Gaasvliegen in huis

Tijdens de winterperiode zijn er weinig insecten te vinden in onze streken. Soms valt het evenwel voor dat je binnenshuis er één tegenkomt. Dat kan dan bijvoorbeeld de Gewone gaasvlieg zijn. ‘s Avonds verschijnt die plots rond de lampen in de slaapkamer of de woonkamer. Meestal gaat het om rozebruine insecten, met de welgekende veel beaderde doorzichtige vleugels. Het zijn dezelfde dieren als de lichtgroene die we in de zomer ook tegenkomen op rustige zomeravonden, wanneer ze via openstaande ramen in de slaapkamer binnenvliegen.
Pasted Graphic 1
Over deze gewone gaasvlieg valt evenwel heel wat te vertellen. Over de hele wereld zijn er meer dan 1000 soorten „groene” gaasvliegen (Chrysopidae), in Europa een zestigtal. Hoevel er in ons land voorkomen, is niet bekend, want deze insectengroep is zeer weinig onderzocht in België. Voorlopig zijn er een dozijn soorten gevonden. Het zijn nachtdieren, die in bossen, struikgewas en langs de randen van akkers te vinden zijn. Overdag verschuilen ze zich meestal aan de onderzijde van bladeren of tussen de vegetatie. Ze voeden zich met andere insecten, en vooral met bladluizen.
Dat laatste zou hun tot veel onderzochte insecten moeten maken, maar eigenaardig genoeg is dit maar sedert kort het geval. Onderzoekers hebben ontdekt dat de Gewone gaasvlieg (Chrysoperla carnea) een uitstekende kandidaat is voor biologische bestrijding van bladluizen. Het is een zeer algemeen voorkomende soort, die in Centraal-Europa twee generaties heeft, in Zuid-Europa drie en nog zuidelijker tot 5 generaties. Ze komt ook in Noord-Amerika voor. Ze verspreiden zich zeer goed, want ze hebben de gewoonte om na het vervellen tot imago twee nachten met de wind mee te migreren over grote afstand, vervolgens te paren en daarna nog een aantal nachten rond te trekken alvorens hun eitjes te leggen. Die eitjes zijn ook zeer typisch: het zijn kleine witte bolletjes op steeltjes, die aan de bladeren hangen. De larven die uit de eitjes komen kruipen rond op de vegetatie en eten vooral bladluizen. Eind augustus veranderen de volwassen dieren van kleur en overwinteren op beschutte plaatsen (ook onze huizen!). In het voorjaar veranderen ze opnieuw van kleur en kunnen opnieuw paren.
Zowat tien jaar geleden deden onderzoekers een aantal bijzondere ontdekkingen. In de Verenigde Staten onderzochten enkele wetenschappers de „paarzang” van de Groene gaasvlieg. Mannetjes gaasvliegen trommelen namelijk op de bladeren waarop ze zitten om vrouwtjes te lokken. Nu bleken er twee soorten „paarzang” te bestaan en bijgevolg ook twee soorten! De hele tijd hadden entomologen ze voor één soort genomen. Onderzoekers in Europa deden de proeven over en kwamen tot de verrassende vaststelling dat de „paarzang” in Europa verschillend was. Toen waren er al drie soorten! Daarenboven vond een onderzoeker in Frankrijk midden in de winter een groene Gewone gaasvlieg. Dit bleek nog een andere soort te zijn. Nog verder onderzoek bracht andere soorten aan het licht. Al die soorten zijn op basis van uitwendige kenmerken bijna niet te onderscheiden, behalve aan hun winterkleur!
Maar deze vaststelling heeft ook gevolgen voor de biologische bestrijding. Sommige soorten komen enkel in Zuid-Europa voor, en het zijn die soorten die meestal gebruikt worden om uitgezet te worden voor biologische bestrijding van bladluizen, ook in West-Europa. Nu weet men niet of er geen nadelige gevolgen kunnen zijn: kunnen die Zuid-Europese soorten wel overleven in ons klimaat? En indien wel, gaan ze onze inheemse soort(en) niet verdringen? Kortom, hieruit blijkt nog maar dat het niet meer populaire „taxonomisch” onderzoek, dat vooral in musea wordt uitgeoefend, toch zeer belangrijk kan zijn.


Rik Devriese