De Saanengeit

                       

ˇ        De Saanengeit werd naar de rivier de Saane genoemd. Deze rivier stroomt door de kantons Freiburg
    en Bern aan de Duits-Franse taalgrens in Zwitserland.

ˇ       De geit behoort bij de orde van de Evenhoevigen en de familie van de Holhoornigen.
   De latijnse naam is 'CAPRA HIRCUS'

ˇ        Geiten hebben geen snijtanden in de bovenkaak, enkel een harde hoornplaat.

ˇ        Geiten zijn zeer intellingente en aanhankelijke dieren. Zeg dus nooit zo maar 'Domme geit . . . .'

ˇ        De oorsprong van de geit ligt bij de bezoargeit die ongeveer 9000 jaar geleden in Klein-Azië
    gedomesticeerd werd. 300 jaar geleden begon in Zwitserland de selectie van de moderne melkgeit.

ˇ        In hun oorspronkelijke, droge leefgebieden werden huisgeiten hoofdzakelijk voor het vlees en de huiden
    gehouden. In Europa ontdekte men dat de geit in staat is grote hoeveelheiden melk te produceren.
    De selectieve fok van dieren met de hoogste melkproductie en de langste lactatietijd resulteerde in de
    bekendste van alle moderne huisgeitenrassen : de Saanengeit. 

 

Standaard van het Wit Geitenras

(erkend door het Nationaal Verbond van Geiten- en Melkschapenfokkers vzw)

1. Algemeen voorkomen

Type

Lammeren : middenhand zoveel mogelijk wigvormig tot balkvormig. Strakke buikbespiering.
Overjarige geiten : middenhand wigvormig.
Overjarige Bokken : balkvormige middenhand.
Haar voorkomen is iets hoekig.
Haar vormen zijn gracieus, haar gestalte is slank en het geheel geeft de indruk van fijnheid.
De bewegingen zijn krachtig

Gestalte

Geiten : op 18 maanden minimum 70 cm
Bokken : op 18 maanden minimum 85 cm

Beharing

De beharing is eenvormig wit. Het haar is kort. Bij de bok borstharen en rugkam toegestaan.

2. Beschrijving van de kenmerkende onderdelen

Kop

De kop is fijn gesneden bij de geit.
Iets grover bij de bok. De onderkaak is goed ontwikkeld.

Oren

De oren zijn tamelijk lang en weinig behaard. De toppen ervan zijn iets breder dan de inplantingspunten.

Hals

De hals met of zonder lelletjes is van midelmatige lengte en ontwikkeling.
De bovenkant is recht en tamelijk, van voren naar achter, afhellend.

Ruglijn

De ruglijn is recht, strak en horizontaal vanaf de schoft tot aan het begin van het kruis.
De rug is breed over de gehele lengte.

Schouders

De schouder is goed gespierd en goed aangesloten.

Borst

De borst is breed, diep met een niet vooruitspringend borstbeen. De ribben zijn goed gewelfd.

Buik

De buik is ruim, flink bespierd. Bij de bok is de buik cylindervormig.
De buiklijn loopt evenwijdig met de ruglijn.
Bij de geit verloopt de ruglijn van voren naar achteren toe wigvormig met de ruglijn.

Kruis

Het kruis is breed, niet dakvormig en lichtjes afhellend.

Uier

De uier is vooraan en achteraan goed aangehecht. De uier is breed. De spenen zijn goed ontwikkeld en staan vertikaal op de uier ingeplant. De uier is symmetrisch van vorm.

Ledematen

De benen zijn sterk, fijn, droog, in verhouding met het lichaam.
De klauwtjes zijn klein en gesloten. De koten zijn kort.

Beenstand

De achterpoten bewegen zich in hetzelfde vlak als de voorpoten.

3. Fouten

FOUTEN

LICHTE

ZWARE

UITSLUITING

Type

 

Lammeren :
Overdreven wigvorm in de middenhand
Overjarige dieren :
Geiten : te balkvormig, contra-wigvorm
Bokken : wigvormige middenhand

 

Gestalte

Tussen 65 en 70 cm (geiten)
Tussen 80 en 85 cm (bokken)

Minder dan 65 cm (geiten)
Minder dan 80 cm (bokken)

 

Beharing

Roomkleurige beharing

Lange beharing, beharing uier (geiten)
Lange beharing over het gehele lichaam
(bokken). Zwarte vlek(ken).

 

Kop

Grove kop bij de geit.
Asymmetrische hoornstand bij niet
onthoornde dieren

Zeer grove kop bij de geit.
Ramskop.
De vrouwelijke kop bij de bok

Varkensbek
Snoekbek

Oren

 

Dikke oren, afhangende oren (+/- gespreid)

Afhangende oren.
Muizenoren.

Rug

Zwakke rug

Karperrug. Zeer zwakke rug.

 

Schouders

Losse schouders

Zeer losse schouders

 

Borst

 

Onvoldoende ontwikkeling van de borst
op 18 maand.
Zeer vlakke ribben
Kippeborst

 

Kruis

Dakvormig kruis. Te kort kruis.
Afhellend kruis.

Smal kruis.
Sterk afhellend kruis.

 

Uier

Gespleten uier.
Te weinig vooruier. Te weinig achter-
uier. Te veel achteruier.

Doorgezakte uier.
Zwaar asymmetrische uier.
Vleesuier.

Bijspenen
Melkverlies
Bok : uiervorming met spenen van
meer dan 5 cm.

Spenen

In verschillende richtingen geörienteerd.
Het onderste deel van de spenen komt
lager dan de hakken op de leeftijd van
18 maand

 

Spenen met dubbel kanaal.

Scrotum

 

 

Te weinig ontwikkelde teelballen.
Zeer ongelijke teelballen.
Een enkele ontwikkelde teelbal.
Ontbrekende teelballen.

Beenstand

Lichte koehakkigheid. Franse stand.
Gespreide tenen.

Ernstige koehakkigheid. Sabelbenigheid.
Ernstig doorgezakte koten.

 

Staart

Scheve staart. Gebroken staart.

 

 

Pigmentatie

Op de neushuid en de oren. Zwarte
pigmentatie van de uier.

 

 

Conditie

Gebrek aan conditie. Overconditie.

Totaal gebrek aan conditie.

 

 

 


 

 

 


 

html>