Reservaten/Moenebroek
Laatste aanpassing op 23 Apr 2005

Roffelende spechten kondigen op een nog amper levende populier het voorjaar aan. Aan de voet ervan bloeit de prachtschubwortel. Hommels zijn zeker welkom. Enkele oranjetipjes zoeken  ijverig naar pinksterbloemen om hun oranjekleurig eitjes tussen de zachtlila bloempjes af te zetten. Bontgekleurde vlinders fladderen op warme zomerdagen met tientallen boven paarse velden watermunt. Op een mistige herfstdag spant een kruisspin haar web om een laatste vlieg te verschalken. In de winter tovert de rijm de elzenpropjes om tot ongelooflijk mooie kunstwerkjes terwijl een buizerd miauwend over het bos zweeft.  Altijd is er wel iets te beleven in Moenebroek.  De rust die het gebied uitstraalt is maar schijn.

 

Op verkenning

Sinds 1991 is Natuurpunt enthousiast bezig met de uitbouw van haar natuurreservaat Moenebroek. Door een gericht aankoopbeleid in de vallei van de gelijknamige beek wil Natuurpunt de natuur volop kansen geven. Dit natuurgebied is geen afgesloten gebied, waar enkel specialisten de planten en de dieren kunnen bestuderen. Dit gebied is er ook voor jou, om samen met je familie of vrienden te genieten van wat de natuur ons te bieden heeft. Je kan nu alvast mee op verkenning, pak je verrekijker en trek je laarzen aan zodat we kunnen we vertrekken.


op stap (K. Steenhoudt)

Oude hagen en knotwilgen

Via een meestal modderige landweg trekken we de vallei in. Wat direct opvalt zijn de hagen en knotwilgenrijen die verwijzen naar een oud landbouwgebruik. Op de natste plaatsen werden knotwilgen aangeplant. Deze zorgden niet alleen voor brandhout en weidepalen, maar hielpen door hun verdamping de weide iets droger te krijgen. De hagen waren dikwijls de enige manier om de runderen in de weide te houden. Meidoorns werden dicht bij elkaar geplant en vormden zo een ondoordringbaar groenscherm. Hondsroos, vlier, es en hier en daar een iep of een eik kwamen er van nature bij. Momenteel zijn dit de uitgelezen broedplaatsen voor onze kleine zangvogels.


oude hagen langs het pad (K. Steenhoudt)

Krulharige Galloways

Iets verderop, aan de rechterkant, door de open plekken in de uitgegroeide haag, krijg je een mooi uitzicht op de Gallowayweide. Na wat speuren ontdek je zeker onze krulharige Galloways, die zorgen voor een gevarieerde structuur in het grasland. Kort gevreten grasveldjes, waar dagelijks wordt geknabbeld, wisselen af met ruige plekken, waar kruiden staan die de koeien niet graag lusten. Hier en daar ontwikkelt zich een bramenstruweel, een struik of zelfs een opgaande boom. In de zomermaanden is hier een opmerkelijke variatie aan vlinders te bewonderen.  Het contrast tussen deze halfnatuurlijke graslanden en de bemeste graslanden hoger op de heuvel wordt elk jaar groter.

  
extensieve begrazing over de paden heen met struweelvorming tot gevolg (K. Steenhoudt)

Schitterend elzenbroek

Het elzenbos verder langs de weg is oud.  Het wordt reeds op de eerste gedetailleerde kaarten (Graaf de Ferraris, 1775) vermeld. Dat het bodemgebruik hier quasi steeds bos is geweest hoeft niet te verbazen. De grond is hier zo nat dat elk ander gebruik haast uitgesloten is.


elszenbroek met Dotterbloemen (K. Steenhoudt)

Om op deze terreinen toch een economisch gewin te halen werd een hakhoutbeheer gevoerd. Zwarte els werd vrij dicht bij elkaar geplant en nadien op regelmatige tijdstippen, meestal om de 10 tot 15 gekapt als brandhout.  Echte koekoeksbloem, slanke sleutelbloem en dotterbloem reageren met een uitbundige bloei na elke kapbeurt. De laatste tientallen jaren werden hier en daar populieren ingeplant. Door de meestal zeer hoge waterstand sterven die nu af. Niet getreurd, voor spechten en mezen wordt dit de ideale nestgelegenheid.

In het voorjaar kan je langs deze weg op de wortels van populieren de prachtschubwortel bewonderen. Deze parasiet is in Vlaanderen grotendeels beperkt tot vochtige bosjes en populierenrijen in de Vlaamse Ardennen.  Terzelfdertijd toveren slanke sleutelbloem, speenkruid, gele dovenetel en dotterbloem het bos om tot een gele voorjaarsgloed. 


van links naar rechts: Prachtschubwortel, Dotterbloem, Slanke sleutelbloem, Verspreidbladig goudveil (K. Steenhoudt)

Wie niet veel tijd heeft neemt bij de splitsing de weg rechtdoor. Iets verderop wandel je door de hooilanden. Over de brug bereik je dan de Ruisenbroekstraat. Twee keer linksaf en je bent terug aan je vertrekpunt.

Bocagelandschap om van te genieten

Wij kiezen voor het lange traject en nemen het smalle pad tussen de twee hagen in. (rode markering). Zo komen we uiteindelijk in het open kouterlandschap van het leemplateau. Op de drukke weg Aalst-Geraardsbergen slaan we rechtsaf en terug rechtsaf de eerste veldweg in (aan garage De Tant). Hier zijn de sporen van het traditionele landgebruik nog steeds zichtbaar: akkers op de heuveltop en de hellingen, weiden in het nattere dal en bosjes op de te natte percelen. De uitgestrekte kouter is nog steeds het broedgebied van patrijs, gele kwikstaart en kievit.

De weg daalt richting Broekbeek, een zijbeekje van de Moenebroekbeek. We passeren een stukje holle weg, ingekerft in het landschap door eeuwenlang voorbijrijdende karrenwielen en stromende regen. De bermen zijn een toevluchtsoord voor veldzuring, boerenwormkruid, vogelmelk en margriet.


akker wordt weide met struweel (K. Steenhoudt)

Voor de akker aan de rechterkant vinden we een kleine weide. Niets speciaal zou je zeggen, maar dit grasland is ontstaan uit een akker, waar als laatste teelt wintergraan heeft gestaan. Door braaklegging en begrazing heeft zich op enkele jaren tijd spontaan een grasland ontwikkeld met leuke soorten zoals veldzuring, biggekruid en rode klaver. 

Meidoorn, wilg en berk slagen erin om te ontsnappen aan de vraatzucht van de koeien. We streven hier dan ook naar een mooi ontwikkeld grasland met veel struiken. In dit boccagelandschap vinden allerlei dieren en planten schuil- en voortplantingsplaatsen.

We laten het open weide- en akkergebied weer achter ons om de Broekbeek over te steken. We gaan verder tot de steenweg naar Gent, terug twee keer rechtsaf tot aan een grintweg achter de laatste huizenblok. We slaan de Groeneweg in en na een halve kilometer komen we aan het hoogste punt van deze weg. Hier kan je bij helder weer genieten van de groene beboste flanken van de Dendervallei. Naar het zuidwesten toe duikt de Oudenberg op (voor wielerminnend Vlaanderen de Muur van Geraardsbergen), die met zijn 110 m hoog boven de stad uittorent.

 


Kievit, een vaste klant (J. Van Holen)

De brede houtkant langs de Groeneweg is aangeplant om het reservaat te beschermen tegen grondinstroom van de hoger gelegen akkerpercelen. Hoor je het wijsje van de geelgors?  Dit is nochtans zijn favoriete plekje, een open landschap met verspreid staande struiken en wat ruige overhoekjes.

Meestal heb je hier een schitterend overzicht over de grasvelden in de open vallei. Bij langdurige regenval of een wolkbreuk verdwijnt de vallei onder de overstromende kolkende Moenebroekbeek. Hier krijgt het water nog de ruimte die het verdient en soms schaamteloos opeist zonder voor overlast te zorgen voor de buren. De meeste valleipercelen zijn dan ook eigendom van de vereniging.


bloesems van Meidoorn (links) en Sleedoorn (rechts) (K. Steenhoudt)

Hooiweidebeheer met mooie resultaten

Tussen de populierenaanplanten, iets verderop, liggen onze pareltjes op plantkundig gebied. Drie hooilanden worden jaarlijks gemaaid om kansen te geven aan soorten van natte hooilanden.

Misschien heb je het verkeerde seizoen gekozen want in de voorzomer is vooral het grootste hooiland een bloemenpracht zoals je er nog zelden te zien krijgt. Echte koekoeksbloem, veldlathyrus, valeriaan, moerasvergeet-mij- nietje en engelwortel drummen voor zoveel mogelijk zonlicht te ontvangen. 

Als je goed kijkt kan je in het volgende hooiland nog het populierenverleden herkennen. Het lijkt bijna niet voor te stellen maar in 2001 stond dit terrein nog vol met populieren. Na het kappen werd alle kruinhout opgeruimd zodat kon gestart worden met het maaibeheer. 


verwijderen van tronken (K. Steenhoudt)

Twee keer per jaar wordt hier gemaaid. Voor het maaisel hebben we nog geen afnemers gevonden zodat we het stockeren op de rand van het perceel. Het resultaat is verbluffend. De kruidlaag heeft zich wonderlijk snel hersteld waarbij de uitbreiding van moerasspirea en watermunt ten nadele van brandnetel spectaculair te noemen is. We zijn alleszins benieuwd naar het volgende groeiseizoen.


afvoeren hooi (K. Steenhoudt)

De korte route geeft hier aansluiting met onze wandeling.

Onderweg is het nog even uitkijken naar de Galloways die aan de overkant van de beek grazen.  Liefhebbers van oude boerderijen kunnen hier hun hart ophalen. Vooral de voorlaatste boerderij is op netheid na een juweeltje van historische architectuur.

Nog éénmaal rechts afslaan de Moenebroekbeek over en je bent weer aan je vertrekpunt.

 

Praktisch

Vertrekpunt: kruispunt Moenebroekstraat- Moorhofstraat in Schendelbeke. Er is voldoende parkeerplaats aan het infobord. Voor wie het milieuvriendelijker wil: het treinstation van Schendelbeke is een 2 km verder, aan dezelfde Moenebroekstraat.

Topografische kaart: 1/20.000 30/7-8

Wandelingen: Er zijn twee trajecten uitgestippeld: een wandeling van 3 km en één van 7 km. 

Voor de lange wandeling trek je best een halve dag uit, laarzen of waterdicht schoeisel is (altijd) noodzakelijk. De uitgestippelde wandeling loopt vanzelfsprekend niet kriskras door het natuurreservaat, maar laat je alvast van de mooiste delen proeven.