|
Geschiedenis - Histoire
|
|
Naam - Nom:
|
De
prenten aanklikken
om ze te vergroten
Cliquez sur les images
pour les agrandir
|
|
Lors
de la construction du moulin, la rue attenante à celui-ci
s'appelait rue aux Poux (Luizenstraat). Serait-ce
téméraire de faire un lien avec le patronyme et toponyme
limbourgeois Luys, qui s'employait pour indiquer un
champ, et plus spécialement une prairie de fauchage?
Selon d'autres, l'explication de ce nom de lieu devrait
être cherchée plutôt du côté de la présence dans les prés avoisinants
d'herbe
à poux,
"Luyzenkruid", qui dans l'esprit
populaire, gâterait le foin et transmettrait des poux au bétail.
Enfin, il faut mentionner que luis peut aussi être
une désignation d'une mauvaise terre, raillerie provenant
sans doute plus spécialement des voisins. Ajoutons-y
qu'une référence à un nom de personne n'est pas non
plus à exclure. Toen de molen werd opgericht, heette de
straat waaraan hij paalde de Luizenstraat. Is het vermetel
deze benaming in verband te brengen met het Limburgse
woord Luys, dat een veldnaam aanduidt, meer bepaald
een hooiland? Volgens andere interpretaties dient er
eerder gezocht te worden in de richting van de
aanwezigheid op de aldaar gelegen weiden van luizenkruid,
een plant die, zo dachten de boeren, het hooi zou bederven en
het vee met luizen zou besmetten. Vermeldenswaard is
alleszins dat luis ook kan wijzen op een spottend
bedoelde, misschien vaak door de buren gegeven aanduiding
van slecht land; of is ook de verwijzing naar een
persoonsnaam denkbaar? |
| |
|
|
Oorsprong - Origine:
|
|
D'après
la tradition, qui se voit confirmée par certaines
caractéristiques du moulin, celui-ci proviendrait
d'une autre localité. Jusqu'à présent aucune source
écrite ne vient étayer plus concrètement cette
affirmation. Deux éléments sont certains: la demande
d'établir le moulin date de 1862,
et l'usage de déplacer des moulins à pivot a toujours
été assez répandu.
D'après un témoignage recueilli auprès de Jef Van Leeuw,
le dernier meunier, les ailes jadis étaient en bois. C'est
la verge intérieure qui, la première, a dû être
remplacée par une aile métallique.De overlevering en bepaalde kenmerken van de molen
geven aan dat de molen van elders zou zijn overgebracht.
Tot nog toe komt geen enkele bron deze bewering
nauwkeuriger voeden. Twee zaken weten we zeker: de
aanvraag voor de oprichting van de molen werd ingediend
in 1862, en het
overplaatsen van staakmolens was zeker niet
uitzonderlijk.
De laatste molenaar, Jef Van Leeuw, heeft ons eertijds
meegedeeld dat oorspronkelijk de molen voorzien was van een
houten gevlucht. De binnenroede zou de eerste geweest zijn
die vervangen is geweest door een ijzeren exemplaar.
|
| |
|
|
| |
Déplacement
- Verplaatsing:
|
|
|
|
De molen werd in
1864
opgetrokken achter de woning, namelijk op de
plaats waar later de schuur werd gebouwd. In 1874
werd hij verplaatst om
opgericht te worden naast de hoevegebouwen, op de
molenberg die thans nog bestaat. Deze verplaatsing,
samen met andere perceelwijzigingen, kunnen we zien op
de tekening hiernaast die deze wijzigingen in het
kadaster heeft vastgelegd.
Le
moulin fut
érigé en 1864 à
l'arrière de l'habitation, à l'endroit où plus tard
on construisit la grange. En 1874,
le moulin fut démonté et reconstruit à
côté des bâtiments de la ferme, sur la butte qui
existe encore aujourd'hui. Ce déplacement, ainsi que
la modification des limites de la parcelle cadastrale,
ont été consignés dans le cadastre.
|
| |
|
|
| |
Eigenaars en molenaars - Propriétaires
et meuniers: |
|
|
Le premier propriétaire,
ayant d'ailleurs fait construire le moulin, fut P.-J. Paridaens
- Lindemans provenant
de Haute-Croix.
Sans doute, il s'agit d'un descendant de J.-B. Paridaens,
signalé en 1807 comme "meunier à Haute-Croix".
Celui-ci y fut considéré comme le pape des Stévinistes,
un mouvement religieux, spécialement actif dans le
Pajottenland, désirant se séparer de l'hiérarchie
ecclésiastique à cause de l'influence grandissante que
celle-ci acceptait de Napoléon.
P.-J. Paridaens prit à son service au Luizenmolen le meunier Gustaaf
(Staaf) de Crem dont
le fils aîné Jef viendra plus
tard rejoindre son père sur le moulin. Une
"relivrance" ou prisée datée du 1 décembre
1883 nous apprend qu'Henri P. Van Leeuw est le locataire
et, sans aucun doute, aussi le meunier du Luizenmolen. Ce
même document atteste la présence dans le moulin de
trois tournants ou paires de meules, dont le placement a
nécessité la construction du "ventre" dans la
façade au vent (voir chromo).
P.-J. Paridaens meurt en avril 1905; sa veuve six mois plus tard. Par acte du 8
mai 1906 le moulin fit partie d'une importante vente
publique, et le locataire-meunier Henri Pierre Van Leeuw -
Roelandts en devint propriétaire.
Voici
celle-ci sur la photo qui date de cette période:
le meunier Henri Pierre apparaît à la fenêtre du haut,
son fils Jozef, encore un petit garçon, se trouvant sur
le balcon. C'est ce fils Jozef, qui succédera à son père,
après la mort de celui-ci en 1914, et qui sera le dernier
meunier du Luizenmolen, où il travaillera jusqu'en 1928,
assisté de Staaf et Jef Decrem.
En 1939 la famille Van Leeuw vendit le moulin à la
commune d'Anderlecht qui s'était proposé de remettre en
valeur le moulin désaffecté.
De oprichter en eerste eigenaar van de Luizenmolen was
P.-J.
Paridaens-Lindemans uit Heikruis.
Wellicht is deze Paridaens een telg van een oud
molenaarsgeslacht. Reeds in 1807 is er sprake van een
J.-B. Paridaens, molenaar te Heikruis. Deze werd toen
beschouwd als de paus van de Stevinisten, een groep
christenen in het Pajottenland, die zich afscheidden van
de kerkelijke hiërarchie, toen Napoleon steeds meer invloed
begon uit te oefenen op de Kerk.
P.-J. Paridaens nam op de Luizenmolen Gustaaf
(Staaf) De Crem in dienst, wiens oudste zoon Jef
later er ook werkzaam werd. Een
"prijzij" of waardeschatting van 1 december 1883
geeft aan dat Henri P. Van Leeuw de huurder en meer dan
waarschijnlijk de molenaar was van de Luizenmolen. In
datzelfde document is er ook uitdrukkelijk sprake van drie
maalstoelen, waarvan de plaatsing in de molen mogelijk was
gemaakt dankzij de uitstulping of buik bovenin de windweeg
(zie chromo).
P.-J. Paridaens overlijdt in april 1905; zijn weduwe 6
maanden later. Bij akte van 8 mei 1906 had een belangrijke
openbare verkoop plaats, waarbij de molen eigendom werd
van pachter en molenaar Henricus Petrus Van Leeuw -
Roelandts.
Uit die periode dateert de familiefoto op de molen: de molenaar Henri Pierre kijkt uit het
venster; zijn zoon Jozef staat nog als jonge knaap op het
balkon. Na de dood van zijn vader, in 1914, zal hij de
laatste molenaar van de Luizenmolen worden, die hij met
Staaf en Jef De Crem zal bemalen tot in 1928.
In 1939 verkocht de familie Van Leeuw de molen aan de gemeente
Anderlecht, die zich had voorgenomen om te zorgen
voor de herwaardering van de niet meer in gebruik
zijnde molen. |
|
|
|
|
| Délabrement
et démolition - Verval en afbraak: |
| |
Aangemoedigd door de Koninklijke Commissie
voor Monumenten
en Landschappen en door de lokale kunstkringen,
maakte de gemeente Anderlecht plannen tot behoud en
herwaardering van de Luizenmolen en zijn site. Maar toen
brak de oorlog uit met alle problemen en beperkingen van
dien. Toch werd de molen in 1942
geklasseerd. Moeilijkheden allerhande zorgden voor
het onherroepelijk verval van de molen, die na het verlies
van zijn wieken, ook stilaan begon in
te storten.
De molen werd dan maar
in 1954 gedeklasseerd en
in februari 1955
uiteindelijk gesloopt.
Encouragée
par la Commission Royale des Monuments
et des Sites
ainsi que par les cercles artistiques locaux, la commune
d'Anderlecht préparait des plans pour la conservation et la
mise en valeur du moulin et du site. Hélas, la guerre se déclara
avec ses problèmes et ses restrictions. Malgré cela, en 1942,
le moulin fut classé. Alors
que les administrations étaient confrontées à toutes
sortes de difficultés, le délabrement et la dégradation
du moulin devinrent irréversibles.
Après la perte de ses
ailes, le moulin vit son
effondrement se
progresser peu à peu. Il fut déclassé en 1954
pour être complètement démoli en
février 1955. |
| |
|
|
|