Spelling: werkwoorden vervoegen

Invuloefening

Vul alle openingen in en controleer de antwoorden met de knop "Controleer".

Regels

· Tegenwoordige tijd, normale zinnen: ik [stam], jij [stam]+t, hij [stam]+t
· Tegenwoordige tijd, geïnverteerde zinnen (bv. vragen): [stam] ik, [stam] jij, [stam]+t hij
· Nooit een d toevoegen aan een werkwoord in tegenwoordige tijd als er nog geen d in stond. En dus ook nooit dt in zo'n geval!
· Vervang in geval van tijfel het werkwoord door 'werken'. Zo hoor je direct of je een t moet toevoegen of niet.
· Bevelen: gewoon de stam van het werkwoord. Geen t toevoegen!
· Voltooid verleden tijd: nooit dt! De laatste letter is d of t al naargelang de "regel van 't kofschip". Gemakkelijker: vervoeg gewoon het werkwoord in de verleden tijd: "het (gebeuren) ", je hoort een d dus de laatste letter van "het is (gebeuren) " is ook een d.
· Gij/ge: in de tegenwoordige tijd vervoegen zoals bij 'u' of 'hij'. Dus "gij wordt".
· Werkwoorden uit het Engels: vervoegen zoals een gewoon Nederlands werkwoord, met het werkwoord als stam. Dus "ik (saven) , jij (TT) , hij heeft ".

Stam

Als je hieronder [stam] ziet staan moet je dit vervangen door het stuk van het werkwoord dat je overhoudt wanneer je '-en' weglaat op het einde van het werkwoord, en eventueel ook één van de dubbele medeklinkers, indien nodig. Bv.
'werken' -> 'werk',
'worden' -> 'word',
'hakken' -> 'hak',
'balen' -> 'baal'.
De dubbele medeklinker zoals in het voorlaatste voorbeeld moet dubbel blijven als er na [stam] nog een lettergreep komt. Iets gelijkaardigs geldt voor lange klinkers die soms dubbel, soms enkel geschreven moeten worden, zoals in het laatste voorbeeld. Bij werkwoorden waarbij de stam op 'v' eindigt verandert deze 'v' ook in een 'f' als er niet direct een klinker na volgt.

Tegenwoordige tijd

ik [stam]
jij [stam]+t
hij, u [stam]+t
wij [stam]+en
jullie [stam]+en
zij [stam]+en
Er kan dus ook NOOIT 'd' of 'dt' op het einde komen als de stam niet op '' eindigt.

Verleden tijd

Hier worden niet veel fouten tegen gemaakt aangezien de werkwoordsvormen hier bijna altijd op 'e' of 'en' eindigen. Dit zorgt ervoor dat je meteen hoort of er een d of t geschreven moet worden. Onthoud dit, want dit zal van pas komen bij de...

Voltooid verleden tijd

Dit gaat dus over zinnen als 'ik heb gewerkt', 'het is verbrand'.
Zoals ik hierboven gezegd heb, hoor je dan direct of er een 'd' of 't' moet, want dit is hetzelfde voor de verleden en voltooid verleden tijd. Voorbeeld: 'het is verkoch' -> 'wij verkochten', je hoort een 't'...

Voor wie de volledige uitleg of een strikte regel wil: of er een 'd' of 't' geschreven moet worden, hangt af van de klank waarop de stam eindigt. De regel is:

Als de stam eindigt op een stemhebbende klank, moet er een 'd' volgen omdat die ook stemhebbend is. Als de stam eindigt op een stemloze klank moet er een 't' volgen omdat die ook stemloos is.

Stemloze klanken zijn klanken waarbij je stembanden niet trillen, dus 'k', 'f', 's', 'ch' en 'p'. Vandaar de regel van "'t kofschip", wat eigenlijk gewoon een trucje is om deze klanken te onthouden.
Dus: er moet een '' geschreven worden als de stam eindigt op 'k', 'f', 's', 'ch' of 'p'. In de andere gevallen is het ''.

Er is één addertje onder het gras bij werkwoorden waar de stam eindigt op een 'v' of 'z', bv. 'beleven' of 'frezen'. Alhoewel er een 'f' staat in "ik heb (beleven) " en een 's' in "ik heb (frezen) " (d.i. omdat er geen klinker achter volgt), moet er toch een 'd' achter en geen 't'. Dit is geen uitzondering. In de infinitief 'beleven' en 'frezen' staat nl. een 'v', resp. 'z', en het is deze letter die bepaalt of er een 'd' of 't' gebruikt moet worden.

Bevelen
Voor bevelen als 'zwijg!' is de regel heel simpel: werkwoordsvorm = [stam].

Gij

In de tegenwoordige tijd is de regel simpel: de vervoeging is zoals bij 'u' of 'hij', dus er komt altijd een t bij de stam. Bv. worden: 'ge ', ' ge'. Onregelmatige werkwoorden krijgen bij het 'gij/ge'-voornaamwoord dikwijls nog onregelmatigere vormen dan u gewend bent, bv. 'gij zijt' en 'gij zoudt'.

De verleden tijd is echter andere koek. Hier gelden enkele exotische regels. In het algemeen moet je de verleden tijd voor de 'u'-persoon nemen en daar nog een extra 't' achter plakken, dus 'gij (spellen) '.
Als je dit al vies vindt, er is meer: als het werkwoord een korte 'a' heeft in de enkelvoudsvorm en een lange 'a' in de meervoudsvorm, moet je een dubbele 'a' schrijven en dan krijg je dingen als 'gij (eten) , gij (komen) '.
Hier is ook nog eens een uitzondering op wanneer er een 'd' of 't' op de 'a' volgt, bv. 'ge (bidden) '. De moraal van het verhaal is: vermijd deze vormen.

Werkwoorden uit het Engels

Voor deze werkwoorden gelden exact dezelfde regels als voor Nederlandse werkwoorden, dus het is "zij (labelen TT) de producten". De stam van zulke werkwoorden is, in bijna alle gevallen, gewoon het onveranderde Engelse werkwoord (in dit geval: 'to label' -> stam = 'label'). Ook de vervoeging in de verleden tijd volgt de gewone regels, dus "zij (labelen VT) " en "zij heeft ".

Er is in de (voltooid) verleden tijdéén complicatie in het geval het Engelse werkwoord op een niet-benadrukte klinker eindigt, zoals 'to save'.
Alhoewel de stam daar ook gewoon '' is, hangt de keuze van d of t niet af van de 'e' op het einde, maar van de medeklinker er juist vóór. In dit geval is dat een stemhebbende 'v', dus "hij (saven VT) het document / hij heeft ".
Bij 'to delete' wordt het: "hij (deleten) het document / hij heeft "...