konrad bayer, 'de peer'
en hij beet in een peer een goudgele peer zoals men
zegt om precies te zijn in die gele en zo sappige peer dat het water uit zijn mondhoeken
liep die daags tevoren bij mevrouw jekel helemaal vooraan in het fruitstalletje had
gelegen en toen was hij voorbijgekomen hij was op weg naar het museum geweest en kon er
niet aan weerstaan zich deze sappige 240 gram wegende peer voor de prijs van een
schilling en twintig groschen aan te schaffen juist die goedkope peer die met vele andere
circa 2 ton goudgele als ik die term mag gebruiken peren op maandag 14 oktober door de
transportfirma gredler linke alszeile 24 aan de groothandel in voedingswaren ellsler
geleverde zending die remersberger junior de remersberger uit wels naar de federale
hoofdstad had gestuurd samen met de facturen van de voorgaande leveringen en remersberger
was fier tenslotte ontfutsel je de concurrentie niet elke dag een klant als ellsler
ellsler uit de bandgasse en ellsler wist dat de wissel niet gehonoreerd zou worden en ging
naar remersberger die blij was dat hij aan hem mocht leveren en de wissel die zal wel niet
gehonoreerd worden als er geen wonder als ik me zo mag uitdrukken gebeurt en remersberger
meegesleurd in het bankroet en wie koopt er nu peren voor die prijs en toen was die ene
peer de bezorger van ellsler ontglipt en de oude jekel had gezegd tja als u zo uw werk
doet dan moet ik goedkoper verkopen en wie zal mij het verlies terugbetalen met zo een
aanbod gekneusd hoe stelt u zich dat voor dat is tweede keus dat weten de klanten maar
mevrouw jekel was maar een nou dan leg ik ze gewoon vooraan die ene met de weke plek naar
achteren die ene peer maar nou ja zei jekel daarop en legde de weke peer om precies te
zijn die welke nevosad ferdinand 74 ondanks zijn leeftijd nog steeds actief in
königstetten bijna drie weken geleden van de boom had gehaald en helemaal vooraan om
precies te zijn van de boom waar een zekere kronik in zijn achtendertigste levensjaar
beter gezegd in de schors waarvan kronik een lavanttalenaar van geboorte toen getrouwd in
königstetten zich met zijn initialen s k had vereeuwigd met zijn zakmes als ik me zo mag
uitdrukken omdat hij met zijn voornaam stefan heeft geheten kronik trapte daarbij met zijn
rechtervoet op de steen die jaren later de zojuist genoemde nevosad om precies te zijn
jaren voor het plukken van de peer want hij nevosad had als königstettenaar van geboorte
bijna altijd op deze plaats verbleven wat niet verwonderlijk was als je nevosad zou hebben
gekend nam dus de steen op die zonder aanwijsbare reden al die jaren onbewogen in regen en
sneeuw enzovoort als ik die term mag gebruiken op dezelfde plaats had gelegen vastgehouden
door de aantrekkingskracht van de aarde terwijl toch ook dit punt zoals trouwens de hele
streek zich net als de hele aarde zonder onderbreking om zichzelf draaide dus die steen
die geen last van duizeligheid had als ik me zo mag uitdrukken en die gooide nevosad toen
en hij gooide hem enkele meters zuidzuidoost waar hij op het al lang afgemaaide haverveld
van pöller agnes die met haar 43 jaar het verschil tussen man en vrouw nog niet kende
bleef liggen waarbij hij naast een broeksknoop terechtkwam die de kinderen van de
burgemeester erich en wolfgang slobinsky na urenlang kauwen in de lagere school van
königstetten op weg naar huis naar het goed van de burgemeester daar hadden uitgespuwd
daar gooide nevosad dus de steen het was een vrij gewone grijze kiezel met zijn
rechterhand met zijn linker was hij ook te onhandig geweest en bovendien was hij niet
gewend ze te gebruiken dus gooide hij met zijn rechterhand die twee uur later die van
vutzen lorenz drukte die deze dan de volgende vrijdag in de hakselmachine van zijn broer
bij wie hij als knecht hielp sinds hij zijn plaats als ongeschoold arbeider in de
rubberfabriek van traiskirchen wegens drankzucht had moeten opgeven verloor en met deze
hand waarmee hij die andere nog zou drukken had hij dus ook zoals gezegd als ik me zo mag
uitdrukken de peer afgetrokken en bij de andere peren gelegd die al in de korf lagen die
zijn vrouw want nevosad was getrouwd die dus zijn vrouw nevosad marie uit wenen had
meegebracht toen zij de laatste keer in de stad was geweest en haar vriend ponzer reinhold
ontmoet met hem gevreeën en hem weer verlaten had aan hem ponzer denkend was ze met de
trein naar het westen richting königstetten vertrokken en in gedachten bij hem ponzer
wierp ze zich met behulp van de trein vertrek wenen 16 uur 41 richting tulln tegen de
wenteling van de aarde om haar as en al had het effect weinig te betekenen het was er toch
en in die korf legde nevosad de peer die hij van de boom had getrokken die er nu al wel 34
jaar stond en die ook niet al te veel meer droeg maar toch was nevosad erop geklommen en
had hij de peer van de boom bij de andere van de andere bomen gelegd die veel jonger waren
en ook behoorlijk dragen want anders was er immers geen rendabiliteit geweest in de
fruitteelt van wawerka die ook de eigenaar was van de boom en voor wie nevosad nu ook al
sinds de 17e juli van verleden jaar als ik me zo mag uitdrukken als tractorbestuurder in
dienst is vooral als je bedenkt dat nevosad ongeveer van dezelfde leeftijd is als wawerka
en die elkaar al lang kennen en ook op dezelfde school zaten namelijk in pöttingbrunn
namelijk tijdens de oorlog waar ze in de parachutistenopleiding waren en wawerka heeft
toen nog gezegd met dat mes hier steek ik in een engelsman dat het bloed eruit spuit en
met die hand trok hij de peer af en legde ze bij de andere maar er was een stuk van de tak
meegekomen waar eens de bloesem op was geweest waar twee bijen tegelijk in hebben gewild
namelijk in de bloesem toen in 1943 de bom op de schuur van de paternioners was gevallen
in hetzelfde of identieke jaar dat de twee bijen als ik die vergelijking mag maken niet in
de bloesem zijn kunnen geraken en toen legde hij de peer terug aangebeten
als ze was en de vliegen gingen erop zitten en de volgende dag keek hij er
opnieuw naar en dacht de vliegen zitten erop omdat erin gebeten is en toen heb ik niet meer verder gegeten die smaakt toch
maar bitter.
(Sämtliche Werke, überarbeitete
Neuausgabe, hrsg. v. G. Rühm, ÖBV-Klett-Cotta, Wenen 1996, p. 403-405) |
|