|
Le moulin sur pivot - de staakmolen
De
prenten aanklikken
om ze te vergroten.
Cliquez sur les images
pour les agrandir
|
|
|
De Luizenmolen is
van het type staak- of
standaardmolen.
De staak of
standaard is de verticale, stoere eiken spil, waarrond de
molenkast in zijn geheel kan worden gedraaid of gekruid,
zodat de wieken naar de wind kunnen worden gezet.
De staak
wordt overeind gehouden door viermaal twee schuine schoren
of steekbanden (vier binnenbanden en vier buitenbanden), die op hun beurt
geschoord worden door horizontale kruisplaten.
De molen hangt eigenlijk op het bovenvlak van de staak In het midden van de voet, nl. op
de kruising van de kruisplaten, heeft hij geen draagvlak! Hier wordt
de staak slechts gegrepen met een sleutelconstructie, die hem loodrecht
moet houden.
Opdat de kruisplaten afzonderlijk zouden kunnen worden vervangen,
zijn ze niet in elkaar gekaveld, maar is de ene hoger
gelegen dan de andere. De hoogte van de gemetselde teerlingen
waarop ze rusten is dan ook verschillend: er zijn aldus
twee hoogteteerlingen en twee laagteteerlingen. Zoals de
traditie het voorschrijft, liggen ook bij de Luizenmolen
de hoogteteerlingen in de noord-zuid-as.
Le
Luizenmolen est un moulin sur pivot.
Le pivot est le lourd axe cental en chêne, autour duquel
toute la cage peut pivoter pour qu'on puisse mettre les
ailes face au vent.
Ce pivot est porté à bout de bras
par quatre paires de liens
obliques (quatre liens intérieurs ou petits liens, quatre
liens extérieurs ou grands liens), qui à leur tour sont
étayés par deux croisures, croisées ou soles horizontales.
Le moulin est vraiment suspendu sur le
tourillon du pivot, dont les fourches au-dessous s'emboîtent
autour du croisillon des soles sans reposer vraiment sur
la croisure de celles-ci. Les chevilles entourant cette
construction centrale ne servent qu'à garder le pivot
bien d'aplomb.
Pour que les soles puissent être remplacées
séparément, celles-ci ne sont pas emboîtées l'une dans
l'autre, mais placées à des hauteurs différentes. C'est
ce qui explique pourquoi les quatre massifs de maçonneries
sous les soles, appelés dés,
sont également d'une hauteur différente. Ainsi que le
veut la tradition, les quatre dés du Luizenmolen sont
placés dans la direction des quatre points cardinaux, les
dés les plus hauts étant dans l'axe nord-sud. |
| |
|
| |
|
| |
Het
molenkot zelf rust op de nok van de staak door een zware,
dwarse balk, de steenbalk. Deze zien we in de molen tegen de zoldering van de onderste
verdieping. Onderaan sleept het molenkot op de zetel,
die gebouwd wordt omheen de staak en eveneens door de
steekbanden wordt ondersteund.
La cage elle-même repose sur le
tourillon du pivot par une forte poutre transversale, le maître-sommier. C'est ce qui nous
permet de dire que ce type de moulin est "un moulin perché". Ce maître-sommier
soutenant la cage en son milieu, est visible à l'intérieur du moulin contre le
plafond du premier étage.
Sous le plancher inférieur, la civière glisse sur la chaise, sorte de
collier construit autour du pivot et également soutenu par les liens. |
| |
|
| |
|
|
Om
de molen te kruien, of naar de wind te draaien, bedient de
molenaar het windas of de haspel onderaan de trap,
die gedeeltelijk opgehouden wordt door de staart van de molen. Aldus kan een ketting opgewonden worden,
waarvan het uiteinde, een grote ring, kan gelegd worden op
een van de vijftien kruipalen die diep in de grond zitten.
Achteraan de staart zien we ook de twee loopschoren die dienen om te vermijden dat de molen vanzelf en ongewenst
rond zijn as zou gaan draaien en op de vlucht zou slaan.
Pour mettre le moulin au vent, le meunier se sert du treuil
à manivelle ou guindeau,
au bas de l'escalier, qui est engagé dans la queue
du moulin et supporté en partie par elle. Ainsi une chaîne
peut être enroulée, dont l'anneau du bout peut être posé
autour d'un des quinze pieux,
enfoncés profondément dans le sol. Au bout de la queue nous remarquons aussi les deux béquilles
qui servent à éviter que le moulin se mette à pivoter de
lui-même et dévie de l'orientation souhaitée. |
|
|
|
|
|
|
|
Zoals de
meeste staakmolens heeft de Luizenmolen twee zolders. Bij
het bestijgen van de trap komen we in de maalzolder.
Klimmen we nog hogerop komen we in de steenzolder.
Comme
la plupart des moulins sur pivot, le Luizenmolen est
composé de deux étages ou greniers. En haut du grand
escalier nous arrivons dans le grenier à farine.
En montant plus haut encore, à l'intérieur du
moulin, nous pénétrons dans le
grenier aux meules.
|
| |
|
|