Terug naar start

De Keuze

Kortverhaal Noël Marechal

Mevrouw De Vries voelde koud aan en ze ademde niet meer toen meneer De Vries wakker werd. Ze was dood. Meneer De Vries wist even met zichzelf geen blijf maar stond dan op, ging naar het toilet, poetste zijn tanden en nam een douche. Hij bedacht dat hij zijn vrouw niet in de hotelkamer kon laten, want dan zou het personeel schrikken.
Mevrouw komt niet aan het ontbijt, ze voelt zich onwel, zei meneer De Vries tegen het meisje dat hem bediende, en daarmee had hij niet echt gelogen. Maar ook niet de waarheid gesproken. Wat deed het er trouwens toe. Soms waren de omstandigheden zo dat een leugen om bestwil door iedereen getolereerd werd of tenminste op begrip kon rekenen. Deze kleine verdraaiing van de waarheid zou niemand hem kwalijk nemen. Meneer De vries bedacht ondertussen een middel om het lichaam van zijn vrouw in de auto te krijgen zonder het personeel te verontrusten. Hij zou wachten tot de kamers gepoetst waren op de eerste verdieping, dan zou er minder beweging zijn en zou het wel lukken.
Na het ontbijt van koffie en toast met jam ging meneer De Vries afrekenen. Of mevrouw zich al beter voelde wist hij niet en het gebeurde wel meer, zei hij, dat ze een maaltijd oversloeg. Mevrouw is niet zo’n regelmatig eter, zeker niet als ze een lange reis voor de boeg heeft. Pas toen hij die woorden uitgesproken had, besefte meneer De Vries de draagwijdte ervan. Hij zette zich met zijn rug naar de receptioniste aan het tafeltje tegenover de balie, snoot zijn neus en schreef zorgvuldig de cheque.
Beneden aan de lift stond een rolstoel. Iedereen zou het begrijpen als hij die rolstoel even leende voor zijn in onmacht verkerende echtgenote. Mevrouw zag er inderdaad niet zo goed uit en het personeel was hem erg behulpzaam met de deuren en de lift. Mevrouw De Vries belandde nogal onzacht in de auto, maar dat had alles te maken met een tijdelijke flauwte, dacht de receptioniste. Zij had trouwens geen tijd om haar plaats te verlaten en een handje te helpen want er zouden dadelijk nog andere gasten komen om af te rekenen. Toen ze weer opkeek zag ze de rode Nissan Almera van Meneer De Vries nog net wegrijden, te laat om na te wuiven.
Eens op weg kon meneer De Vries perfect de indruk wekken dat alles in orde was. En dat was het ook. Tenminste als we ons verplaatsen in het standpunt van Meneer De Vries. Hij had zich bijzonder goed uit de slag getrokken in wat zich vanmorgen aankondigde als een erg moeilijke ochtend. Hij was zeer ingenomen met het resultaat en hij glimlachte even naar zijn vrouw terwijl hij een vrolijk deuntje op de radio zocht. Zelfs in deze penibele situatie, bedacht hij, zijn er nog mooie momenten. Zo had hij altijd al oog gehad voor de serene sfeer van een kerkhof of de pracht van een uitslaande brand. Toch werd het meneer De Vries zwaar te moede toen hij besefte dat hij deze fijne momenten niet meer met zijn vrouw kon delen.
Dit had je nog een leuk avontuur gevonden liefste, zei hij tegen haar, als je het nog had kunnen meemaken. Je zette me wel erg onhandig in de wagen, antwoordde ze, maar je hebt inderdaad het hotelpersoneel vakkundig om de tuin geleid. Even viel de conversatie stil. Hier moest hij beslissen of hij rechtdoor zou rijden of linksaf.
Wat ga je nu met me doen, vroeg ze een beetje ongerust. Ik hoop niet dat je plannen maakt om me zo maar ergens te dumpen. Nee, zei hij, ik bespreek toch altijd mijn plannen eerst met jou. Ja, maar nu zijn de omstandigheden toch wel van aard dat je zelf je plan zal moeten trekken. Ik weet het, zei hij, en hij keek ernstig door de voorruit van zijn auto terwijl hij linksaf de weg naar de kust opdraaide. Op de radio speelde ‘An der schönen blauen Donau’ en dat fleurde hem toch weer op omdat het licht glooiende landschap van Picardië perfect harmonieerde met de muziek.
We gaan naar de zee, je bent graag aan de zee. Wij zijn graag aan de zee. Ja, natuurlijk, we doen toch altijd alles samen. Je hebt me niet gevraagd of ik het goed vind dat we naar de zee gaan, het maakt me een beetje bang. Jij liet mij vanmorgen ook schrikken toen je daar dood lag. Ik kon het niet helpen, kan je het me vergeven. Natuurlijk liefste.
Ik kan haar niet laten begraven. Ik kan haar niet aan een ander laten. Dit moeten we ook samen doen. We gaan de weg die zij gekozen heeft. Ze is langer mijn vrouw geweest dan ik het kind was van mijn ouders.
Waar denk je aan? Ik denk aan ons. Nu moet je aan jezelf denken. Nee, er is geen mezelf, dan de mezelf die ik met jou was. Je gaat toch geen domme dingen doen? Nee, ik ga geen domme dingen doen.
Meneer De Vries voelde het aan als een ongepaste vermaning. Hij werd er een beetje kribbig van. De vraag om geen domme dingen te doen wordt altijd gesteld door iemand die er baat bij heeft dat de andere geen domme dingen zal doen. Maar hij begreep dat zijn vrouw de vraag gesteld had bij wijze van spreken. Hij legde de vraag naast zich neer en beschouwde ze als niet gesteld. Toch vond hij dat zijn vrouw een standje verdiende. Tenslotte had hij een behoorlijk moeilijk probleem op te lossen en kon hij maar gedeeltelijk op haar goede raad rekenen. Hij zou kunnen zeggen: ben je het misschien van mij gewoon dat ik domme dingen doe? Nee, zou ze antwoorden, ik heb het maar bij wijze van spreken gezegd. Op die manier breng je me wel helemaal in de war. Ik had van jou wel meer karakter en daadkracht verwacht, zeker als het moeilijk wordt, want dan neem jij toch altijd het heft in handen. Je hebt het einde van mij nog niet gezien, vrouw. Ik had niet het gevoel dat ik daar nog lang zou moeten op wachten, daarom vroeg ik je om geen domme dingen te doen.
Het had geen zin nog langer met zijn vrouw te discussiëren; hij wist wat ze zou zeggen, en zij wist wat hij zou doen.
Ze waren nu op een kilometer van de kust. De weg naar links liep naar het stadje beneden, de smallere weg rechts draaide schuin omhoog en ging na honderd meter over in een aardeweg die wat verder ophield en weiland werd dat eindigde aan de krijtrotsen van Mers Les Bains.
De keuze die meneer De Vries maakte kan men hem niet kwalijk nemen. Veeleer moet men hem loven voor het feit dat hij een keuze maakte en niet langer het leven overliet aan het toeval of het lot.

Terug naar start