INNU 

  

 

                                                                           

 

-Mijnbouw in Voisey's Bay
-Innu Nation - Davis Inlet
-Hydro-elektrische projecten in de Churchill-rivier.(1999)
-Landclaims
-Laagvliegen
-Houtkap en wegenbouw
-Garnalen
-Canadese kerken verontschuldigen zich

 

De Innu zijn een inheems volk van ongeveer 13.000 mensen. Zij zijn bekend onder de antropologische namen Naskapi of Montagnais. Zij moeten niet worden verward met de Inuit (Eskimo's), die naast de James Bay Cree Indianen hun buren zijn. Zowel het woord 'Innu' als 'Inuit' betekent in de eigen taal 'mensen'. De Innu zijn het laatste semi-nomadische volk van Noord Amerika. Van de herfst tot het begin van de zomer trekt een deel van hen rond tussen vis- en jachtkampen.
In hun gebied van beboste heuvels, prachtige meren en rivierdalen vissen de Innu en jagen ze op onder andere kariboes, bevers, marters, eenden en ganzen. In hun kampen prepareren ze vachten, roken en bereiden ze hun voedsel, maken ze sneeuwschoenen en onderwijzen ze de jongere generaties in de oude Innu-kennis over hoe te leven in het noorden. Die kennis is op deze manier al honderden generaties lang doorgegeven. Dit is het Innu-leven. Als het door krachten van buiten wordt verstoord, wordt het Innu-bestaan bedreigd. De sociale problemen (alcoholisme, zelfdoding, etc.) zijn ongekend groot. Juist tijdens het trekken en jagen in het binnenland - een activiteit die door het laagvliegen steeds verder wordt belemmerd - hervindt het volk zijn trots.

Nitassinan, ¨Ons Land¨

De Innu noemen hun land ¨Nitassinan¨, wat ¨Ons Land¨ betekent. Het gebied valt samen met Labrador en noordoost-Québec in Canada. Al 8.000 jaar leven de Innu in dit gebied. Tot voor kort was er weinig belangstelling voor hun land en zijn hulpbronnen, zodat ze in staat waren hun traditionele leven te handhaven.
Na de Tweede Wereldoorlog begon Canada Nitassinan binnen te dringen. Ten behoeve van waterkrachtcentrales werden de rivieren afgedamd. In veel gebieden werd met mijnbouw begonnen. Men begon de bossen te kappen. Op Innu-grond werden wegen en communicatienetwerken aangelegd. En de Canadese regering drong er bij de Innu op aan dat zij hun leefwijze zouden moeten opgeven en dat zij loonarbeiders en consumenten moesten worden, net als iedereen. De Innu hebben zich hiertegen verzet en volgehouden dat zij een soevereine natie zijn; een volk dat nimmer een verdrag heeft getekend waarin het afstand doet van zijn grondgebied of dat Canada toestemming verleent om op zijn grondgebied activiteiten te ontplooien. De Innu willen doorgaan te leven op de manier zoals zij dat altijd gedaan hebben. Zij willen dat hun soevereiniteit wordt geëerbiedigd.

Juridische status

Toen in 1867 uit de Britse kolonie het ¨Dominion of Canada¨ werd gecreëerd, kregen de inheemse Indiaanse bewoners een speciale juridische status. Ze werden ¨beschermelingen¨ die onder toezicht stonden van de federale regering. Indianen werden geregistreerd onder de ¨Indian Act¨; een serie wetten die in de loop van de negentiende eeuw van kracht werd en in de loop der jaren vele malen is veranderd en aangepast.
Onder de Indian Act verkregen Indianen de titel van ¨Status-Indiaan¨. Deze status bracht een aantal voordelen, maar ook nadelen met zich mee. Verdragen die tijdens het koloniale bewind waren gesloten tussen de Indianen en de blanken, zouden worden gerespecteerd. Voor de Status-Indianen betekende dit dat ze hun reservaten zouden behouden. De Canadese regering hoopte dat de Indianen uiteindelijk volledig zouden assimileren. Ze werden echter geen Canadese staatsburgers, en hadden bijvoorbeeld ook niet het recht tot stemmen. De juridische status van de Innu is een verhaal apart. De provincie Newfoundland sloot zich pas in 1949 aan bij de Canadese Confederatie. Toen dit gebeurde kreeg de provinciale regering van Newfoundland een deel van het vasteland onder haar bestuur. Omdat echter de zuidelijke grens tussen Labrador en Québec dwars door Innu-gebied was getrokken, werden de Innu in Québec wèl beschouwd als Status-Indianen, maar de Innu in Labrador niet.
Aan het eind van de jaren zeventig namen de Innu van Labrador registratie onder de Indian Act in overweging. Indianen in reservaten hadden in de loop der jaren een aanzienlijk recht op overheidssubsidies, hulpprogramma's en dienstverlening verworven. De federale regering was echter nog steeds niet bereid de Innu te registreren.
Toen de federale regering een decennium later wel bereid was dit te overwegen, waren de Innu op hun beurt weer niet bereid tot registratie. Tot op de dag van vandaag zijn de Innu in Labrador niet geregistreerd onder de Indian Act, en daarom nog steeds de gedeelde verantwoordelijkheid van de federale regering en de provinciale regering van Newfoundland. Niet zelden heeft dit geleid tot onenigheid tussen beide regeringen over financiële verplichtingen, met name in de onderhandelingen over landrechten. De Innu in Labrador wonen daarom officieel ook niet in reservaten, ook al verschillen Sheshatshit en Davis Inlet weinig van gemeenschappen zoals die op reservaten in heel Noord-Amerika te vinden zijn.
De Innu in Québec wonen deels al in reservaten of zijn in onderhandeling over hun landrechten. De Innu in Labrador willen de landrechtendiscussie aangaan met de Canadese regering. Laagvliegen en bijvoorbeeld de uitbreiding van de mijnbouw beïnvloeden deze discussie.

Mijnbouw in Voisey's Bay

In 1933 ontdekte de mijnbouwonderneming Diamond Fields grote hoeveelheden nikkel koper en kobalt in een gebied bij Voisey's Bay, ofwel Kauiputskats in de Innu taal. Een complete nikkel-rush ontstond. Verspreid over een gebied van ongeveer 60.000km² werden in snel tempo maar liefst 280.000 mijnbouwclaims vastgelegd. In 1996 werd Diamond Fields overgenomen door het bedrijf Inco, voor een recordbedrag van 4,3 biljoen Canadese dollars. Inco is één van 's werelds grootste producenten van nikkel, een essentieel ingredient van roestvrij staal.

In reactie hierop besloot de Innu Natie in november 1995 een 'Task Force on Mining Activities' op te zetten. Deze Task Force heeft gepeild hoe de Innu tegenover de mijnbouw stonden. De utkomst was een rapport met 24 aanbevelingen aan de mijnbouwindustrie en overheid. Hen wordt gevraagd nauw met de Innu samen te werken en hen tijdige, juiste en volledige informatie te verschaffen.
De president van Newfoundland en Labrador stelde voorwaarden aan de ontwikkelingen in Voisey's Bay. Hij wilde dat de nikkel wordt verwerkt in een nieuw te bouwen fabriek binnen de provincie. In dit geval op het eiland Newfoundland. De Innu hebben de ontwikkelingen in Voisey's Bay weten te vertragen door te eisen als een volwaardige partner in de onderhandelingen te worden beschouwd. Net als met het laagvliegen werd een MilieuEffectRapportage gevraagd.  Deze MER werd in juni 1998 afgerond. De aanbevelingen naar aanleiding van deze MER werden in het voorjaar van 1999 verwacht.
Eind 1998 echter zakte de prijs van nikkel naar een dramatisch dieptepunt. Door nieuwe vondsten van nikkel in Australie en een ingestorde financiele markt in Azie, verwacht men niet dat de internationale markt voor nikkel snel zal aantrekken, zodat de prijzen in de nabije toekomst laag zullen blijven. Voorlopig zijn de ontwikkelingen in Voisey's Bay stopgezet. Ondertussen probeert Inco nieuwe toepassingen voor nikkel te ontwikkelen, zoals het gebruik van nikkel in golfclubs, elektronische apparatuur, laptob-computers en elektronische voertuigen.

Innu Nation - Davis Inlet

In augustus 1998 stemde 62% van de Innu in Utshimassit (David Inlet) voor een wetsvoorstel van de stamraad om het dorp geheel alcohol vrij te maken. De opkomst was echter laag : maar 56% van de mensen kwamen opdagen. Utshimassit kampt met ernstige problemen. Alcoholisme, benzine snuiven en andere verslavingen ontwichten al jaren de gemeenschap. Ondertussen is bekend geworden dat er in het jaar 2000 in Sheshatshit een behandelingscentrum voor verslaafde inheemse jongeren zal komen. Dit centrum moet een trefpunt worden voor verslaafden in heel Oost-Canada; Er zijn soortgelijke centra in andere delen van Canada.
In november 1998 werden er in Sheshatshit en Utshimassit verkiezingen gehouden voor de post van president van Innu Nation. Jarenlang is deze post bekleed door Peter Penashue. Hij was wederom kandidaat maar werd verslagen door David Nuk. In februari 1999 hebben de Innu 352 miljoen Canadese dollars toegezegd gekregen voor de verdere ontwikkeling van het zelfbestuur, de woningbouw, het onderwijs, de welzijns- en gezondheidszorg.

Hydro-elektrische projecten in de Churchill-rivier.

In maart 1998 brachten de provinciale regeringen van Newfoundland en Quebec plannen naar buiten voor een grootschalig hydro-elektrisch project in de Churchill rivier, de grootste rivier van Labrador. Een soortelijk project werd verricht in de jaren '70 bij Churchill Falls. Het omliggende land rnd het noordelijke deel van de Churchill rivier kwam toen onder water te staan en waardoor het Smallwood Reservoir ontstond. Dit gebied vormde een integraal deel van het jachtgebied van de Innu. De nieuwe dam zou een gebied van 122 km² onder water zetten zodat wederom een groot, controleerbaar, reservoir ontstond. Het project voorziet tevens in het omleiden van twee grote anderen rivieren, waardoor nog eens 1000 km² extra onder water komt te staan. De op te wekken elektriciteit zal grotendeels verkocht worden aan de VS.
De Innu maken ernstige bezwaren tegen de voorgenomen projecten. Zij zijn tot nu toe niet gehoord over deze voorstellen en willen worden erkend als partij in de onderhandelingen. Het project zal voor het grootste deel worden uitgevoerd op land dat de Innu beschouwen als hun grondgebied. Niet alleen zijn zij bang dat het project grote nadelige gevolgen voor het milieu zal hebben, zij vrezen tevens hun aanspraken op hun grondgebied kwijt te raken. Daarnaast verwacht de Innu de aanleg van extra wegen een stimulans zal vormen voor grootschalige houtkap in het gebied. Mega-projecten zoals dit komen in Canada aan steeds meer kritiek bloot te staan, vanwege de hoge kosten, de lage opbrengsten en de desastreuze gevolgen die ze vaak meebrengen voor ecosystemen en lokale bevolkingsgroepen. De huidige trend lijkt veeleer het afbreken van grote dammen te zijn en niet het bouwen ervan. De Innu eisen wederom een MilieuEffectRapportage voor het project.
Als gebaar van goede wil hebben de Innu meegewerkt aan een milieukundig vooronderzoek in het voorgesteld gebied, alsmede aan een archeologisch onderzoek. Dit leidde tot de vondst van een plek met voorwerpen die naar schatting 4.000 jaar oud zijn.

Landclaims

In januari van 1999 besloot de Innu Nation niet langer mee te praten over de ontwikkelingen bij Voisey's Bay of Churchill Falls, totdat er nu eindelijk vorderingen zouden worden gemaakt met de onderhandelingen over landclaims. De Innu zijn al twintig jaar bezig met onderhandelingen, die telkens afzonderlijk van andere onderhandelingen moeten worden gevoerd. Volgens David Nuk wordt het tijd dat zijn volk een resultaat te zien krijgt in plaats van dat men iedere keer weer het onderspit moet delven in de verdeling van de opbrengsten van grootschalige projecten die, per slot van rekening, plaatsvinden op grondgebied van de Innu.
De Labrador Inuit hebben in januari 1999 een principe-akkoord bereikt over hun landclaims. De Inuit krijgen 15.800 km² van Labrador onder hun beheer en medezeggenschap over een gebied van 56.000 km² dat Labrador Settlement Area zal gaan heten. Er zijn afspraken gemaakt om binnen dit gebied het zogeheten Torngat Mountains National Park op te richten. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de verdeling van de opbrengsten uit de mijnbouw en olie- en gaswinning.
De Innu willen het beheer krijgen over ongeveer 25.000km² van Labrador, een gebied dat Innu Land moet gaan heten. Daarnaast willen zij dat de Canadese en Newfoundlandse regeringen hun medezeggenschap verlenen over nog een 30.000 km² land; Binnen deze gebieden willen de Innu het Mealy Mountain National Park oprichten en het Lac Josheph-Atikonal Ecologial Reserve bij wet geformaliseerd zien. Daarnaast willen zij ook een bescherming van enkele andere waardevolle natuurgebieden.
De verwachting is dat in het jaar 2000 ongeveer een derde van het landoppervlak van Canada wettelijk zal toebehoren aan inheemse volken.

Laagvliegen.

In 1941 bouwde Canada de luchtmachtbasis Goose Bay in Labrador, middenin het grondgebied van de Innu. Deze basis werd eerst gebruikt als tussenstation voor Amerikaanse bommenwerpers die op weg waren naar het strijdtoneel van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Daarna leidde Goose Bay een kwijnend bestaan. Totdat Canada in 1980 de luchtmachten van Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk uitnodigde om, net als Canada zelf, vanaf Goose Bay laagvliegoefeningen te houden. Het terrein leek ideaal. Er woonden immers toch geen mensen in de uitgestrekte naaldwouden en de glooiing van de heuvels deed veel denken aan de midden-Europese laagvlakte, die toen nog werd gezien als de plek waar een oorlog tussen Oost en West naar alle waarschijnlijkheid zou worden uitgevochten. De straaljagers oefenen met deze extreem lage vluchten, net boven de boomtoppen, in het ontwijken van de vijandelijke radar. Tijdens de Golfoorlog en de oorlog in voormalig Joegoslavië bleek dat door deze laagvliegstrategie juist een aantal straaljagers is neergestort. Van 1980 tot en met 1995 gebruikte men in Nitassinan een tweetal laagvlieg- oefengebieden. Beide gebieden strekten zich uit over delen van zowel Labrador als Québec. Maximaal mogen 7.000 laagvliegvluchten per jaar worden gemaakt.

Op 1 mei 1995 besluit de Canadese regering om de twee laagvlieggebieden samen te voegen tot één groot oefendomein, en bovendien nog eens met 30.000 km2 te vergroten. Bovendien mogen er 18.000 vluchten per jaar worden gemaakt en zal er een tweede oefenbombardementsgebied worden aangelegd. België, Frankrijk en Italië worden in 1995 ook uitgenodigd hun laagvliegoefeningen boven Nitassinan te houden.

Milieu : Volgens de Innu en onafhankelijke onderzoekers vormen de oefeningen een rechtstreekse bedreiging voor de flora en fauna in het gebied. Broedvogels verdwijnen, trekvogels wijken van hun routes af, bevers, marters en andere zoogdieren nemen in aantal af, en ook de kariboekuddes worden door de laagvliegoefeningen bedreigd.

Tot 1989 bestond er alleen een uit 1980 daterend literatuuronderzoek door het Canadese ministerie van Defensie (DND) naar de eventuele gevolgen van de oefeningen. In 1986 stelde de Canadese minister voor Milieu een commissie in die moest toezien op de correcte afwikkeling van de in datzelfde jaar begonnen milieu-effectrapportage (mer) procedure. Deze mer-commissie adviseerde direct het aantal laagvliegoefeningen te bevriezen tot het niveau van 1986, dus voordat Nederland begon met vliegen. Het DND legde dit advies naast zich neer. In 1989 zond het DND zijn Milieu Effect Rapport naar de commissie. De commissie constateerde echter 38 tekortkomingen. Deze waren zo ernstig dat de commissie het DND verzocht het rapport over te doen. In april 1994 kwam het DND met een herzien rapport. De Innu vinden het een mooi opgepoetste appel die van binnen rot is. Drie maanden later presenteerden zij een uitvoerig schriftelijk commentaar op het Milieu Effect Rapport. De Innu hadden echter de indruk dat daar verder niet veel mee werd gedaan. Toen de door hen ingeschakelde technische experts geen toestemming van de mer-commissie kregen om tijdens de hoorzittingen de deskundigen van Defensie kritisch aan de tand te voelen, was de maat vol. De Innu besloten de hoorzittingen en het verdere verloop van de mer-procedure te boycotten.
In februari 1995 presenteerde de mer-commissie haar aanbevelingen. De commissie adviseert het laagvliegprogramma voort te zetten en zelfs uit te breiden.

Protest : Innu-leiders hebben bij de Canadese regering en de militairen ter plaatse geprotesteerd. Dat doen ze al sinds 1980, ruim voordat Nederland begon met oefenen boven Nitassinan. Er zijn verschillende bezettingen geweest.

België
Sedert 1996 voert België geen militaire laagvliegoefeningen meer uit boven het Innu grondgebied.
Vluchten op lage hoogte worden eventueel gehouden in Cold Lake - Dené grondgebied(Alberta, Canada) of in Nevada- Western Shoshone grondgebied(VS)

Houtkap en wegenbouw

De Innu Nation is in het najaar van 1998 een piloot-samenwerkingsproject aangegaan met de bosbouwmaatschappij Labrador Timber Products. In dit project, aan de rand van Grand Lake road, nabij Melville Lake, wordt getracht om de bomen op een meer milieuvriendelijke wijze te kappen. Dit houdt onder meer in dat er geen grote lege vlakten meer ontstaan en minimaal een vijfde van de volwassen bomen blijft staan. In gebieden waar op deze manier wordt gekapt komen nieuwe bomen eerder op dan op plaatsen waar alle bomen gekapt zijn. Bovendien kunnen er meer planten en dieren overleven.
Al jaren tracht men de Labrador Highway te verbeteren en uit te breiden. Van deze weg zijn op dit moment nog maar enkele delen voltooid,zoals het stuk tussen Labrador City en Happy-Valley Goose Bay. In november 1999 werdener afspraken gemaakt over verdere samenwerking tussen de provincies Quebec en Newfoundland werden er afspraken gemaakt over verdere samenwerking tussen de provincies Quebec en Newfoundland over wat uiteindelijk de Trans Quebec Labrador Highway moet gaan worden met verbindingen van Quebec tot aan de kust. Hoewel veel inwoners van Labrador uitzien naar de economische voordelen die de weg met zich mee zal brengen, bestaat er ook reden voor een kritische kanttekening. Zo is een deel van de weg gepland door het gebied dat al jaren op de nominaties staat om het Mealy Mountain National Park te gaan worden. In deze regio bevindt zich onder meer de bedreigde Mealy Mountain kariboe kudde.
De Innu beschouwen zichzelf niet als verklaarde tegenstanders van economische ontwikkeling. Als die op hun grondgebied plaatsvindt, stellen zij daarbij wel als voorwaarde dat hun rechten en levenswijze worden gerespecteerd en het milieu adequaat wordt beschermd. De Innu hebben te maken met laagvliegen, houtkap, hydro-elektrsiche projecten en wegenbouw; De cumultatieve effecten van al deze ontwikkelingen moeten niet worden onderschap. De Innu-maatschappij en cultuur staan voortdurend onder grote druk, zowel van buitenaf en van binnenuit. Wij moeten immers niet vergeten dat het hier gaat om een ernstige ontwrichte gemeenschap met vele sociale problemen. In het licht van de recente geschiedenis kan men niet anders dan bewondering hebben voor het grote doorzettingsvermogen van dit kleine volk daar inhet koude noord-oosten van Canada.

Garnalen :

In 1999 kregen de Innu voor het eerst een quotum voor de garnalenvangst toegewezen. Het Canadese ministerie van Visserij stond toe dat er 500 ton garnalen kon worden gevist. Onlangs is het quotum voor een periode van drie jaar verhoogd naar 2000ton. Uiteraard zijn de Innu blij met de verhoging, maar een tegenvaller daarbij is dat ze nog steeds geen vergunning hebben om de garnalen zelf te vangen. Het gevolg is dat zij boten moeten huren van Canadese licentiehouders. De afdeling Economische Ontwikkeling van de Innu Nation wil, in het geval men een licentie krijgt, gaan samenwerken met Coastal Labrador fisheries. De garnalenvangst is een nieuwe economische bedrijfstak voor de Innu en potentieel een belangrijke bron van inkomsten en werkgelegenheid.
Overigens heeft het Ministerie van Visserij, zeer tegen de zin van de Innu, tegelijkertijd de lokale vangst op zalm vrijgegeven voor ook niet-inheemse vissers. Als reaktie hierop hebben de Innu delen van het Melville-meer tot geschermd gebied verklaard. De Innu willen met die actie onderstrepen dat het belangrijk is dat er ook in de toekomst zalm zal zijn, zowel voor de Innu als voor andere volken.  

 

Canadese kerken verontschuldigen zich :

Per 6 september 2000 verontschuldigden de Anglikaanse, Rooms-Katholieke, Verenigde en Presbyteriaanse Kerken zich bij de inheemse bevolking van Newfoundland en Labrador, dit voor de eeuwenlange onderdrukking door blanke kerkelijke leiders.
Peter Penashue van de Innu Natie verklaarde in zijn toespraak : 'Wij beschuldigen de kerk van het beroven van onze eigenheid'. Hij bracht ook ter sprake dat vele kinderen van de inheemse bevolking slachtoffer werden van seksueel misbruik door priesters. Aartsbischop MacDonald van de Rooms Katholieke Kerk stelde dat hij hiervan niet op de hoogte was, ook al zijn er verschillende rechtszaken ingespannen tegen de voornoemde Kerken.
De Canadese regering heeft in 1980 haar verontschuldigingen aangeboden voor wat betreft het feit dat kinderen op school hun eigen taalniet konden spreken. Vraag blijft of de leiders van de verschillende kerken zich ook in de andere provincies van Canada gaan verontschuldigen tegenover de inheemse bevolking.

 

Links : 

Innu Nation : http://www.innu.ca

Brochure : Canada's Tibet : The killing of the Innu (re Survival International) http://www.survival-international.org/pdf/Innu%20report.pdf

Innu Steungroep Nederland : http://home01.wxs.nl/~innusupp/innu-nl/index.html

 

 

 

 

index