De techniek van het lamineren
 

 

 

De beginnende modelbouwer zal er misschien niet onmiddellijk mee geconfronteerd worden, de gevorderde echter des te meer. Maar vroeg of laat komt iedereen er wel eens mee in aanraking. Lamineren is een techniek die gebruikt wordt om bepaalde (onder)delen van een boot te verstevigen en dit zonder buitensporige gewichtstoename. De techniek van het lamineren is vrij eenvoudig en bestaat er in één of meerdere "vezel"lagen over elkaar te leggen en te bestrijken met een lamineerhars. Als hars gebruikt men meestal Epoxyhars of Polyesterhars (vb. van Vosschemie) en als vezels heeft men glasvezel, carbon of aramide (kevlar). Epoxyhars is duurder dan polyesterhars maar is ook sterker en tegen grotere temperaturen bestand. Polyesterhars wordt vooral gebruikt wanneer er snel moet gewerkt worden (hardt sneller uit). Glasvezel is de meest verspreide vezelsoort en heeft de beste prijs/kwaliteitsverhouding. Carbon wordt gebruikt wanneer gewicht een belangrijke rol speelt : carbon is een bijzonder sterk materiaal dat 3x stijver is dan glasvezel bij gelijk gewicht. Aramide is te vergelijken met carbon op het vlak van stijfheid en stevigheid maar heeft bovendien bijzonder slagvaste eigenschappen. De vezels worden in vele vormen aangeboden (matten, weefsels, stroken of banden, ...) en in verschillende diktes gaande van 30 gr/m2 tot 600 gr/m2 (de meest gebruikelijke dikte is 120 à 160 gr/m2). Op de foto hiernaast staat een carbonband afgebeeld van 10 cm breed en 120 gr/m2.

De techniek is als volgt :

  1. de ondergrond moet volkomen stof- en vetvrij worden gemaakt, eventueel eerst wat opschuren. Vetvrij maken doe je met aceton of met wat afwasmiddel en heet water. Goed laten drogen !

  2. Meng zeer zorgvuldig A en B componenten (hars en uithardingsmiddel), in het bijzonder wanneer je werkt met epoxyhars (een afwijking van slechts enkele % kan er voor zorgen dat het hars niet goed uithard, en let op, méér uithardingsmiddel gebruiken dan nodig helpt niet !). Gebruik een electronische keukenweegschaal bij kleine menghoeveelheden.

  3. Je kan, maar dat hoeft niet écht, een eerste dunne harslaag leggen. Voordeel hiervan is dat het weefsel onmiddellijk beter kleeft op de ondergrond waardoor het beter op zijn plaats blijft liggen wanneer er een harslaag overeen gestreken wordt. Met een (goedkope) borstel of penseel breng je vervolgens voorzichtig kleine hoeveelheden hars aan over het weefsel tot wanneer dit volledig doordrenkt is.

  4. Vervolgens leg je afwisselend een laag weefsel en een laag hars tot wanneer het gewenste resultaat/dikte bereikt is, bij voorkeur volgens het nat-in-nat principe, dwz. je brengt een volgende laag weefsel aan wanneer de vorige laag al wat opgesteven is maar nog kleverig aanvoelt. Je kan meerdere soorten vezels (glas, carbon of aramide) door elkaar combineren als je dat wenst. Gebruik ook niet te veel hars, want in tegenstelling tot de weefsels weegt het hars zelf vrij zwaar en dan gaat natuurlijk een deel van het beoogde doel verloren. Let er vooral op dat het weefsel overal voldoende goed aangedrukt is en er geen luchtbellen ontstaan, want dat heeft een bijzonder nadelige invloed op de eindsterkte. Je hebt correct gelamineerd wanneer het weefsel na uitharding glanzend is, zonder dat er "harsplasjes" zijn ontstaan.

  5. Schoonmaken van het gereedschap kan met een speciaal oplosmiddel afgestemd op het type hars, aceton werkt echter ook.