eerste minister Koizumi in April 2005,(waaronder KWIA), met de vraag de route te verleggen.
In juli 2005 werden brieven geschreven naar president Putin en de eerste Minister Koizumi van Japan. 
 
Resultaat acties : Op 6 februari 2006 werd volgend bericht verspreid : Een team van 14 experten heeft de zaak bestudeerd en kwam tot het besluit dat het onverantwoord is een terminal te bouwen in het Amur Bay gebied, woonplaats van het Amur luipaard.
In navolging hiervan heeft de president van Transneft, het besluit genomen een andere locatie te zoeken voor de pijpleiding. Deze beslissing betekent nieuwe hoop voor het Amur luipaard (waarvan er nog slechts 40 bestaan).

 

SiberiŽ-Pacific pijpleiding : Baikalmeer

Het Baikalmeer is een meer in het zuiden van SiberiŽ. Met een diepte van maximaal 1637 meter en de oppervlakte van 31.500 km≤ (ongeveer zo groot als BelgiŽ) is het Baikalmeer het diepste meer en het grootste zoetwaterreservoir ter wereld.  Het meer wordt door ruim 300 rivieren gevoed, waarvan de Selenga in het zuiden de voornaamste is. De enige afvoer is de Angara, waarlangs het Baikalmeer via de Jenisej afwatert op de Noordelijke IJszee.
Het Baikalmeer is rijk aan flora en fauna en herbergt unieke diersoorten als de baikalrobóeen zoetwaterzeehondó, de zalmachtige omoel en een hele resem endemische vlokreeftjes.
Sinds 1996 staat het Baikalmeer op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

Inheemsen, milieuactivisten en KWIA hebben in januari 2006 een brief geschreven naar president Putin met de vraag de pijpleiding te verleggen, dit gezien het feit dat de  pijpleiding 130 stromen kruist die uitmonden in het Baikalmeer. Een eventueel lek in de pijpleiding zou betekenen dat het  unieke ecosysteem van het Baikalmeer vernietigd wordt

In april 2006 antwoord President Putin : De SiberiŽ-Pacific oliepijpleiding wordt omgeleid langs het Baikalmeer. (De pijpleiding zou eerst vlak langs de rand van het meer lopen, maar zal nu een ruimere boog maken).

 

 

 

 

index