De Behandeling


Interferon

Onderzoekers menen dat een te grote activiteit van het afweersysteem (het immuunsysteem) en virussen een belangrijke rol spelen bij MS.
De abnormale activiteit van het afweersysteem zorgt ervoor dat de ontstekingen de kans krijgen om de myelinelaag af te breken.
Interferonen zijn eiwitten die in ons lichaam voorkomen en betrokken zijn bij het afweersysteem om ons lichaam te beschermen tegen infecties en virussen.
De ms-onderzoekers menen dat er bij mensen met MS sprake is van een verlaagde interferonproduktie.

Vanaf 1977 zijn wereldwijd, ms-onderzoekers betrokken geweest bij onderzoeken die aan konden tonen dat door middel van het toedienen van interferonen het ziektebeeld beïnvloed kon worden.
Aan deze onderzoeken hebben wereldwijd ook vele mensen met MS meegewerkt binnen de ms-centra.
In eerste instantie is het onderzoek gericht geweest op mensen die lijden aan de relapsing-remitting beloopsvorm.
Nadat hier een positief resultaat uitgekomen is zijn de ms-onderzoekers op zoek gegaan naar de resultaten bij de secundair progressieve beloopsvorm.

Interferon

Interferon-beta is tot op heden nog steeds de enige medicatie die ingezet kan worden om de progressie van het ziektebeloop af te remmen met ca. 30%.
Sinds ca. 5 jaar is Interferon-beta ook in Nederland geregistreerd en verkrijgbaar.
Voordat er met Intereron-beta bewijs geleverd was dat de medicatie ingezet kon worden voor Multiple Sclerose zijn er vele onderzoeken aan vooraf gegaan die soms vele jaren geduurd hebben.
Nog steeds is men wereldwijd aan het onderzoeken welke mensen met MS er het meeste resultaat hebben met Interferon-beta en welke dosering het meest geschikt is.

Tijdens de verschillende presentaties die gehouden zijn bij het Europese Neurologie Congres werden uitslagen bekend gemaakt van onderzoeken die de afgelopen maanden afgerond zijn, waarvan hieronder een kort overzicht van de resultaten:
Interferon-beta heeft het meeste effect bij mensen die lijden aan de relapsing-remitting beloopsvorm van MS (aanval en herstel).
Uit onderzoek is gebleken dat het effect bij mensen met een progressieve beloopsvorm Interferon-beta weinig of geen effect laat zien.
Gemeten op de EDSS-score wordt het beste resultaat bereikt bij mensen met MS die een score hebben tussen 0.0 en 6.0.

Beginnen met een behandeling van Interferon-beta kan het beste zo spoedig mogelijk bij het ontstaan van Multiple Sclerose gestart worden, dit resultaat kwam duidelijk uit verschillende onderzoeken naar voren.
Het effect van Interferon-beta kan dan optimaal gebruikt worden om de overgang naar de meer progressievere beloopsvorm, waarbij alleen maar verslechtering optreedt en er geen herstelperiodes zijn, te vertragen met ca. 30%.

Het is belangrijk om een goede dosering van Interferon-beta aan te houden, onderzoek heeft aangetoond dat hogere doseringen effectiever kunnen zijn dan lagere doseringen.
Zelfinjecteren is voor veel mensen met MS een moeilijke stap om te nemen, op dit moment zijn alle Interferon-beta producenten aan het onderzoeken of de medicatie ook via andere manieren toegediend kan gaan worden in de toekomst, zoals in tabletvorm of middels een inhaler.
Het grootste probleem is hierbij dat Interferon-beta in de maagwand afgebroken wordt waardoor het de meeste effectiviteit verliest.
Er werden op dit congres nog geen resultaten bekend gemaakt omdat de onderzoeken nog lopen en nog een lange periode in beslag zal nemen.


Betaferon

April 1996 is de eerste Interferon in Nederland geregistreerd voor mensen die lijden aan de zgn. relapsing-remitting beloopsvorm van ms, dit is de Interferon-beta 1b.
Deze interferon wordt onder de handelsnaam Betaferon op de markt gebracht en is in het vergoedingenstelsel opgenomen.
Betaferon heeft als basis een andere structuur dan Rebif en Avonex.
Deze basis noemen we het molecuul.
Betaferon wordt geproduceerd door bacterieën waarbij het menselijk interferon-betagen is ingebracht.
Daardoor wijkt de samenstelling van het Betaferon-molecuul enigszins af van het menselijk interferon.

Betaferon moet om de dag door middel van injecties onder de huid ingespoten worden met een dosering van 8 MIU.
Onder de huid wil zeggen: Niet in de aderen of spieren.
Betaferon kan toegediend worden nadat de ms-patiënt het Interferon-beta gemengd heeft met een oplosvloeistof.
Vanwege de houdbaarheid dient Betaferon in de koelkast bewaard te worden.

Tijdens de onderzoeksfase van de behandeling bleek dat de patienten die Betaferon gebruikten weinig last van bijwerkingen hadden.
Wanneer voor het eerst Betaferon gebruikt wordt komen vaak griepachtige verschijnselen voor zoals : koorts, hoofdpijn, misselijkheid, koude rillingen, zweten, spierpijn, algehele vermoeidheid en een gevoel van algeheel onwelzijn.
Dit zijn echter meestal kortdurende bijwerkingen die binnen vierentwintig uur verdwijnen.
Naarmate men langer Betaferon gebruikt, heeft men over het algemeen geen last meer van deze bijwerkingen.
Bij de onderzoeksfase van Betaferon is gebleken dat sommige patienten last hadden van depressiviteit.
Roodheid en zwelling op de injectieplaats komen bij veel patienten voor, echter na verloop van tijd wordt dit minder.

Vanaf 1 juli 1999 is Betaferon ook beschikbaar en in het vergoedingenstelsel opgenomen voor mensen die lijden aan de secundair progressieve beloopsvorm van ms.

Op het moment dat alle ms-patienten die aan een groot Europees onderzoek naar behandeling met Betaferon bij secundair progressieve ms, tenminste 24 maanden in het onderzoek hadden meegedaan, werd in februari 1998 een interim-analyse uitgevoerd.
Effectief betekende dit dat 85% van de 3-jaarsgegevens voor een tussentijdse analyse beschikbaar was.
Uit deze interim-analyse bleek dat de resultaten in de groep ms-patienten die met Betaferon waren behandeld significant beter waren dan die in de placebogroep.
Een onafhankelijke adviesraad heeft de gegevens geanalyseerd en heeft de producent van Betaferon geadviseerd alle placebopatienten ook Betaferon aan te bieden.

Deze gegevens zijn in de Lancet van 7 november 1998 gepubliceerd.
Op 26 januari 1999 is de medicatie voor de secundair-progressieve beloopsvorm bij ms geregistreerd.
Het Ministerie van VWS heeft medegedeeld dat de behandeling met Betaferon ook voor vergoeding in het Geneesmiddelen Vergoedingenstelsel opgenomen zal worden.
Dit heeft inmiddels per 1 juli 1999 plaatsgevonden.

Betaferon wordt vanaf 1 juli 1999 vergoed bij mensen met ms die lijden aan de secundair-progressieve beloopsvorm en als aan de onderstaande voorwaarden is voldaan:
Betaferon dient te worden voorgeschreven binnen de geregistreerde indicatie
Betaferon dient te worden voorgeschreven door de behandelend specialist
Voorafgaand aan de behandeling moet een machtiging bij de zorgverzekeraar worden aangevraagd.


Avonex

Oktober 1997 is de interferon-beta 1a, met de handelsnaam Avonex geregistreerd en in het vergoedingenstelsel opgenomen voor mensen met ms die lijden aan de relapsing-remitting beloopsvorm.
De basis van Avonex is anders dan die van Betaferon maar hetzelfde als Rebif.
Dit interferon wordt geproduceerd door zoogdiercellen, waarin het menselijke interferon-betagen is ingebracht.
Hierdoor is deze interferon identiek aan die van de natuurlijke menselijke interferon.

Avonex wordt eenmaal per week in de spieren gespoten, met een dosering van 6 MIU.
Avonex kan nadat de ms-patient het interferon-betagen gemengd heeft met een oplosvloeistof, ingespoten worden.
Avonex kan buiten de koelkast tot 25oC bewaard worden.

Tijdens de onderzoeksfase is gebleken dat Avonex goed werd verdragen door mensen met ms.
De meest voorkomende bijwerkingen waren van griepachtige aard zoals : spierpijn, hoofdpijn, koorts, ms-verschijnselen, koude rillingen, gebrek aan eetlust en misselijkheid.
Deze klachten komen vooral voor bij aanvang van de behandeling, maar nemen bij voortzetting van de behandeling af.

Andere minder vaak voorkomende bijwerkingen waren : diarree, braken, gewrichtspijn, slapeloosheid, duizeligheid, angst, huiduitslag, reactie op de injectieplaats.
Dit zijn meestal kortdurende bijwerkingen die binnen vierentwintig uur verdwijnen.
Naarmate men Avonex langer gebruikt, heeft men geen last meer van deze bijwerkingen.

Tijdens de onderzoeksfase van Avonex is gebleken dat sommige ms-patienten last hadden van depressiviteit.
Roodheid en zwelling op de geïnjecteerde plaats komen incidenteel voor.


Rebif

Vanaf medio 1998 is de interferon-beta 1a, met de handelsnaam rebif geregistreerd en in het vergoedingenstelsel opgenomen voor mensen die lijden aan de beloopsvorm relapsing-remitting bij ms.
Deze interferon wordt geproduceerd door zoogdiercellen, waarin het menselijk interferon-betagen is ingebracht.
Hierdoor is deze interferon identiek aan die van de natuurlijke menselijke interferon.

Rebif moet driemaal per week onderhuids geïnjecteerd worden met een dosering van 6 MIU (22mcg.) ofwel (44mcg).
Onder de huid wil zeggen : niet in de aderen of spieren.
Toediening gebeurt met behulp van een injector waarin men een voorgevulde ampul met injectienaald plaatst.
Vanwege de houdbaarheid kan men het beste Rebif in de koelkast bewaren.

Tijdens de onderzoeksfase van de behandeling met Rebif is gebleken dat deze interferon over het algemeen goed verdragen werd.
In de beginperiode van de behandeling komen griepachtige klachten voor zoals: koorts, koude rillingen, hoofdpijn, zweten, neusverkoudheid, vermoeidheid, ontstekingsreacties op de injectieplaats en spierpijn.
Dit zijn echter kortdurende bijwerkingen die binnen vierentwintig uur verdwijnen.
Naarmate men Rebif langer gebruikt, heeft men geen last meer van deze bijwerkingen.

Bij de onderzoeksfase van Rebif, is geen toename van depressiviteit geconstateerd bij de behandelde ms-patiënten.
Roodheid en zwelling op de geïnjecteerde plaats komt bij veel patiënten voor, echter na verloop van tijd wordt dit minder.


Copaxone

Copaxone is een medicatie dat invloed kan uitoefenen op het ziekteproces van Multiple Sclerose (MS) via het immuunsysteem.
Het medicijn kan de ziekte zelf niet genezen.
Copaxone kan het aantal aanvallen verminderen bij mensen met de relapsing-remitting beloopsvorm van MS.
Relapsing-remitting wil zeggen dat er tussen de aanvallen herstelperiodes aanwezig zijn.
Copaxone kan het ziekteproces vertragen.

De eiwitfragmenten in Copaxone lijken op die in de myelinelaag.
Bij een ontstekingsreactie binden cellen van het immuunsysteem aan het eiwitfragment van de myeline.
Copaxone kan dit verhinderen door de plaats in te nemen van de myeline.
De medicatie bindt zich aan de specifieke cellen van het immuunsysteem en als gevolg daarvan worden de ontstekingsreacties onderdrukt.
Het middel kan hierdoor heel gericht effect uitoefenen op het ziekteproces van MS.

Het natuurlijke verloop van MS is heel grillig.
Er kunnen perioden zijn van verergering en van herstel.
Daarnaast kan het aantal aanvallen ook nog eens per jaar verschillen, niet alleen in aantal maar ook qua ernst.
Hierdoor is het vaak moeilijk om te bepalen wat voor effect een medicatie heeft bij één enkele persoon, bij MS worden bij onderzoeken naar medicaties dan ook altijd grote groepen mensen met MS betrokken.

De resultaten van een groep behandelde mensen met MS wordt vergeleken met een groep mensen met MS die niet behandeld zijn.
Uit onderzoek met Copaxone blijkt dat in de behandelde groep het aantal aanvallen afnam met ca. 30%.


Novantrone

Novantrone (Mitoxantrone) is een medicijn dat de geleidelijke verergering van Multiple Sclerose kan afremmen bij mensen die door de MS snel geïnvalideerd worden.
Novantrone kan ook het aantal perioden van tijdelijke verergering verminderen.
De ziekte zelf kan door de medicatie niet genezen worden maar vertraagt het ziekteproces bij mensen met MS die lijden aan de secundair progressieve beloopsvorm waarbij de invaliditeit sterk toeneemt.
Novantrone helpt ook bij mensen met de relapsing-remitting beloopsvorm die veel aanvallen hebben en tussen twee perioden van aanvallen slechts gedeeltelijk herstellen.

Novantrone, waarvan de stofnaam Mitoxantrone is, is geen nieuw medicijn, maar wordt al langer gebruikt bij de behandeling van sommige vormen van kanker.
Dat betekent dat er al ervaring is opgebouwd met het toedienen, en de mogelijke bijwerkingen.
Een behandeling kan verschillende bijwerkingen hebben.
Meestal wordt Novantrone goed verdragen, maar voordat men begint met deze behandeling is het belangrijk om hierover goed geïnformeerd te zijn.
De behandelend neuroloog is hiervoor de meest geschikte persoon en kan aan zijn/haar patiënt uitleggen wat de voor- en de nadelen zijn van een behandeling met Novantrone.

Novantrone stabiliseert het ziekteproces van een snel verergerende MS.
Het was al langer bekend dat Novantrone de ontwikkeling van MS bij dieren afremde.
Daarna zijn er onderzoeken gedaan met kleine groepen mensen met MS, het medicijn werd goed verdragen.
Tenslotte volgde onderzoek bij grotere groepen mensen met MS met een snel verergerende relapsing-remitting of een secundair progressieve MS.
De behandeling met Novantrone duurde een tot twee jaar.

Tijdens die behandeling stabiliseerde het ziekteproces.
Ook het aantal verergeringen nam af, evenals het aantal nieuwe littekens op de MRI-scans.
Bij het onderzoek werd een groep mensen met MS vergeleken met een groep mensen met MS die niet behandeld werden met Novantrone.
De groep die Novantrone toegediend had gekregen was uiteindelijk beter af dan de groep die niets had gekregen.

Bijwerkingen:
Een bijwerking die normaal is en vanzelf weer overgaat is een verkleuring van de urine en het oogwit.
De vloeistof in het infuus met Novantrone is donkerblauw.
Na het toedienen kan de urine blauw verkleuren en het wit van de ogen tijdelijk blauwachtig verkleuren.
Deze bijwerking duurt een of twee dagen, iedere keer na het toedienen van Novantrone.
Een aantal bijwerkingen zijn tijdelijk, ze treden nogal eens op maar verdwijnen weer als het lichaam gewend raakt aan de medicijnen.
Meestal is er voor deze bijwerkingen geen extra medische behandeling nodig.

Mogelijke tijdelijke bijwerkingen kunnen zijn:
geen trek in eten, misselijkheid, braken of diarree.
Het is mogelijk dat men zich een paar dagen erg moe voelt na toediening van Novantrone.
Vrouwen kunnen onregelmatige menstruatie krijgen of stoppen met menstrueren.
Ook kan de menstruatie langer duren of is er meer bloedverlies tijdens de menstruatie.
Meestal verdwijnen de menstruatieklachten weer na het stoppen van de therapie.
Tijdens de behandeling kan tijdelijk haaruitval optreden.
Deze bijwerking is bekend bij mensen die behandeld werden voor kanker met Novantrone.
Bij de toegepaste lage doseringen voor MS is deze bijwerking niet voorgekomen.
Zodra de behandeling met Novantrone is afgelopen, komt de normale haargroei weer terug.
Bijwerkingen op lange termijn ?
De toxiciteit voor het hart beperkt het gebruik van Novantrone.
De hartproblemen kunnen langzaam verergeren in de periode na het stoppen van de medicatie.
Zij kunnen ook voor het eerst optreden na het stoppen met de medicatie.
Hartproblemen als complicatie zijn bekend met het medicijn bij het gebruik tegen kanker.
Echter de lage dosis die mensen met MS krijgt, is lager dan die voor mensen met kanker.
Het ziet er naar uit dat het risico voor hartproblemen laag is voor mensen met MS, wanneer de totale dosis beneden de 140mg/m2 blijft.


Gammaglobuline

Gammaglobuline is een deel van het menselijk bloed, het wordt geronnen uit donorbloed.
Het huidige winningsproces is veilig en de overdracht van infecties is vrijwel afwezig.
Gammaglobuline vermindert ontstekingsprocessen.
Een onderzoek door professor F. Fazekas en zijn collegae in Oostenrijk bij ms-patiënten met de beloopsvorm van relapsing-remitting (aanvallen en herstel), toonde aan:
Vermindering van het aantal aanvallen
Vermindering van de progressie van de ziekte ms.
Deze resultaten waren zeker zo goed als bij Interferon-beta.
Experimenteel onderzoek heeft aangetoond dat Gammaglobuline de vorming van myeline stimuleert.
Momenteel is een groot klinisch onderzoek gaande naar de invloed van Gammaglobuline op de progressie van de ziekte bij secundair progressieve ms-patiënten.
De resultaten van deze studie zullen in de loop van het jaar 2001 bekend worden gemaakt.

Dr. Paul Strengers, Medisch Directeur Sanquin Plasmaproducten te Amsterdam gaf tijdens de Nationale MS dag (Amsterdam, 6 nov. 2004) een lezing over de mogelijke toepassing van intraveneus immunoglobuline bij de behandeling van multiple sclerose (MS).

Wat zijn immunoglobulines ?
Immunoglobulines, of wel antilichamen of antistoffen, zijn eiwitten in het bloedplasma die door het afweersysteem worden geproduceerd om organismen die het lichaam binnendringen, zoals virussen en bacteriën, te bestrijden.
Deze moleculen worden gemaakt door een bepaald type immuuncel, de B lymfocyt, en binden specifiek aan de binnendringers waardoor zij makkelijker herkenbaar zijn voor het immuunsysteem en onschadelijk gemaakt kunnen worden.
Ruim vijftig jaar geleden kwamen onderzoekers op het idee om antilichamen te zuiveren uit het plasma en te gebruiken als middel om bepaalde infecties te bestrijden en als aanvulling bij patiënten met een verminderde afweer veroorzaakt door een tekort aan antistoffen.
Klinische studies toonden aan dat intraveneus (IV) toegediend, gezuiverd immunoglobuline (IVIG) inderdaad de afweer van patiënten kon verhogen en hielp bij de bestrijding van bepaalde infecties.
Uit verder onderzoek bleek dat IVIG ook een gunstige invloed had op allerlei andere aandoeningen, inclusief neurologische aandoeningen en auto-immuunziekten.

Waarom zou IVIG werken bij MS ?
IVIG werkt ontstekingsremmend en toediening van IVIG zou dus mogelijk de ontstekingsreacties in het centrale zenuwstelsel van MS patiënten kunnen reduceren.
Dit zou als resultaat hebben dat de afbraak van het myeline omhulsel van zenuwen wordt verminderd en daarmee de verstoring in de overdracht van informatie tussen zenuwcellen.
De immuunmodulerende werking van IVIG zou er toe kunnen leiden dat het ontspoorde immuunsysteem van MS patiënten weer in het gareel gebracht wordt, waardoor de destructieve auto-immuunreactie tegen het myeline beperkt wordt.
Aangezien IVIG de aanmaak van nieuwe myeline in proefdieren stimuleert, zou het mogelijk ook het remyelinisatie proces bij MS patiënten kunnen bevorderen en daarmee de lokale verstoringen in de impulsgeleiding kunnen opheffen.

Hoe wordt IVIG gemaakt ?
De antilichamen worden gezuiverd uit het bloedplasma van meer dan 1000, uiterst zorgvuldig geselecteerde en geteste donoren.
Na verwijdering van de bloedcellen worden de eiwitten in het plasma op basis van bepaalde eigenschappen gefractioneerd.
De fractie die voor meer dan 95% bestaat uit immunoglobulines wordt gebruikt voor de verdere productie van het preparaat. Eventueel aanwezige virussen worden geïnactiveerd en het gezuiverde antilichamen worden ook geschikt gemaakt voor intraveneuze toediening.
Aangezien IVIG geproduceerd wordt uit menselijk materiaal moet elk gezuiverd preparaat voldoen aan zeer strenge eisen.

Hoe wordt bepaald of IVIG een gunstige werking heeft op MS ?
Studies om te bepalen of IVIG, of een ander nieuw geneesmiddel, een gunstig effect heeft op het beloop van een bepaalde aandoening zijn uitermate complex, tijdrovend en duur.
Om bijvoorbeeld uit te sluiten dat de gunstige effecten louter het gevolg zijn van het meedoen aan een studie, krijgen sommige patiënten een niet-werkende stof toegediend, een zogenaamd placebo.
Zowel de patiënt als de arts weten tevens niet of de patiënt een placebo krijgt of het werkelijke product.
Er moet ook rekening gehouden worden met bijwerkingen van de toegediende stof en dat patiënten verschillend kunnen reageren op een preparaat.
Ook de leeftijd en het geslacht van de patiënt, evenals de ziekteduur kunnen de werking van de toegediende stof beïnvloeden, alsmede de wijze van toediening en de dosering.
Om duidelijke conclusies te kunnen trekken, is het van belang dat er voldoende patiënten aan een studie meewerken.

Om na te gaan of IVIG, of een ander middel, een positieve invloed heeft op MS wordt bijvoorbeeld bepaald of na toediening het aantal terugvallen afneemt, of het interval tussen twee aanvallen langer wordt, en of de mate van terugval minder wordt.
Daarnaast wordt bepaald of er na toediening veranderingen optreden in de mate van invaliditeit en/of er nieuwe laesies verschijnen in de hersenen, het ruggenmerg en de oogzenuwen.

Werkt IVIG bij MS ?
Alle drie de studies die tot nu toe zijn verricht, gaven aan dat IVIG de mate van terugval verminderde bij patiënten met de relapsing remitting (RR) vorm van MS.
Twee studies toonden tevens aan dat de mate van invaliditeit verminderd was na toediening van IVIG.
Bij twee van de drie studies was ook met behulp van een MRI het aantal verse laesies in de hersenen bepaald en daaruit bleek dat het aantal nieuwe laesies door de behandeling met IVIG duidelijk verminderd was.
Onder ander vanwege het relatief geringe aantal patiënten dat betrokken was bij de studies, kunnen geen harde conclusies getrokken.
Wel kan er basis van deze resultaten en die van een studie die aangaf dat IVIG het aantal aanvallen tijdens en na de zwangerschap reduceerde, geconcludeerd worden dat IVIG een positieve werking heeft bij patiënten met RR MS.
Het is echter nog niet raadzaam IVIG als eerste keuze te gebruiken om het aantal aanvallen en mate van invaliditeit te verminderen bij patiënten met RR MS.

In tegenstelling tot de positieve werking van IVIG op het beloop van RR MS, heeft een grote Europese studie recentelijk aangetoond dat IVIG geen gunstig effect heeft op het ziektebeloop van patiënten met de secundair progressieve (SP) vorm van MS.
Er was namelijk geen verschil in het aantal aanvallen en mate van invaliditeit tussen de controle groep patiënten en patiënten die behandeld waren met IVIG.
Er zijn tevens tot nu toe ook geen duidelijke aanwijzingen dat IVIG het remyelinisatieproces bevorderdt.

Wat nog te doen ?
Hoewel een aantal klinische studies aangeven dat IVIG een gunstig effect heeft op het ziektebeloop van sommige patiënten met MS, is er nog veel meer onderzoek nodig.
Er is bijvoorbeeld nog niet bepaald of patiënten met de primair progressieve (PP) vorm van MS baat hebben bij een behandeling met IVIG.
Het is ook nog niet duidelijk wanneer IVIG het beste kan worden toegediend en wat de minimale dosis is dat gegeven kan worden.
Tenslotte zijn er nog studies nodig om te bepalen hoe IVIG precies werkt omdat dit tot nu toe nog helemaal niet duidelijk is.


Methylprednisolon

Een middel waarmee een opkomende aanval kan worden behandeld, gestopt, is eigenlijk alleen een kuur met corticosteroïden oftewel beter bekend als Methylprednisolon.
Aangezien de bijwerkingen van een kuur met Methylprednisolon gering en van voorbijgaande aard zijn, kan een kuur vaak worden toegepast.
Als het effect van de voorgaande behandeling goed is geweest kan de behandeling herhaald worden.
Methylprednisolon is het meest actief bij een aanval van mensen met de relapsing-remitting beloopsvorm.

Methylprednisolon kan aanvallen stoppen, dit wil niet zeggen dat het ook de ziekte kan afremmen.
Indien de ontsteking nog geen beschadiging van het myeline heeft veroorzaakt, kan het resultaat al op de derde dag na toediening merkbaar zijn.
Heeft de ontsteking echter al wel schade veroorzaakt, dan moet na de behandeling worden afgewacht of het myeline zich herstelt.

Het gunstige effect van Methylprednisolon bij een aanval berust waarschijnlijk op de beïnvloeding van het ontstekinsproces van het middel.
Methylprednisolon wordt toegediend dmv een infuus.
De behandeling kan qua tijdsduur verschillen van drie dagen tot tien dagen.
Ook de dosering wordt verschillend toegediend, sommige neurologen geven een behandeling van 5 dagen met 500cc en andere neurologen 10 dagen met 1000cc per dag.
Deze kuur kan in het ziekenhuis tijdens een opname gegeven worden maar wordt ook wel door huisartsen of poliklinisch gegeven.


Symmetrel

Meer dan de helft van de mensen met ms klagen over vermoeidheid, deze vermoeidheid kan laat op de dag ontstaan maar soms ook al bij het opstaan.
De meeste mensen met ms klagen echter over vermoeidheid die in de loop van de dag optreedt of die verergert bij lichamelijke inspanning.
Vermoeidheidsklachten zijn dus een wezenlijk onderdeel van het ziektebeeld.

We weten niet wat moeheid en vermoeibaarheid bij ms betekenen, waar het vandaan komt, of het samenhangt met de activiteit van het ziekteproces en of er verband is met een aanval.
Uit ervaring is bekend dat vermoeidheid niet tot een aanval leidt.
Het blijkt ook dat vermoeidheid niet te voorkomen is en kan plotseling opsteken na een geringe inspanning of het kan zijn dat de moeheid zomaar optreedt.

Eenvoudige richtlijnen zoals een vast patroon van opstaan en naar bed gaan, kunnen helpen de vermoeidheidsklachten te verminderen.
Op het gebied van symptoommedicatie is alleen van Symmetrel tot nu toe beschreven dat het enige invloed heeft bij vermoeidheid voor mensen met ms.
Symmetrel (Amantadine) wordt tweemaal daags voorgeschreven in tabletvorm van 100mg.


Symmetrel wordt doorgaans goed verdragen als belangrijkste bijwerkingen worden aangegeven :
soms optreden van dikke voeten en vlekvormige verkleuringen van de huid voornamelijk bij de benen.
Inmiddels is bekend dat ca. 50% van de mensen met ms baat hebben bij Symmetrel.



Marihuana

Van de marihuanaplant waarvan wij vooral de Cannabis Sative kennen, bevat alleen de bloeiende vrouwelijke plant in belangrijke mate werkzame stoffen.
Des te meer naarmate zij haar kracht niet verbruikt met het produceren van zaadjes.
Het bestanddeel THC heeft een zeer uitgesproken psychische werking.
In de gedroogde plant komt deze stof in grote hoeveelheden voor.
Het medicinale gebruik van marihuana gaat terug tot 4000 voor Christus en werd vervolgens door de eeuwen heen steeds weer gesignaleerd, meestal in de vorm van tincturen en zalven of in de vorm van thee.
Tegenwoordig wordt het kruid meestal gerookt, maar recreatief gebruik in de vorm van gebak en thee komt ook frequent voor.

Sommige ms-patiënten hebben baat bij het gebruik van marihuana, het vermindert verkramping van de spieren en kan de stemming verbeteren.
Op dit moment vindt er onderzoek plaats naar het gebruik van marihuana bij mensen met ms in het VU ziekenhuis te Amsterdam, de eerste resultaten worden eind 2000 verwacht.
Tot dan zijn mensen met ms die marihuana gebruiken of willen gaan gebruiken nog afhankelijk van de coffeshop, ook kunnen zij marihuana in tabletvorm (marinol) kopen, dit moet echter zelf betaald worden.



Nanogam

Sanquin heeft een intraveneus immunoglobulineproduct ontwikkeld, Nanogam®. Het is een kant-en-klare oplossing.
Het werkzame bestanddeel van Nanogam bevat voornamelijk het immunoglubuline G (IgG) met een breed spectrum aan antistoffen tegen infectieuze agentia.

Voor de Nederlandse markt wordt het IgG gezuiverd uit humaan plasma van Nederlandse vrijwillige, onbetaalde donors.
De productie van Nanogam® vindt plaats in de productiefaciliteit van Sanquin te Amsterdam.

In vele ziekenhuizen is Nanogam in de plaats gekomen van Gammagard en Ivegam.
Het wordt op dezelfde wijze toegediend en men kan deze medicatie dan ook als gelijke beschouwen.

Men zegt dat de Nanogam meer werkzame stoffen zou bevatten maar hoe ieder afzonderlijke patient op betreffend middel reageert is natuurlijk uniek en niet te voorspellen.



Home