LUBICON CREE 

                                   


 

Lubicon Lake Cree wachten op beloofde land

De 450 Lubicon Lake Cree in Alberta, wachten reeds meer dan 50 jaar op het reservaat dat hen in 1940 was beloofd. Na tientallen beloftes en onderzoeken  blijven de Lubicon nog steeds een landloos volk. Tegelijkertijd is hun land een bron van inkomsten geworden voor de Canadese regeringen en transnationale ondernemingen die olie uit het land pompen, en een groot deel van het gebied kaalkappen voor papier- en pulpproduktie.

Over het hoofd gezien :

Toen de Canadese regering op het einde van de vorige eeuw een grote campagne opstartte om verdragen af te sluiten met de inheemse naties werd het land opgedeeld in verschillende zones. Per zone werden verdragen gesloten met de verschillende aldaar levende naties. Het gebied van de Lubicon Lubicon Lake Cree zit aldus vervat in "Treaty 8". Maar de Lubicon leefden zo geisoleerd dat ze over het hoofd gezien werden. Zo verloren ze heel hun grondgebied. Hun rechten werden genegeerd tot 1940. Toen beloofde de regering van Alberta hen een reservaat van 65km². Daarop wachten de Lubicon nog steeds.

Na het ontdekken van diverse natuurlijke rijkdommen, waaronder olie en gas, op het Lubicon grondgebied in de vijftiger jaren, was de regering echter steeds minder geneigd deze belofte waar te maken. De Lubicon van Marten River werden uit hun dorp gegooid. Daarna werd dit met de grond gelijk gemaakt om te voorkomen dat de Lubicon zouden terugkeren en alzo de eerste olie-exploitatie op hun grondgebied zouden verhinderen. Terwijl er groot geld wordt verdiend met de exploitatie van het Lubicon grondgebied gaat de situatie van de Lubicon er zienderogen  op achteruit.
Tussen 1979 en 1989 stijgt het percentage Lubicon afhankelijk van een sociale uitkering van 10 naar 90%. De jacht en wildvangst zijn bijna volledig onmogelijk gemaakt door de olie- en houtexploitatie die al het wild verjaagd hebben.

Onuitgegeven rapport.

Na jarenlange campagnes en de vele kritieken uit binnen- en buitenland op het beleid van de Canadese regeringen, stelden deze in 1985 voormalig Minister van Jusititie David Fulton aan om een adviesrapport uit te brengen over het Lubicon probleem. En hoewel de Lubicon het voorstel van de regering aanvaardden om het document als uitgangspunt te nemen voor verdere onderhandelingen, werd het document nooit publiek gemaakt.
Wel publiciteit verkreeg een rapport van het VN Mensenrechtencomite dat instaat voor de naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens voor die landen die de bijhorende protocols geratificeerd hebben. In dit rapport, dat uitkwam in 1990, werd gesteld dat de activiteiten van de Canadese overheid de inheemse cultuur en levenswijze bedreigde.

Nieuwe beloftes.

In 1988 deed de federale regering een nieuw, te nemen-of-te-laten voorstel, dat door de Lubicon werd afgewezen. De regering weigert over dit voorstel te onderhandelen, ook al verklaarden de Lubicon zich bereid tevreden te zijn met slechts 2% van hun traditioneel grondgebied, en minder dan 2% van de waarde van de grondstoffen die op hun grondgebied gewonnen worden. Deze laatste bron van inkomsten is voor hen noodzakelijk om opnieuw een zelf-voorzienende economie te kunnen opbouwen.

Daishowa

In 1988maakt de deelstaatregering bekend dat ze haar goedkeuring had gegeven voor de oprichting van de Daishowa pulpfabriek en bijhorende houtconcessie voor een gebied van 11.000 vierkante mijl, waarvan 4.000 op traditioneel Lubicon grondgebied. De Lubicon beantwoorden deze beslissing met wegblokkades wat tot de arrestatie van 27 Lubicon leidt. Om escalatie te voorkomen ondertekenen Lubicon Chief Ominayak en Don Getty, eerste minister van Alberta toendertijd, het "Grimshaw Akkoord", dat de Lubicon 79 vierkante mijl land geeft met zowel rechten op boven- als ondergrond, en nog eens 16 mijl met alleen bovengrondse rechten.

Unocal

Op 23 februari 1995 gaf de Alberta Energy Resources Conservation Board (ERCB) toestemming aan Unocal-Canada voor het opstarten van een zuurgas producerend bedrijf. Zuurgas, ofwel waterstofsulfide, wordt zo genoemd omdat het ruikt naar rotte eieren. Het ERCB is belast met het onderzoek naar gezondheidsrisico's voor de inwoners van Alberta in verband met voorgestelde projecten.
Zuurgas of waterstofsulfide kan bij hoge concentraties binnen enkele seconden dodelijk zijn. Een lek waarbij een grote hoeveelheid zuurgas kan ontsnappen, zou dus een herhaling worden van de ramp in Bophal, waar giftig gas duizenden doden maakte.

Verenigde Naties : mensenrechtencommissie

In maart 1990 beslist het VN-mensenrechtencomité de eis van de Lubicon in belangrijke mate te ondersteunen. Zij stellen dat de huidige praktijken van de overheid een gevaar betekenen voor het voortbestaan en de cultuur van de groep. Omdat dit niet tot enig resultaat leidde werd vanuit de parlementaire oppositie in Alberta een onderzoekscommissie samengesteld waarin zowel vertegenwoordigers van de kerk, universiteiten, milieuorganisaties, vakbonden en werkgevers, en inheemse organisaties (geen Lubicon) zetelden. Na acht openbare hoorzittingen waarop de regeringen niet aanwezig wilden zijn, kwam de commissie tot volgende aanbevelingen :
-de onderhandelingen onder leiding te brengen van een verantwoordelijke Minister zelf,
-dat de 'Fulton Discussie nota' zou gebruikt worden als een basis voor de onderhandelingen;
-dat een tribunaal zou opgezet worden voor die punten waarover geen overeenstemming kan worden bereikt.
-dat de onderhandelingen openbaar worden gevoerd;
-dat het 'Grimshaw Akkoord' zou worden uitgevoerd;
-dat de onderhandelingen rekening zouden houden met culturele verschillen,
-dat de kwestievan het lidmaatschap aan de Lubicon zou worden overgelaten;
-en dat, als er binnen de 6 maanden geen akkoord zou worden gevonden, dat de zaak dan zou doorgespeeld worden aan en derde partij, bijvoorbeeld het VN-Mensenrechtencomité.

Friends of the Lubicon 

Daishowa probeerde de succesvolle consumentenboycot (sinds 1996) van FOL te breken, door hen voor de rechter te dagen wegens het aanbrengen van schade. Gelukkig verloor Daishowa de zaak.

Olie ontginning

Sedert 1998 zijn enkele oliefirma's begonnen met boren naar olie in Alberta, onder andere in het gebied dat in aanmerking komt als reservaat voor de Lubicon. De boringen zouden grote schade kunnen aanbrengen aan het milieu, omdat er grote hoeveelheden water nodig zijn, die nadien steriel en veel te warm weer in de natuur terechtkomen.

Belgie : 1993 :  Chief Ominayak brengt een bezoek aan KWIA en de Europese Commissie.

 

links :
http://www.tao.ca/~fol/
http://www.lubicon.ca
/
www.lubiconsolidarity.ca


 

 

 


 

 

index