HET GEZONDE KNIEGEWRICHT

 
 


---

Het kniegewricht is de structuur die gevormd wordt waar het bovenbeen en het onderbeen samenkomen.

De uiteinden van beide beenderen zijn bedekt met een gladde, glinsterende laag kraakbeen, die een paar millimeter dik is. Hierdoor kan het kniegewricht vrij bewegen.

 

Aan de voorzijde bevindt zich een derde beenderig element: de knieschijf, die ingekapseld ligt in de strekkerspees van de knie. Binnenin het kniegewricht bevinden zich verder nog de kruisbanden en de twee meniscussen, waardoor de knie terzelfdertijd stevig én beweeglijk is.

 
 

 

 


 

 

 

 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zijaanzicht van het kniegewricht

Het dijbeen, het scheenbeen en de    

knieschijf zijn duidelijk zichtbaar.

 

Vooraanzicht van het kniegewricht

De gewrichtsspleet tussen beide been-deren is overal even breed.

 

 
 

 

 

 

 


---

 

 

ARTROSE VAN HET KNIEGEWRICHT

 
 

 


---

 

Het slijtageproces of artrose van de knie begint meestal rond de leeftijd van 55-60 jaar. Dit geeft aanleiding tot pijn bij het gaan, later zelfs pijn in rust. Door het uitslijten van het kraakbeen kan geleidelijk aan een verkromming van het been optreden: er ontstaat een O-been of een X-been. Hierdoor wordt de gang vaak bemoeilijkt. Na verloop van tijd kan de patiënt met knieartrose zich nog slechts met behulp van een wandelstok of krukken verplaatsen.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


---

 

 

DE TOTALE  KNIEPROTHESE

 
 

 


---

Prothesen worden vervaardigd uit hoogwaardige materialen. Een klassieke knieprothese bestaat essentieel uit twee metalen elementen: één voor het dijbeen, dat halfcirkelvormig is, en één voor het onderbeen, dat vlak is.

 

 

Daartussen wordt een polyethyleen element uit hoogwaardig plastiek geklemd dat dienst doet als een nieuw soort kraakbeen. Indien nodig, kan ook het versleten kraakbeen van de knieschijf vervangen worden door een aangepast polyethyleen element.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De metalen elementen van een knieprothese met daartussen het polyethyleen of plastiek.

 

 

Radiografie van een knieprothese: De “witte” metalen componenten zitten vastgeklemd op het been.

 

 
 

 

 

 


---

 

 

DE OPERATIE

 
 

 


---

 

De verdoving

De avond voor de ingreep komt de anesthesist op bezoek om de verdoving te bespreken. Een plaatselijke verdoving via een prik in de rug is te verkiezen. Deze zogenaamde “peridurale” anesthesie wordt aangevuld met een lichte algemene narcose tijdens de operatie zelf, zodat de patiënt de operatie niet bewust hoeft mee te maken.

 
 

 

 

 

 

 

 

Een insnede van ongeveer 20 cm door de huid volstaat om een knieprothese in te planten. Het  gewricht  wordt  geopend  en de beenderen worden zichtbaar. Met behulp van speciale, uiterst nauwkeurige meetinstrumenten worden de beschadigde oppervlakken ter hoogte van het kraakbeen verwijderd.

 

Dit gebeurt in verschillende stappen om zo weinig mogelijk bot van de patiënt op te offeren. Met deze techniek kan de chirurg niet alleen de prothese perfect doen passen op bovenbeen en onderbeen, maar ook de asafwijkingen (O- of X-been) corrigeren: het been wordt als het ware terug recht gezet.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De prothese zelf wordt definitief verankerd met het been door middel van beencement, dat hard wordt na een tiental minuten.

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


---

 

 

NA DE OPERATIE

 
 

 


---

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kinetec” wordt dagelijks toegepast: een elektrisch aangedreven apparaat zorgt ervoor dat uw been automatisch beweegt zodat de knie niet  kan  verstijven. U leert ook “opnieuw stappen”, met behulp van een loopkader of krukken. Steunen op het geopereerde been is toegelaten en zelfs wenselijk.

 
 

 

 

 

 

 

Ongeveer één week na de operatie vordert het herstel vlot, zodat U op dat ogenblik meestal zonder hulp kan rondwandelen met krukken.  Afhankelijk van de leeftijd, de algemene toestand en het herstel kan U meestal huiswaarts keren tussen de achtste en de veertiende dag na de operatie.

 
 

 

 

 

 

 

De haakjes worden verwijderd twee weken na de ingreep, hetzij in de kliniek, hetzij door de huisarts.

 
 

 

 


---

 

 

TERUG THUIS

 
 

 


---

 

Terug thuis zijn verdere oefeningen nuttig en noodzakelijk. Dit kan gebeuren door Uzelf of met de hulp van de kinesist van uw keuze. Van dag tot dag herwint U meer zelfstandigheid zodat  stappen met één kruk en zonder kruk weer mogelijk wordt. Onthoud echter dat overhaasting volkomen verkeerd is: het lichaam zal zich geleidelijk aan uw kunstknie aanpassen.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

Het resultaat van een totale knieprothese na drie maanden: de knie plooit voorbeeldig zonder pijn.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Complicaties bij knieprothesen zijn zeldzaam, en zeker niet van die aard om in angst naar de operatie

toe te leven. Flebitis en embolie worden o.a. vermeden door dagelijkse bloedverdunnende Clexane spuitjes. Infectie of besmetting wordt voorkomen door het toedienen van antibiotica tijdens de operatie. Zeer uitzonderlijk kan een tijdelijke dropvoet zich voordoen.

Het opnieuw leren plooien van het nieuwe kniegewricht verloopt soms minder vlot dan verwacht. Een “mobilisatie onder narcose” kan hieraan verhelpen: de chirurg zal de  weerspannige knie plooien terwijl de patiënt een zeer korte narcose ondergaat.

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


---

 

 

 

SPECIAAL GEVAL

 

DE UNICONDYLAIRE OF HALVE KNIEPROTHESE

 
 

 

 


---

Bij sommige patiënten blijft de slijtage van het kraakbeen van de knie beperkt tot één zijde, meestal de binnenzijde. De rest van het kniegewricht is niet aangetast door artrose en bestaat in feite uit normaal kraakbeen.

In deze gevallen wordt bij voorkeur een unicondylaire of halve knieprothese geplaatst: alleen het “uitgesleten” gedeelte wordt vervangen.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom een unicondylaire knieprothese?

 

*   het litteken is kleiner (± 8 cm)

 

*   de operatie is minder uitgebreid

 

*   de revalidatie verloopt vlotter

 

*   de opname beperkt zich tot één week

 

*   zowel oudere als jongere patiënten kunnen in aanmerking komen voor een unicondylaire knieprothese.

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Tekstvak: Nuttig om wetenTekstvak: HomeTekstvak: Praktische tipsTekstvak: HeupprotheseTekstvak: Knieprothese