Het Lewis machinegeweer

De Amerikaanse Kolonel Lewis, ontgoocheld omdat het leger van de Verenigde staten zijn uitvinding niet wou aanvaarden, verliet het leger en kwam in 1913 naar België om zijn wapen voor te stellen. Het Belgische leger zag snel de voordelen in van dit machinegeweer. Het werd te Luik , onder licentie gebouwd. Ook het Britse leger zou later dit wapen in gebruik nemen. Er werden er in totaal ongeveer 15000 geproduceerd.
De Duitsers gaven er de bijnaam « The Belgian rattlesnake » aan.

 
 

De bijdrage van Jan Olieslagers tot het ontwikkelen van de «lucht» versie van het Lewis machinegeweer
Niettegenstaande de Franse vliegeniers sinds 1914 luchtgevechten aangaan en Duitse vliegtuigen en- luchtballons afschieten, moeten de Belgische piloten zich nog tot 1915 beperken tot observatie-, verbindings- on fotograflsche vluchten.
Op 17 juil 1917, neemt Jan Olieslagers een Nieuport tweezïtter met 80 pk Rhône motor in ontvangst. Een mitrailleur is er op een spil op de bovenste vleugel geplaatst; om het wapen te gebruiken moet de piloot rechtop staan. Zodoende, in de wind staande, remt hij het vliegtuig af en brengt het uit evenwicht. Deze oplosslng bevalt Olieslagers niet en hij laat de spil van het wapen op de rechter rompwand plaatsen, aldus gebruikt hij het wapen met één hand en bestuurt het vliegtuig met de andere. De resultaten van deze oplossing zijn ontgoochelend.
Hij bekomt van de Nieuport fabrieken de ombouw van zijn vliegtuig in een éénzitter en laat de spil van de mitrailleur op de achtersteven van de bovenvleugel plaatsen. Maar weer moet hij met één hand het vliegtuig besturen en het wapen met het andere bedienen.
  Op 17 april 1915, schiet kapitein Jacquet aan boord van een Farman uitgerust met een Lewis een Aviatik neer. Het is de eerste Belgishe overwinning.  
Jan Olieslagers, die ook een degelijke technicus is, onderneemt de verbouwing van een Lewis. machinegeweer dat hij van de heer Waterkeyn kreeg. Hij verwijdert het volumineuze waterkoelingssysteem van de loop en demonstreert in vlucht dat de luchtstroom als koeling voldoende is. Zo wordt het wapen veel lichter (van 16 kg naar 9 kg) en vermindert de luchtweerstand. Terzelfder tijd vindt hij een middel tegen de veelvuldige blokkeringen van het geweer. De Lewis vennootschap aanvaardt zijn aanpassingen op de seriewapens en op vraag van de Belgische piloot, op bezoek in de Engelse werkhuizen, ontwerpen zij laders met dubbele capaciteit.
Vervolgens bestudeert hij het project om een machinegeweer in de as van het jachtvliegtuig te plaatsen hetwelk boven de schroefschijf schiet; het wapen kan gekanteld worden om het vervangen van de lader toe te laten. Bij deze opstelling kan de piloot richten door middel van een dubbel vizier dat aangebracht is op ooghoogte en kan hij op afstand, door middel van een kabel, het schietmechanisme in werking stellen. Een “Nieuport” zal zelfs met twee parallel-machinegeweren, die boven de schroef schieten, uitgerust worden.
Deze modificatie wordt door de vliegtuigbouwer “Nieuport” en ook door de Britse luchtmacht, aan wie Jan zelfs detailfoto’s van zijn werkstuk bezorgt, aangenomen.
Indien Jan merkelijke verbeteringen van de “lucht” uitvoering van het Lewisgeweer uttvindt en ontwikkelt, is de bouw van deze prototypes veel verschuldigd aan de handigheid van zijn broer Jules, die een gewaardeerde luchtvaarttechnicus is. Veel van de nieuwe onderdelen die nodig zijn voor de aanpassingen van het wapen voor het gebruik in vlucht zijn door hem, in het werkhuis van het eskader te Sint-Idesbald, gegoten en gesmeed. Jan en Jules zullen samen blijven tot het einde van de oorlog.
Bron: Un homme volant - Jan Olieslagers. door Willy Coppens de Houthulst Uîtgegeven in1935 door uitgeverij Rex.