Wanneer moet je indefinido of imperfecto gebruiken

Wellicht een van de moeilijkste dingen om te leren in het spaans is wanneer moet je welke verledentijd gebruiken. De twee moielijkste te onderscheiden tijden zijn hierbij de imperfecto en indefinido. Dit komt omdat we hier in het nederlands geen onderscheid in maken. Als je begint met de spaanse taal maak je hier dan niet te druk over. Het is overigens ook zo dat men in verschillende landen de voorkeur geeft aan verschillende verleden tijden, dit maakt het allemaal wat lastiger.

Indefinido

(1) Indien er een bepaalde tijd bestaat
ayer fui a la fiestagisteren ging ik naar het feest
el año pasadoverleden jaar
en septiembrein september
en 1995in 1995


(2) Indien je opeenvolgende acties beschrijft
El viajero llegó, despues tomó sus maletas y llamó un taxide reiziger kwam aan, pakte zijn koffers en belde een taxi.


(3) Wanneer je iets verteld


(4) Onderbrekende actie. Dit gaat altijd gepaart met een werkwoord in imperfecto
cuando sonó el teléfono yo estaba en la duchaToen er gebeld werd stond ik onder de doucheHet bellen onderbreekt het douchen


Imperfecto

(1) Er bestaat geen concrete tijd, je weet niet precies wanneer het zich afspeeld
comíaik at
aún no lo sabíadit wist ik nog niet


(2) Wanneer een handeling een gewoonte is.
Siempre iba al collegioIk ging altijd naar school
CadaDía comía carneIk at iedere dag vlees
cada lunesiedere maandag
normalmentenormaal gesproken


(3) Wanneer iets beschijvend is
Los romanos vivían en RomaDe romeinen leefde in Rome
Era un tiempo con muchas guerrasHet was een tijd met veel oorlogen


(4) Wanneer een actie onderbroken wordt
cuando sonó el teléfono yo estaba en la duchaToen er gebeld werd stond ik onder de doucheHet bellen onderbreekt het douchen


(5) Acties die gelijktijdig gebeuren
Con mientras

(6) Wanneer er in het verleden een intentie was.
iba a llamarte pero...ik wilde je bellen, maar...
quería decirtelo pero...ik wilde het je zeggen